< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Onrechtmatige perspublicatie? Tijdelijk verbod gebruik portret en achternaam in verdere berichtgeving door Telegraaf

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 462758 / HA ZA 10-2031

Vonnis in incident van 6 april 2011

in de zaak van

[A],

wonende te --,

eiser,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITGEVERSMAATSCHAPPIJ DE TELEGRAAF B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

2. [B],

wonende te --,

gedaagden,

advocaat mr. P. Kok.

Partijen zullen hierna [A] en De Telegraaf c.s. (afzonderlijk De Telegraaf en [B]) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, tevens houdende het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening met 15 producties;

- de conclusie van antwoord in het incident;

- de conclusie van repliek in het incident;

- de conclusie van dupliek in het incident;

- het proces-verbaal van het op 4 maart 2011 gehouden pleidooi in het incident, de daarin genoemde nadere producties 16 en 17 zijdens [A] en de ten behoeve van het pleidooi gebruikte pleitnotities.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten

2.1. [A] is in 1991 vanuit Irak als asielzoeker naar Nederland gekomen. In 1993 is hij veroordeeld voor de betrokkenheid bij de moord op zijn schoonmoeder. Het gerechtshof te [plaats] heeft hem op [datum] 1993 tot 8 jaar gevangenisstraf veroordeeld. In 1997 is hij vervroegd in vrijheid gesteld wegens goed gedrag. Hoewel is vast komen te staan dat [A] niet naar Irak kon terugkeren, is vanwege genoemde veroordeling negatief beslist op de door [A] gedane asielaanvrage.

2.2. In 2004 heeft [A] een reguliere verblijfsvergunning aangevraagd voor het uitoefenen van een gezinsleven met zijn in Nederland geboren dochter (artikel 8 EVRM). Nadat ook deze aanvrage in eerste instantie is afgewezen, heeft de rechtbank [plaats] bij uitspraken van [datum] 2007 en [datum] 2009 overwogen dat het door [A] gepleegde misdrijf niet langer in de weg kan staan aan het verlenen van een verblijfsvergunning. Daarbij is met zoveel woorden overwogen dat op grond van het geldende beleid (neergelegd in paragraaf B 1/ 4.4 Vreemdelingencirculaire 2000), het misdrijf waarvoor [A] is veroordeeld, gelet op het tijdsverloop van 10 jaar na het onherroepelijk worden van de uitspraak van het gerechtshof te [plaats], niet aan vergunningverlening in de weg kan staan. Dit vonnis is door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bekrachtigd. [A] is met ingang van 7 december 2007 door de IND in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor het uitoefenen van gezinsleven met zijn dochter. Deze vergunning was geldig tot 19 november 2010.

2.3. De Telegraaf heeft vanaf november 2007 een reeks artikelen gepubliceerd, waarin onder andere aandacht is besteed aan de vergunningprocedure van [A], alsmede aan het feit dat hij in Nederland gedurende zijn asielprocedure rechten heeft gestudeerd en als vrijwilliger achtief is geweest als rechtsbijstandverlener en tolk. Dit betreft achtereenvolgens de volgende (delen van door [B] geschreven) artikelen:

- 5 november 2007

Ongewenste vreemdeling kon studie rechten volgen; Iraakse moordenaar nooit uitgezet.

De Irakees [A] (49), die werd veroordeeld wegens betrokkenheid bij een gruwelijke eerwraakmoord op zijn schoonmoeder, heeft - ondanks dat hij daarna tot ongewenst vreemdeling werd verklaard en ons land had moeten verlaten – een hoge positie kunnen innemen binnen de Koerdisch/Iraakse gemeenschap in Nederland.

De moord werd samen met twee familieleden uitgevoerd, o.a. door verschillende keren met een auto over haar heen te rijden. De ‘eer’ van de familie zou zijn aangetast omdat de vrouw overspel zou hebben gepleegd.

[A] zat een gevangenisstraf uit van acht jaar, maar hij kwam augustus 1997 vervroegd vrij vanwege goed gedrag.

Volgens familieleden van [A], die verbijsterd zijn dat hij nooit is uitgezet, heeft hij nooit een verblijfsvergunning gekregen, maar heeft hij wél een universitaire opleiding kunnen volgen en zijn graad kunnen halen (“Hij is inmiddels meester in de rechten”).

Voorzitter

[A] klom op tot voorzitter van de Koerdische Culturele Vereniging in [plaats] en hij onderhoudt contacten met tal van hoogwaardigheidsbekleders. “Hij rijdt op een scooter en werkt af en toe bij Vluchtelingenwerk als tolk”, aldus de dochter van de vermoorde vrouw.

(...)

In een noodkreet heeft de dochter van de vermoorde vrouw zich recent tot de Partij voor de Vrijheid gewend. PVV-Kamerlid [C] publiceerde recent een boek over de chaos bij de IND en de falende uitvoering van het vreemdelingenbeleid.

De dochter van de vermoorde vrouw schrijft: “ Wat ik niet kan begrijpen en ook maar moeilijk kan accepteren, is het feit dat mijn ex-zwager niet alleen vrij rondloopt, maar ook, terwijl hij illegaal is, heeft kunnen afstuderen, werken en contacten onderhoudt met Nederlandse overheidsfunctionarissen in plaats van ongewenst verklaard en uitgezet te worden. Hij heeft zelfs enkele politieke partijen aangeschreven en hij is intensief aan het procederen om uitzetting te voorkomen. (...)” Onlangs kondigde staatssecretaris [D] (Vreemdelingenzaken) aan dat ze de uitzettingen van ongewenst verklaarde vreemdelingen wil gaan aanscherpen.

- 4 december 2007

Weg met die moordenaar!; Irak ‘te gevaarlijk’ voor [A]

(...)

[A] heeft zelfs kunnen studeren aan de Rijksuniversiteit Groningen (...) en klom op tot voorzitter van de Koerdische Culturele Vereniging in [plaats], waar hij contacten onderhoudt met tal van hoogwaardigheidsbekleders.

(...)

PVV-Kamerlid [C] publiceerde recent een boek over de chaos bij de IND en het falende vreemdelingenbeleid. De zaak [A] is volgens [E] een triest voorbeeld van een falende IND. Hij vraagt staatssecretaris [D] vandaag in een open brief om opeldering. (...)

[C] vervolgt: “[A] is niet de enige vreemdeling die, ondanks het plegen van zware misdrijven, geen strobreed in de weg is gelegd om in Nederland te wonen. Voor alle duidelijkheid: ongewenst verklaarde vreemdelingen mogen absoluut niet in Nederland zijn en zijn strafbaar als ze niet vertrekken. (...)

In een reactie bevestigt de advocaat van de asielzoeker (...) dat de IND inderdaad een hoorzitting gaat houden voor zijn cliënt.

- 18 maart 2008

PVV: Veiligheid wordt ondermijnd

Leger huurt crimineel

De legertop is ernstig in verlegenheid gebracht nu blijkt dat een criminele Irakees, die een straf van acht jaar uitzat voor een eerwraakmoord op zijn schoonmoeder, Arabische taallessen heeft gegeven aan veertig Nederlandse militairen die op het punt stonden te worden uitgezonden naar Irak.

PVV'er [C] De taaltrainingen werden verzorgd door de Irakees [A] (49), die eerder door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) tot ‘ongewenst vreemdeling’ werd verklaard.

Hij werd in 1992 veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij de gruwelmoord op de Koerdische asielzoekster [F], die aan haar einde kwam doordat er met een Volvo over haar hoofd en lichaam werd gereden.

Debat

De Partij voor de Vrijheid (PVV) vraagt vandaag een spoeddebat aan om de ministers van Defensie en Justitie om opheldering te vragen. “Een onvoorstelbaar grof schandaal dat Defensie deze verschrikkelijke moordenaar in staat stelt om onze militairen les te geven”, aldus PVV-Kamerlid [C].

De Irakees heeft, om zijn verzoek tot verblijf in Nederland te ondersteunen, zelf een verklaring bij de rechtbank ingebracht waaruit blijkt dat hij in 2004 werkzaamheden voor het ministerie van Defensie verrichtte.

Bij dit artikel is een hyperlink geplaatst die leidt naar de volgende verklaring van [A].

2.4. Bij brief van 7 april 2008 heeft de advocaat van [A] De Telegraaf c.s. gesommeerd niet meer over [A] te publiceren en De Telegraaf c.s. aansprakelijk gesteld voor schade die hij heeft geleden en die nog zal worden geleden als gevolg van het handelen van De Telegraaf.

2.5. Na deze sommatie heeft De Telegraaf de volgende (door [B] geschreven en deels weergegeven) artikelen geplaats t.

- 5 maart 2009

Irakees krijgt hulp na eerwraakmoord

Rechter zet streep door uitzetting

(...) Nederlandse rechters blijken in enkele gevallen moordenaars nog een handje te helpen. Tot die pijnlijke vaststelling komt staatssecretaris [D] (Justitie).

Justitie probeert de Iraakse asielzoeker [A], die werd veroordeeld wegens betrokkenheid bij een gruwelijke eerwraakmoord op zijn schoonzus, al jaren het land uit te krijgen. De rechter helpt de Irakees nu een handje. De Irakees beroept zich er telkens op dat het in Irak niet veilig is en hij daarom niet terug kan. [A] zat een gevangenisstraf uit van acht jaar, maar kwam in 1997 vervroegd vrij, voor zijn aandeel in de eerwraakmoord op zijn schoonmoeder na beweerd overspel. De asielzoeker werd tot ‘ongewenste vreemdeling’ verklaard, maar niet uitgezet.

Gelijk

Nadat PVV-Kamerlid [C] Kamervragen over de affaire stelde, kwam de IND in actie. De advocaat van de Irakees houdt echter vol dat zijn cliënt in Nederland moet blijven. De rechtbank [plaats], waar de zaak aanhangig was gemaakt, heeft de asielzoeker nu in het gelijk gesteld. “Op 15 januari jongstleden heeft de rechtbank [plaats] het beroep tegen de afwijzende beschikking voor verlening van een verblijfsvergunning gegrond verklaard”, zo antwoordt staatssecretaris [D] op vragen die [C] recent over de zaak stelde. Het lukt de IND dus maar niet om de misdadiger het land uit te krijgen. [D] laat weten dat tegen de uitspraak hoger beroep is ingesteld. Het PVV-Kamerlid [C] vindt het “ongelofelijk” dat een “rechter nu een moordenaar te hulp komt”.

“Vanzelfsprekend begrijp ik de gevoelens van de slachtoffers en de gevoelens die leven in de Nederlandse maatschappij”, stelt [D]. “Het kabinet acht eergerelateerd geweld net als alle andere geweldsvormen ontoelaatbaar. De inspanningen van de regering zijn erop gericht om een ieder die zich schuldig maakt aan dergelijke strafbare feiten strafrechtelijk te vervolgen en, indien het een vreemdeling betreft, uit Nederland te verwijderen.”

- 2 november 2009

Moordenaar krijgt asiel

(...) De Iraakse moordenaar [A], die werd veroordeeld wegens betrokkenheid bij een gruwelijke eerwraakmoord op zijn schoonmoeder en die de IND al jaren het land uit probeert te krijgen, mag definitief blijven.

In het zoveelste hoger beroep, om de beslissing van de IND om hem als ongewenst vreemdeling het land uit te zetten, aan te vechten, heeft [A] nu steun gekregen van de Raad van State. Dit hoge rechtscollege, het juridische eindstation voor de asielzoeker, vindt dat hij in Nederland mag blijven omdat hij hier een kind heeft verwekt. Volgens de Raad van State is uitzetting van de Irakees daarom in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag van de rechten van de mens. Volgens de Raad van State is het „bijzonder slecht” voor de dochter als het contact met de vader wordt verbroken omdat hij terug zou moeten naar Irak. De IND moet de moordenaar nu een verblijfsvergunning verstrekken.

Bovendien vindt de Raad van State dat hem de verblijfsvergunning hem niet kan worden geweigerd omdat het misdrijf waarvoor hij is veroordeeld is verjaard.

[A] werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van tien jaar, waar hij maar acht jaar van uitzat. Hij kwam in 1997 vervroegd vrij.

“Een slachtpartij”, noemde de [plaats] rechtbankpresident (...) destijds het minuten durende executieproces dat de familieleden voor de vrouw hadden uitgedacht. Daarbij reed de Volvo, die de moordenaars als wapen gebruikten, minstens vier keer voor- en achteruit over het hoofd en lichaam van de 37-jarige Koerdische asielzoekster [F] en tussendoor werd ze nog met een stok afgeranseld.

(...)

Kamervragen

De IND kwam pas enkele jaren geleden in actie nadat PVV-Kamerlid [C] Kamervragen over de affaire stelde. Het kamerlid, die nog altijd contact heeft gehouden met de dochter van het slachtoffer, is geschokt: „Door het Europees Verdrag voor de rechten van de mens – gevaar van onmenselijke behandeling in land van herkomst - kunnen dus niet alleen oorlogsmisdadigers, maar ook monsters van dit kaliber in Nederland blijven wonen. Het is natuurlijk te treurig voor woorden. Wat is ons vreemdelingenbeleid waard als we niet eens tegen kunnen gaan dat dit soort schorem verblijfsrecht in Nederland krijgt? Voor criminelen is in Nederland meer aandacht dan voor het slachtoffer. Dat zie je ook aan deze uitspraak. Er wordt tien pagina’s lang gezeverd over de omstandigheden van de moordenaar. De dochter van de vermoorde vrouw krijgt precies twee zinnen. En die zijn ook nog te schandalig voor woorden. Over haar logische trauma zegt de rechter dat: ‘niet is gebleken van enige onderbouwing van dit standpunt.’”

In haar uitspraak bepaalt de Raad van State ook dat de moordenaar ook een band heeft gekregen met de Nederlandse samenleving, doordat hij onder meer “op verzoek van overheidsinstanties een bemiddelende rol heeft gespeeld teneinde de integratie van verschillende bevolkingsgroepen te stimuleren. En dat hij taaltrainingen heeft gegeven aan veertig Nederlandse militairen voorafgaand aan hun missie in Irak.”

Bij dit artikel is de volgende afbeelding opgenomen, met daaronder de vermelding “[A]”

- 3 november 2009

Verbijstering over asiel moordenaar

(...) De beslissing van de Raad van State dat een Iraakse moordenaar een verblijfsvergunning moet krijgen leidt tot verbijstering in het land en in de Tweede Kamer. De PVV wil morgen uitleg van staatssecretaris [D] (Vreemdelingenzaken).

[D] “Wat is je immigratiebeleid in hemelsnaam nog waard als je dit soort monsters een verblijfsvergunning moet geven”, aldus PVV-Kamerlid [C]. Hij vindt dat de verjaringstermijn moet worden afgeschaft, waardoor criminelen weer in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning en wil weten hoeveel vergelijkbare zaken er zijn. De VVD wil dat een parlementair advocaat de bewuste beschermingsgronden onder de loep neemt. “Dit is totaal doorgeslagen beschermingsbeleid”, aldus VVD-Kamerlid [G].

De regeringspartijen zijn evenmin te spreken over de uitkomst. “Het is gruwelijk dat we onmachtig zijn om zo'n man het land uit te krijgen”, zegt PvdA’er [H]. Het CDA sluit zich daarbij aan bij monde van Kamerlid [I]: “Het is ongelukkig dat zo'n zware crimineel in Nederland blijft, maar ik ga ervan uit dat de Raad van State de verschillende belangen heeft afgewogen.”

- 5 november 2009

[D]: Iraakse moordenaar liefst land uit

(...) Staatssecretaris [D] (Justitie) kijkt of ze een veroordeelde Iraakse moordenaar toch het land kan uitzetten. [D] wil alles uit de kast halen om te voorkomen dat [A] een verblijfsvergunning krijgt, maar geeft ook toe dat ze “bijzonder weinig ruimte” heeft om de vergunning te weigeren. Dat heeft ze donderdag gezegd in de Tweede Kamer.

De Irakees is veroordeeld voor een eerwraakmoord op zijn schoonmoeder. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) probeert de man sindsdien het land uit te krijgen, maar A. verzet zich hiertegen en heeft inmiddels de Raad van State aan zijn zijde. Het hoogste rechtscollege vindt dat de Irakees in Nederland mag blijven, omdat hij hier een kind heeft.

De fracties van VVD en PVV willen dat de veroordeelde hoe dan ook Nederland verlaat.

Bij dit artikel is wederom de hiervoor reeds opgenomen afbeelding geplaatst.

- 21 november 2009

[A] studeerde rechten in Groningen

Moordenaar en illegaal speelt nu ook advocaat

De naweeën van de gruwelijke eerwraakmoord waarvoor de Irakees [A]een gevangenisstraf uitzat maar niet ons land werd uitgezet, nemen steeds meer bizarre vormen aan. [A] blijkt na een voltooide rechtenstudie andere asielzoekers juridisch bij te staan in de rechtbank.

De opleiding van de illegaal aan de Rijksuniversiteit Groningen werd grotendeels bekostigd door de Stichting Vluchteling Studenten UAF in Utrecht. De illegaal blijkt zo’n uitmuntend jurist dat hij door andere illegalen en asielzoekers wordt gemachtigd om namens hen op te treden.

Al sinds het beëindigen van zijn vier jaar celstraf in 1997 procedeert [A] tegen de staat om hier te blijven. De Raad van State bepaalde onlangs dat de IND hem geen verblijfsvergunning mag weigeren, onder meer omdat hij hier vader is geworden.

In het dossier [A], waarover deze krant beschikt, zit een brief van advocaat mr. F.A. Donkers uit Roermond waarin deze stelt: “[A] vergezelt rechtzoekenden naar advocaten en incidenteel treedt hij op als gemachtigde. Mij is bekend dat hij goede resultaten boekt. Een en ander is een bevestiging van zijn kennis, kunde en betrokkenheid.”

De dochter van het eerwraakslachtoffer, [J] (32), is verbijsterd dat de moordenaar van haar moeder niet het land is uitgezet, maar, deels op kosten van de belastingbetaler, heeft kunnen studeren en nu zelfs in de rechtbank mag werken. In een reactie zegt advocaat mr. Donkers dat er niets bijzonders aan de hand is. “Bij de sector bestuursrecht mag iedereen als gemachtigde optreden, u ook. In de civiele rechtbank geldt de verplichting van procesvertegenwoordiging, maar bij de bestuursrechter geldt die verplichting niet. Je mag er zelf je woordje doen of een gemachtigde laten optreden en dat hoeft geen advocaat te zijn. Dat meneer [A] mensen bijstaat, is dus niets bijzonders.”

Morgen in De Telegraaf het schokkende relaas van [J] die als 13-jarig meisje samen met haar zusje gedwongen werd toe te kijken hoe haar moeder met behulp van een auto werd vermoord. Op deze website staat morgen ook een videoverslag van dit interview.

- 22 november 2009

[J] zag hoe ’overspelige’ moeder werd gedood door illegaal, die nu gewoon verblijfsvergunning krijgt.

‘BELONING NA EERWRAAKMOORD’

(...) “Via internet kwam ik er achter dat hij voorzitter was geworden van de Koerdische culturele vereniging in [plaats]. Ik ontdekte dat hij zijn rechtenstudie had gehaald aan de Rijksuniversiteit in Groningen, betaald door de Stichting voor Vluchteling-Studenten. Ook kwam ik er achter dat hij zijn scooterrijbewijs had gehaald. En dat hij Koerdische les had gegeven aan Nederlandse militairen die naar Irak moesten. Ik kwam er achter dat hij hier gewoon werkt! Hij neemt zelfs waar voor een advocaat in een rechtbank! Hoe kan híj een cliënt verdedigen?”

“[A] is illegaal in Nederland. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar voor het vermoorden van mijn moeder, een vrouw die negen kinderen achterliet, waarvan de jongste toen nog geen drie jaar oud was. Dan verwacht je toch niet dat zo iemand in Nederland mag blijven? (...)”

2.6. Na deze artikelen heeft de advocaat van [A] op 20 november 2009, onder verwijzing naar de eerdere sommatie van 7 april 2008, wederom een sommatie doen uitgaan.

2.7. Op 28 januari 2010 plaatst De Telegraaf het volgende artikel op het internet.

Moordenaar mag blijven

De Iraakse moordenaar [A], die is veroordeeld voor zijn aandeel in de gruwelijke eerwraakmoord op zijn schoonmoeder, krijgt met terugwerkende kracht een tijdelijke verblijfsvergunning. Pas als zijn dochter meerderjarig is, kan hij het land worden uitgezet.

Dat heeft staatssecretaris [D] (Vreemdelingenzaken) de Tweede Kamer gisteren laten weten. De PvdA-bewindsvrouw ziet geen mogelijkheid de vreemdeling die begin jaren negentig werd veroordeeld, eerder uit ons land te sturen. De IND probeert de moordenaar die ruim tien jaar geleden vrij kwam al jaren over de grens te zetten, maar gerechtelijke uitspraken beletten dat omdat hij een minderjarig kind heeft. [D] hoopt [A] in november, wanneer zijn dochter meerderjarig wordt, alsnog uit te kunnen zetten.

De Kamer reageerde teleurgesteld dat de man met terugwerkende kracht tot 2007 een tijdelijke verblijfsvergunning krijgt. “Dit zegt alles over het onvermogen van het kabinet om criminele vreemdelingen aan te pakken”, aldus PVV-Kamerlid [C], die regelmatig aandacht vroeg voor de gruwelijke zaak. (...)

[D] liet weten de boosheid te delen. Ze heeft nieuwe regelgeving aangekondigd die dit in de toekomst moet voorkomen.

Bij dit artikel is de hiervoor opgenomen afbeelding van [A] geplaatst. Bovendien is bij dit op het internet geplaatste artikel een videofragment te raadplegen van een interview dat [B] had met de dochter van het slachtoffer in de moordzaak. In die video zijn amateurbeelden (van de bruiloft van) en foto’s van [A] gebruikt. De voice-over en de dochter van het slachtoffer noemen de volledige naam van [A].

2.8. Bij brief van 28 januari 2010 volgt opnieuw een brief van de (nieuwe) advocaat van [A], waarin De Telegraaf aansprakelijk wordt gesteld en waarin De Telegraaf te kennen wordt gegeven dat rechtsmaatregelen zullen worden getroffen.

3. Het geschil in het incident

3.1. [A] vordert voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

- De Telegraaf c.s. met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te verbieden voor de duur van deze procedure in het kader van verdere berichtgeving over de in deze dagvaarding genoemde strafzaak en/of verblijfsvergunning het portret en/of de voor- en achternaam van [A] te (doen) publiceren en/of te (doen) verspreiden tot dat de rechtbank in de hoofdzaak heeft beslist, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 per overtreding, te betalen per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen dat een overtreding voortduurt, door degene die dit verbod overtreedt;

- De Telegraaf c.s. te veroordelen in de kosten van het incident.

3.2. [A] legt daaraan ten grondslag dat sprake is van een voortdurende aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer. Dit is het geval door het over een periode van drie jaar bij herhaling vermelden van de volledige voor- en/of achternaam van [A], het tonen van zijn portret als ook het vermelden van privégegevens. Het herhaaldelijk noemen van zijn volledige (voor- en achter)naam en de openbaarmaking van diverse portretten heeft tot gevolg dat [A] na het lezen van het artikel kan worden ge ïdentificeerd buiten de kring van personen bij wie hij reeds bekend is. Ten gevolge van deze aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer wordt zijn wens (13 jaar na het uitzitten van zijn straf) te resocialiseren in ernstige mate gefrustreerd.

Naast de aard en de gevolgen van de uitingen wijst [A] op de ernst van de misstand die De Telegraaf aan de kaak beoogt te stellen. De Telegraaf c.s. kan aandacht vragen voor het vreemdelingenbeleid ten aanzien van personen die zijn veroordeeld voor een ernstig misdrijf zonder vermelding van de (persoons)gegevens van [A] en zonder [A] te stigmatiseren als een moordenaar en een crimineel. Het gewicht dat het recht op uitingsvrijheid in de schaal legt, weegt volgens [A] minder zwaar naarmate het tijdverloop tussen het betreffende feit en de publicatie daarover groter is, waarbij hij benadrukt dat de definitieve veroordeling in 1993 plaatsvond.

Daarnaast wijst [A] er op dat hij geen public figure is. Hij hoeft zich dan ook geen bovenmatige aandacht van de media te laten welgevallen. Voor zover hij inmiddels enige bekendheid geniet, is dat het gevolg van de publicaties door De Telegraaf.

Volgens [A] is een beperking van de aan De Telegraaf c.s. toekomende uitingsvrijheid gelet op het voorgaande gerechtvaardigd.

3.3. De Telegraaf c.s. voert verweer. Hij stelt de redactionele vrijheid die hem toekomt voorop. Een beperking van de vrijheid van meningsuiting zou in het onderhavige geval niet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving. Hij wijst er daarbij op dat de publicaties een groot maatschappelijk belang dienen omdat een ernstige misstand binnen de Nederlandse rechtsorde aan de kaak wordt gesteld; hoe kan een voor moord veroordeelde asielzoeker na het uitzitten van zijn straf in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning? Uit de publicaties blijkt dat dit meerdere malen op de politieke agenda heeft gestaan. De misstand was telkenmale direct verbonden aan de specifieke casus van [A]. De voorlopige verblijfsvergunning die [A] heeft verkregen, is met name verleend omdat zijn in Nederland geboren dochter minderjarig is. Zij wordt in november 2010 meerderjarig. De aanloop naar de nieuw te nemen beslissing en de uitkomst daarvan hebben nieuwswaarde. De Telegraaf moet daarover kunnen berichten en is daarbij bereid zich te beperken tot het gebruik van de voornaam en het initaal van de achternaam van [A] en om het portret van [A] af te balken. De voornaam zou als herkenningspunt voor de lezer moeten dienen, terwijl het gebruik van enkel initialen in toekomstige berichtgeving verwarring zou kunnen veroorzaken met personen die dezelfde initalen hebben. Het is sinds 1981 een gebruik onder journalisten om in berichtgeving de voornaam en de initiaal van de achternaam te noemen van veroordeelden. De voornaam van [A] is inmiddels algemeen bekend. [A] verzet zich ook niet tegen het gebruik van zijn voornaam in een twaalftal andere door De Telegraaf genoemde publicaties. Hij kan hierbij niet selectief te werk gaan. De Telegraaf wijst er tot slot op dat het enkele feit dat de moord waar [A] voor is veroordeeld enige tijd geleden heeft plaatsgevonden, de ernst van de misstand niet doet afnemen. Over de misstand bestaat nog altijd veel “public concern”. Een belangenafweging dient in het voordeel van De Telegraaf uit te vallen. Dit is niet anders wat het gebruik van het portret van [A] betreft. De gebruikte tekening en de foto zijn niet van recente datum. [A] zal om die reden niet snel identificeerbaar zijn. De portretten zijn bovendien neutraal van aard. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer dient te wijken voor de vrijheid van meningsuiting, nu een ernstige misstand aan de kaak wordt gesteld. Het afgebalkte portret van [A] heeft nieuws- en informatiewaarde en zal de zeggingskracht van een publicatie vergroten.

Voor het geval de rechtbank de voorziening zou toewijzen, verzoekt De Telegraaf c.s. de gevorderde dwangsom af te wijzen, omdat de Telegraaf c.s. zich aan het vonnis van de rechtbank zal houden.

4. De beoordeling in het incident

4.1. Het door [A] gevorderde verbod houdt een beperking van de vrijheid van meningsuiting van De Telegraaf c.s. in. Een dergelijke beperking is ingevolge artikel 10 lid 2 EVRM slechts toegestaan, indien die beperking bij wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratisch samenleving ter bescherming van de in artikel 10 lid 2 EVRM genoemde belangen, waaronder de bescherming van de goede naam of rechten van anderen. De beperking dient bovendien proportioneel te zijn.

4.2. Het geschil zoals dat voorligt, ziet op de vraag of de gevorderde beperking van de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk en proportioneel is. Bij de beantwoording van de vraag of aan die voorwaarden is voldaan, dienen alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen. Daarbij staat voorop dat de gevraagde beperking niet ziet op het publiceren over de door [A] gepleegde moord dan wel op het publiceren over de door De Telegraaf geduide misstand. De gevraagde voorziening is ertoe beperkt om gedurende de duur van de hoofdzaak De Telegraaf c.s. te verbieden bij eventuele publicaties het portret en/of de voor en/of achternaam van [A] te vermelden.

De rechtbank zal als eerste ingaan op het gebruik van het portret van [A].

Inzake het portret

4.3. Op grond van artikel 21 Auteurswet (hierna: Aw) is openbaarmaking van een zonder toestemming van de geportretteerde gemaakt portret niet geoorloofd, voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich tegen openbaarmaking verzet.

4.4. Onder het redelijk belang van artikel 21 Aw valt onder andere de bescherming van de geportretteerde tegen inbreuken op zijn/haar recht op eerbiediging van zijn/haar persoonlijke levenssfeer. Zoals hiervoor is overwogen, is niet in geschil dat de persoonlijke levenssfeer van [A] in geding is. Het gaat er bij de onderhavige beoordeling om of de verzochte beperking van de vrijheid van meningsuiting noodzakelijk en proportioneel is, waarbij alle omstandigheden van het geval in ogenschouw te worden genomen.

4.5. De rechtbank stelt voorop dat [A] geen bekende persoon is. Dit wordt niet wezenlijk anders omdat [A] door de reeks van artikelen di e (zowel in de Telegaraaf als in andere media) over hem zijn verschenen en door het feit dat zijn asielprocedure onderwerp is gemaakt van het openbare/politieke debat (binnen zekere kringen) wel enige bekendheid heeft gekregen, welke bekendheid vooral zal zitten in de aanduiding “[A]”. Waar de rechtbank voorts veel betekenis aan toekent, is het belang van [A] bij resocialisering. De moord waarvoor hij is veroordeeld vond plaats in 1993, terwijl [A] in 1997 is vrijgekomen. Hij heeft zijn straf uitgezeten is inmiddels zo’n veertien jaar vrij man. Gelet op het grote tijdsverloop, komt veel gewicht toe aan het belang van [A] om te kunnen resocialiseren, al is dit belang wellicht minder groot dan het gewicht dat [A] daaraan toekent. Dit is het geval omdat de door [A] destijds gepleegde moord in zekere zin wederom nieuwswaarde heeft gekregen. Dat houdt niet zozeer verband met de moord op zich. Die is niet actueel en dat wordt niet anders in het licht van de thans wel actuele vergunningaanvrage van [A]. Het door [A] gepleegde misdrijf kan op grond van het geldende beleid vanwege het tijdsverloop (10 jaar na het onherroepelijk geworden arrest van het gerechtshof te [plaats]) immers niet meer in de weg staan aan het verlenen van een verblijfsvergunning. Het is dit beleid dat onderwerp is geworden van het openbare/politieke debat. In dat debat staat de vraag centraal hoe het mogelijk is dat een voor moord veroordeelde persoon in aanmerking komt voor een vergunning. Dat daarmee ook de door [A] gepleegde moord wederom een zekere nieuwswaarde heeft gekregen, houdt verband met het feit dat de zaak van [A] de aanzet vormde voor het openbare/politieke debat. Het is De Telegraaf c.s. toegestaan over dat debat te publiceren en ook om de casus van [A] daarbij als voorbeeld te gebruiken. Omdat het openbare debat zich richt op het genoemde beleid, is de illustratieve waarde van een portret van [A] voor de berichtgeving daarover naar het oordeel van de rechtbank echter van beperkte waarde. Het debat gaat immers niet over het door [A] gepleegde misdrijf, maar over het beleid (in algemene zin). Daar komt bij dat door het plaatsen van het portret van [A] een verdergaande stigmatisering plaatsvindt. Het publiek zal een verband leggen met de eerdere artikelen in De Telegraaf zoals die hiervoor zijn weergegeven en waarin (onder andere middels de vele ‘kopjes’ en ‘subkopjes’) telkenmale wordt benadrukt dat [A] een moordenaar is en waarin niet wordt nagelaten de details van de moord te benadrukken. De omstandigheid dat De Telegraaf c.s. te kennen heeft gegeven dat hij een balk wil aanbrengen op het portret van [A], maakt het voorgaande niet anders. Het aanbrengen van de balk zal nog meer benadrukken dat [A] een veroordeelde moordenaar is. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, alsmede gelet op het feit dat een portret een verdergaande inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer dan de enkele naamsvermelding, komt de rechtbank tot het oordeel dat de vrijheid van meningsuiting in het onderhavige geval dient te wijken voor het (resocialisatie)belang van [A]. Het gevorderde verbod zal daarom worden toegewezen voor zover dit het portret van [A] betreft. Het verbod de voornaam van [A] te gebruiken zal om die reden worden afgewezen.

Inzake het gebruik van initialen

4.6. Het voorgaande leidt er niet toe dat ook de naamsvermelding (volledig) achterwege dient te blijven. De rechtbank overweegt daartoe als volgt, waarbij zij zich kan beperken tot de vraag of ook het gebruik van de volledige voornaam dient te worden verboden, nu De Telegraaf zich niet verzet tegen het gebruik van een initiaal voor de achternaam.

4.7. Zoals hiervoor al is overwogen, wordt met het gebruik van het portret van [A] in berichtgeving een grotere inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer dan bij berichtgeving waarbij dit niet het geval is. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer legt bij het gebruik van de voornaam in zoverre minder gewicht in de schaal. Daar komt bij dat de voornaam van [A] in een groot aantal andere publicaties bekend is gemaakt, waartegen door [A] niet is opgetreden. Deze omstandigheden maken, in samenhang met hetgeen de rechtbank onder 4.5 heeft overwogen, dat de belangenafweging wat het gebruik van de voornaam betreft, de andere kant uitvalt. Aan de vereisten van artikel 10 lid 2 EVRM wordt niet voldaan voor zover het gebruik van de voornaam van [A] aan de orde is.

Slotsom

4.8. De conclusie van het voorgaande is dat de vordering van [A] kan worden toegewezen voor zover dit het initialiseren van de achternaam en het gebruik van zijn portret betreft.

4.9. De rechtbank zal het op te leggen verbod versterken met een dwangsom. De rechtbank ziet in het enkele feit dat De Telegraaf zegt zich te zullen houden aan het vonnis van de rechtbank geen aanleiding daar niet toe over te gaan, noch om de dwangsom te matigen. De rechtbank zal de dwangsom wel maximeren.

4.10. Nu beide partijen deels in het gelijk worden gesteld, ziet de rechtbank aanleiding de kosten te compenseren, in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

5. De beslissing

De rechtbank

- verbiedt De Telegraaf c.s. met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis voor de duur van deze procedure in het kader van verdere berichtgeving over de onder 2.1 en 2.2 bedoelde strafzaak en/of verblijfsvergunning het portret en/of de achternaam van [A] te (doen) publiceren en/of te (doen) verspreiden tot dat de rechtbank in de hoofdzaak heeft beslist, zulks op straffe van een dwangsom van € 50.000,00 per overtreding, te betalen per dag, een gedeelte van de dag daaronder begrepen dat een overtreding voortduurt, door degene die dit verbod overtreedt, met een maximum van € 500.000,00;

- compenseert de kosten in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Straalen en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011.?


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature