E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9571
LJN BV9571, Rechtbank Amsterdam, 455540 / HA ZA 10-1131

Inhoudsindicatie:

Toepasselijk recht: Een in de legitieme stelling in een onder het oude erfrecht opgemaakte uiterste wil, waarbij de nalatenschap onder het huidige recht is opengevallen - zoals de onderhavige - moet worden begrepen als de benoeming van de legitimaris tot erfgenaam voor zijn naar oud recht geldende legitimaire breukdeel.

Overdracht vermogen tegen levenslange lijfrechte te beschouwen als gift? Met de overdracht van het vermogen aan de zoon en daarmee de overdracht van de vier woningen in geheel verhuurde staat heeft erflaatster de zoon naast de overdracht van het vermogen zelf ook in staat gesteld om inkomsten te generen, te weten een bedrag van ƒ 177.000,- per jaar aan huuropbrengsten. Erflaatster heeft de zoon hiermee de mogelijkheid geboden om uit de huuropbrengsten de lijfrente te voldoen. De rechtbank is van oordeel dat, nu de zoon de lijfrente volledig kon voldoen uit de (door de overdracht tevens gegenereerde) huuropbrengsten, de feitelijk geleverde tegenprestatie van de zoon niet opweegt tegen de waarde van het overgedragen vermogen. Bevoordelingsbedoeling ten tijde van de overdracht, de overdracht van het vermogen aan de zoon tegen betaling lijfrente moet worden beschouwd als een gift.

Geen gift omdat erflaatster moreel verplicht was bij te dragen in het onderhoud van de zoon? De rechtbank is van oordeel dat de zoon onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat er een morele verplichting bestond voor erflaatster om in het onderhoud van de zoon te voldoen, onvoldoende gesteld voor het bestaan van een onderhoudsbehoefte van de zoon.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie