< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Gevaarlijk rijden: ook door met geringe snelheid zo dicht op een voetganger af te rijden, dat deze een ontwijkende beweging maakt, aanvaardt de automobilist de aanmerkelijke kans dat hij met zijn auto de voetganger ernstig letsel toebrengt.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/670473-11, 13/410522-09 (TUL) en 21/003710-05 (TUL) (Promis)

Datum uitspraak: 31 juli 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [plaats] op [1983],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[adres], [postcode] [plaats].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 juli 2012.

Verdachte is niet verschenen, doch heeft zich ter terechtzitting laten verdedigen door zijn advocaat, mr. M.A.C. van Vuuren, die heeft verklaard daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd. De behandeling van de zaak geldt dan ook als een procedure op tegenspraak.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.L. Kwaspen.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 21 mei 2011 te Amsterdam Zuidoost, gemeente Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [A] en/of [B] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet één of meermalen met een personenauto (merk Renault , type Modus, kleur paars) met hoge snelheid op voornoemde [A] en/of [B] is ingereden/afgereden, althans in de richting van voornoemde [A] en/of [B] is ingereden/afgereden;

Subsidiair

hij op of omstreeks 21 mei 2011 te Amsterdam Zuidoost, gemeente Amsterdam,

[A] en/of [B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend één of meermalen met een personenauto (met hoge snelheid) op voornoemde [A] en/of [B] ingereden/afgereden, althans in de richting van voornoemde [A] en/of [B] is ingereden/afgereden en/of (daarbij) voornoemde [A] en/of [B] dreigend de woorden toegevoegd: "Kom, Kom, dan zal ik je laten zien wat er zal gebeuren met jou" althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1 Feiten en omstandigheden

4.1.1 De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van het volgende feit uit.i

4.1.2 Verdachte reed op 21 mei 2011 in een Renault Modus [kenteken], paars van kleur, op een parkeerplaats bij de Vomar in Amsterdam Zuidoost.ii iii

4.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Gelet op de maximale snelheid van 20-25 kilometer per uur waarmee verdachte kan zijn ingereden op [A] en [B] vraagt de officier van justitie vrijspraak van het primaire ten laste gelegde feit. Het is namelijk geen feit van algemene bekendheid dat als met een dergelijke snelheid op iemand wordt ingereden deze dan overlijdt. Dat geldt ook voor de ernstige mishandeling. De officier van justitie acht het subsidiaire ten laste gelegde feit bewezen.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verklaringen die door de betrokkenen zijn afgelegd verschillen veel van elkaar. De belangrijkste discrepantie tussen de verschillende verklaringen is dat aangeefster [A] (hierna: aangeefster) verklaart dat verdachte op haar is ingereden toen zij alleen voor een parkeervak stond, terwijl haar moeder [C] verklaart dat zij haar dochter de hele tijd in de gaten heeft gehouden en dat verdachte alleen op aangeefster is ingereden toen zij bij een groepje stond. Het is onduidelijk wat er zich precies heeft afgespeeld op die bewuste dag.

4.4 Het oordeel van de rechtbank

Uit de verklaringen van [B]iv (hierna [B]) en verdachte v blijkt dat zij op 21 mei 2011 op de parkeerplaats bij de Vomar in Amsterdam Zuidoost met elkaar hebben gevochten. Wat er zich vervolgens op deze parkeerplaats heeft afgespeeld, verschillen de verklaringen van aangeefster, verdachte en de drie getuigen over.

Verdachte heeft zelf verklaard dat hij na de vechtpartij in zijn auto naar [B] is gereden om naar de reden van de ruzie te vragen. Omdat [B] zich tussen de geparkeerde auto's voortbewoog is verdachte met zijn auto, zowel voor,- als achteruit met [B] meegereden.vi Volgens verdachte probeerde [B] hem via het open raam te slaan, is [B] op zijn motorkap gesprongen en is verdachte, nadat [B] van de motorkap was afgesprongen, met piepende banden weggereden.vii

Naast verdachte zijn er in ieder geval zes andere personen geweest die aanwezig waren op het parkeerterrein ten tijde van de vechtpartij en de nasleep daarvan. Aangeefster, haar moeder en haar neef ([B]) hebben verklaringen afgelegd bij zowel de politie als bij de rechter-commissaris. [D] (hierna: [D]) heeft alleen bij de rechter-commissaris een verklaring afgelegd. De rechtbank stelt vast dat al deze personen verschillende lezingen hebben gegeven over wat er zich precies heeft afgespeeld op de bewuste 21 mei 2011. Desalniettemin blijkt uit al deze verklaringen dat verdachte op aangeefster is afgereden. viii ix x xi

De rechtbank sluit voor de vaststelling van de toedracht aan bij de getuige die zij het meest betrouwbaar acht en dat is getuige [D]. [D] is geen familie van aangeefster of de overige getuigen. De andere getuigen zijn allebei familie van aangeefster. Hercules verklaart bij de rechter-commissaris dat verdachte na de vechtpartij snel in de auto kwam aanrijden en dat hij [B] bleef roepen. Verdachte was duidelijk boos en begon heel snel voor- en achteruit te rijden om zo dicht mogelijk bij [B] te komen met zijn auto. [B] ging tussen twee geparkeerde auto's instaan. Verdachte is toen met zijn auto weer achteruit gereden, met de achterkant daarvan schuin richting de andere hoek van de parkeerplaats. Daarna reed hij naar voren. Toen heeft hij aangeefster bijna aangereden. Aangeefster stond voor de geparkeerde auto's en er niet tussenin. Aangeefster deinsde terug. Nadat hij op aangeefster was afgereden is hij weggereden.

[D] verklaart voorts dat verdachte niet op [B] is ingereden. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte heeft gepoogd hem van het leven te beroven of zwaar te mishandelen danwel hem te bedreigen, zoals verdachte meer subsidiair is ten laste gelegd.

Uit de foto's van het parkeerterreinxii en uit de verklaringen van alle betrokkenen dat er auto's stonden geparkeerd in de parkeervakken aan beide zijden van de parkeerplaats, blijkt dat de ruimte voor het manoeuvreren van verdachte met zijn auto op de parkeerplaats betrekkelijk klein was.

Uit onderzoek van de Verkeersongevallendienst komt naar voren dat de Renault Modus waarin verdachte reed over een afstand van 8,5 meter in theorie maximaal een snelheid zou kunnen bereiken tussen de 20 en 25 kilometer per uur. Het bereiken van deze snelheid op deze afstand zou bij benadering ongeveer 2 a 3 seconden duren.xiii

Uit het voorgaande blijkt dat verdachte agressief heeft gereden. Niet alleen moet dat voor de voetgangers op de parkeerplaats een angstaanjagende ervaring zijn geweest. Hij is bovendien, zo leidt de rechtbank uit de verklaring van [D] af, rijdend in zijn auto aangeefster [A] zo dicht genaderd, dat zij een ontwijkende beweging moest maken. Daarmee heeft verdachte welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de aangeefster zou raken met zijn auto, ook al kan uit de verklaring van [D] worden opgemaakt dat verdachte "goed kon rijden". Verdachte moet weten dat hij door met een auto zeer dicht op een voetganger af te rijden, ook al is dat met geringe snelheid, het gevaar in het leven roept deze voetganger te raken, al was het maar doordat de voetganger in zijn reactie op de op hem afkomende auto een voor de automobilist onverwachte beweging maakt die tot een ook door de automobilist niet gewenste aanrijding leidt.

Gelet op de geringe snelheid waarmee kon worden gereden, was de kans op een dodelijk ongeval niet aanmerkelijk, maar wel die op ernstig letsel bij de voetganger. Ook daarvan moest verdachte zich bewust zijn.

Dit leidt tot bewezen verklaring van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde, voor zover dit het af- of inrijden op [A] betreft.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4. genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 21 mei 2011 te Amsterdam Zuidoost, gemeente Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [A] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een personenauto (merk Renault, type Modus, kleur paars) op voornoemde [A] is afgereden.

6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straffen en maatregelen

8.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar subsidiair bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft laten meewegen dat verdachte behoort tot de zogenaamde top 600 groep en een uitgebreide documentatie heeft. Met haar strafeis heeft de officier van justitie er rekening mee gehouden dat, gelet op een recente veroordeling, artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit zoals hiervoor onder 4.3 is opgenomen.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank immers van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte is afgereden op aangeefster waarbij verdachte het voorwaardelijk opzet had om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Verdachte heeft een gevaarlijke en voor alle omstanders angstwekkende situatie in het leven geroepen die voor de aangeefster slecht had kunnen aflopen. Hiermee is tevens de openbare veiligheid geschaad, hetgeen tot gevoelens van onrust leidt in de samenleving.

In het nadeel van verdachte weegt mee dat hij blijkens een hem betreffend Uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 21 juni 2012 eerder is veroordeeld voor een geweldsdelict.

Verder heeft de rechtbank laten meewegen dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 21/003710-05

Bij de stukken bevindt zich de op 21 juni 2011 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, in de zaak met parketnummer 21/003710-05, betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 3 oktober 2006 van het gerechtshof Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op 2 jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bij vonnis van 12 augustus 2009, in de zaak met parketnummer 13/410522-09, heeft de rechtbank Amsterdam de proeftijd verlengd met een jaar.

Tevens bevindt zich bij de stukken een mededeling voorwaardelijke veroordeling van 29 juni 2012 als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding van een gedeelte, groot twee maanden van de hiervoor genoemde voorwaardelijk opgelegde straf, de tenuitvoerlegging te gelasten. De rechtbank beveelt niet de volledige tenuitvoerlegging omdat het hier om een niet al te recente veroordeling gaat.

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 13/410522-09

Bij de stukken bevindt zich de op 3 juni 2011 ter griffie van deze rechtbank ontvangen vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam in de zaak met parketnummer 13/410522-09 betreffende het onherroepelijk geworden vonnis van 12 augustus 2009 van de Rechtbank Amsterdam, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van een op twee jaren bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of zich niet aan de bijzondere voorwaarde heeft gehouden.

Tevens bevindt zich bij de stukken een mededeling voorwaardelijke veroordeling van 29 juni 2012 als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering.

Gebleken is dat verdachte zich voor het einde van genoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, zoals naar voren komt uit de verdere inhoud van dit vonnis. De rechtbank ziet hierin aanleiding de tenuitvoerlegging van de voornoemde gevangenisstraf te gelasten.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 63 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

poging zware mishandeling

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 (vier) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 3 oktober 2006 opgelegde voorwaardelijke straf, voor een gedeelte, groot 2 (twee) maanden.

Gelast de tenuitvoerlegging van de bij genoemd vonnis van 12 augustus 2009 opgelegde voorwaardelijke straf, namelijk 2 (twee) maanden.

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Cohen Tervaert, voorzitter,

mrs. W.H. van Benthem en J.L. Hillenius, rechters

en mr. B. Schaafsma, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 juli 2012.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii Proces-verbaal verhoor van verdachte, 22 mei 2011, p. 27.

iii Proces-verbaal verhoor van getuige [C], 21 mei 2011, p. 21.

iv Proces-verbaal verhoor van getuige [B], 23 mei 2011, p. 23.

v Proces-verbaal verhoor van verdachte, 22 mei 2011, p. 27.

vi Proces-verbaal van verhoor van verdachte bij inbewaringstelling, 24 mei 2011.

vii Proces-verbaal verhoor van verdachte, 22 mei 2011, p. 27.

viii Proces-verbaal verhoor van [C] bij de rechter-commissaris, 5 juli 2011.

ix Proces-verbaal verhoor van [D] bij de rechter-commissaris, 11 oktober 2011.

x Proces-verbaal verhoor van [B] bij de rechter-commissaris, 5 juli 2011.

xi Proces-verbaal van aangifte, 21 mei 2011, p.17.

xii Proces-verbaal van bevindingen, 6 juni 2011.

xiii Proces-verbaal van bevindingen, 8 juli 2011.

??

??

??

??

Datum Uitspraak: 31-7-2012 Instantie: Rechtbank Amsterdam Zaaknummer: 13-67047311

Datum Opslag: 1-8-2012 Sector: Straf Concipiënt: B. Schaafsma

Opmerking(en): Gevaarlijk rijden: ook door met geringe snelheid zo dicht op een voetganger af te rijden, dat deze een ontwijkende beweging maakt, aanvaardt de automobilist de aanmerkelijke kans dat hij met zijn auto de voetganger ernstig letsel toebrengt.

Vonnis d.d.30 juli 2012

Inzake: R.R. Nelom, 13/670473-11, 13/410522-09(TUL) en 21/003710-05 (TUL)

Datum Uitspraak: 31-7-2012 Instantie: Rechtbank Amsterdam Zaaknummer: 13-67047311

Datum Opslag: 1-8-2012 Sector: Straf Concipiënt: B. Schaafsma

Opmerking(en): Gevaarlijk rijden: ook door met geringe snelheid zo dicht op een voetganger af te rijden, dat deze een ontwijkende beweging maakt, aanvaardt de automobilist de aanmerkelijke kans dat hij met zijn auto de voetganger ernstig letsel toebrengt.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature