E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBAMS:2011:BV3664
LJN BV3664, Rechtbank Amsterdam, 441120 / HA ZA 09-3386

Inhoudsindicatie:

Trefwoorden:

Vermogensbeheer; pensioendoelstelling; beleggingshorizon; passend beleggingsbeleid; te risicovolle obligaties?

Samenvatting:

Een lange beleggingshorizon is niet steeds onverenigbaar met een pensioendoelstelling waarbij direct aan het vermogen wordt ontrokken. Zolang de portefeuille zo is ingericht dat voor de uitbetaling van de gewenste onttrekkingen steeds voldoende liquide middel worden aangehouden, zonder dat daarvoor op een ongunstig moment tot gedwongen verkopen van de beheerde effecten hoeft te worden overgegaan, bestaat geen bezwaar om bij de inrichting van de portefeuille ook rekening te houden met de omstandigheid dat, zoals hier ook het geval, de beleggingen erop gericht zijn om voor een (zeer) lange termijn in het inkomen te blijven voorzien.

Beleggers hebben door ondertekening van de vermogensbeheerovereenkomsten en de daarbij behorende bijlagen het daarin vastgelegde beleggingsbeleid geaccepteerd. Dat brengt mee dat gedaagde bij het door haar te voeren vermogensbeheer gebonden was aan de aldus overeengekomen bandbreedtes en dat zij zonder instemming van beleggers daar niet meer van af mocht wijken.

De vraag is of gedaagde een beleggingsbeleid heeft gevoerd dat in strijd is met het overeengekomen profiel, door in de portefeuille als vastrentende waarden, naast meer traditionele staatsobligaties en bedrijfsobligaties ook de genoemde effecten op te nemen. Beoordeeld moet worden of een redelijk handelend en redelijk vakbekwaam vermogensbeheerder, onder de gegeven omstandigheden, in redelijkheid heeft kunnen besluiten om naast staatsobligaties en obligaties van (financiële) ondernemingen de genoemde effecten als vastrentende waarden in de portefeuilles op te nemen. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of bepaalde effecten blijkens de door gedaagde daartoe gehanteerde omschrijving als vastrentende waarden kunnen worden gekwalificeerd, maar ook om de vraag welke concrete risico’s en rendementsverwachtingen aan de door gedaagde als vastrentende waarden in de portefeuilles opgenomen effecten verbonden zijn en of het als vastrentende waarden in de portefeuille opnemen daarvan, naar de destijds bekende stand van de kennis en wetenschap, in aanmerking genomen de tussen partijen gemaakte afspraken (pensioendoelstelling met jaarlijkse onttrekkingen, interen op het vermogen, lange horizon) en mede gelet op de overige als vastrentende waarden in de portefeuille opgenomen effecten, in overeenstemming was met het concrete risico dat beleggers in staat waren te dragen en bereid waren te lopen om het beoogde rendement van 6% te behalen.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie