E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ7737
LJN BQ7737, Rechtbank Amsterdam, 13/656156-10 (zaak A); 13/718155-10 (zaak B) en 13/451365-08 (tul)

Inhoudsindicatie:

Slachtoffer gewurgd in zijn woning. Minderjarige verdachte schuldig aan medeplichtigheid aan poging tot afpersing of diefstal met geweld, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft. Geen sprake van uitlokking door verdachte van haar medeverdachte(n). Verdachte veroordeeld tot 238 dagen jeugddetentie met aftrek van voorarrest en de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ), voorwaardelijk. Onder de bijzondere voorwaarde dat zij blijft onder toezicht van de (jeugd)reclassering en de behandeling in Barentsz, centrum voor orthopsychiatrie en forensische jeugdpsychiatrie, te Den Dolder, voortzet en afrondt.

Met betrekking tot de gevorderde shockschade overweegt de rechtbank dat het zeer aannemelijk is dat de nabestaande van het slachtoffer door de gewelddadige dood van haar echtgenoot ernstig geschokt is en psychische schade heeft opgelopen, maar hiervoor, gezien de huidige stand van het recht geen vergoeding kan toekennen omdat, door het ontbreken van stukken ter onderbouwing, niet kan worden vastgesteld dat bij de benadeelde partij tengevolge van het in zaak A onder D meer subsidiair bewezenverklaarde sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie