< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Zoon bewoont sociale huurwoning van zijn onlangs overleden vader. Woningbouwvereniging vordert ontruiming. Zoon stelt dat hij in aanmerking komt voor medehuurderschap omdat hij jarenlang bij zijn hulpbehoevende vader heeft ingewoond om hem te verzorgen en dus met vader een duurzaam gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk dat de zoon langer dan 10 maanden bij vader heeft gewoond en dit is “niet voldoende om te spreken van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Het komt vaker voor dat een huurder enigszins hulpbehoevend wordt en dat een kind dan bij hem in komt wonen om de huurder te verzorgen. Op een dergelijke situatie doelt artikel 7:267 BW echter niet. Het criterium is dat de huurder met een ander besluit duurzaam samen in wederkerigheid een huishouding te voeren en niet dat die ander de huurder enige tijd verzorgt omdat de huurder hulpbehoevend is geworden.”

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht, voorzieningenrechter

zaaknummer / rolnummer: 481501 / KG ZA 11-137 SR/LO

Vonnis in kort geding van 15 maart 2011

in de zaak van

de stichting

STICHTING YMERE,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres bij dagvaarding van 31 januari 2011,

advocaat mr. H.M.G. Brunklaus te Amsterdam,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R.J.C. Bindels te Utrecht.

Partijen zullen hierna Ymere en [gedaagde] worden genoemd.

1. De procedure

Ter terechtzitting van 23 februari 2011 heeft Ymere gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [gedaagde] heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.

Ter zitting waren aanwezig:

Aan de zijde van Ymere: mevrouw [consulent gebiedsbeheer], consulent gebiedsbeheer, met mr. Brunklaus en verder [gedaagde] met mr. Bindels.

2. De feiten

2.1. Ymere is eigenaar van de woning gelegen aan de [adres 4] te [woonplaats] (hierna: de woning).

2.2. Ymere, althans haar rechtsvoorgangster Het Woningbedrijf van de Gemeente Amsterdam, heeft de woning met ingang van 1 november 1993 verhuurd aan de heer [persoon 1] (hierna: [persoon 1]).

2.3. [gedaagde] is de zoon van [persoon 1].

2.4. Uit gegevens van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) blijkt dat [gedaagde] op de volgende adressen heeft ingeschreven gestaan.

03-04-1989 – 28-02-2006 [adres 1], [woonplaats]

28-02-2006 – 19-10-2006 [adres 2], [woonplaats]

19-10-2006 – 02-01-2008 [adres 3], [woonplaats]

02-01-2008 – 20-05-2008 onbekend

20-05-2008 – heden [adres 4], [woonplaats]

2.5. Begin 2009 is [persoon 1] na een herseninfarct opgenomen in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam, waarna hij in verpleeg- en verzorgingshuis De Drie Hoven en vervolgens in Verpleeghuis Slotervaart heeft verbleven.

2.6. Bij brief van 12 mei 2010 aan Ymere heeft mr. Bindels namens [persoon 1] en [gedaagde] een verzoek gedaan om [gedaagde] als medehuurder aan te merken. Ymere heeft het verzoek afgewezen omdat haar niet was gebleken van bijzondere omstandigheden om aan te nemen dat [gedaagde] als medehuurder moet worden aangemerkt. Bovendien was volgens Ymere niet voldaan aan de voorwaarden van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding en van een hoofdverblijf in de woning gedurende minimaal twee jaar, als genoemd in artikel 7:267 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2.7. Bij e-mailbericht van 25 november 2010 heeft Ymere [persoon 1] en [gedaagde] verzocht de huurovereenkomst op te zeggen en de woning leeg en ontruimd op te leveren omdat zij had geconstateerd dat [persoon 1] in een verzorgingshuis was opgenomen en niet meer zou terugkeren in de woning. [persoon 1] noch [gedaagde] hebben op het e-mailbericht gereageerd.

2.8. Bij brief van 7 december 2010 heeft Ymere [persoon 1] en [gedaagde] opnieuw verzocht de huurovereenkomst op te zeggen tegen 1 maart 2011 en de woning voor die datum leeg en ontruimd op te leveren.

2.9. Op 18 december 2010 is [persoon 1] overleden.

2.10. Op 3 januari 2011 heeft mr. Bindels namens [gedaagde] aan Ymere medegedeeld dat [persoon 1] is overleden en heeft hij (opnieuw) verzocht [gedaagde] als medehuurder aan te merken, stellende dat door het overlijden van [persoon 1] artikel 7:268 BW in werking is getreden, waardoor voor medehuurderschap niet langer een minimale duur vereist is, zoals artikel 7:267 BW voorschrijft. Ymere heeft het verzoek afgewezen omdat zij van mening is dat er geen sprake is geweest van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding tussen [persoon 1] en [gedaagde].

2.11. Bij brief van 21 januari 2011 heeft Ymere nogmaals verzocht de woning leeg en ontruimd op te leveren. [gedaagde] heeft niet gereageerd op die brief.

2.12. Op 3 februari 2011 heeft [gedaagde] Ymere gedagvaard voor de kantonrechter en heeft hij verzocht te bepalen dat hij de huurovereenkomst mag voortzetten ingevolge artikel 7:268 lid 2 BW . De dagvaarding is niet aangebracht op een rolzitting bij de kantonrechter. [gedaagde] heeft aangekondigd binnenkort een herstelexploot uit te brengen.

2.13. In een e-mailwisseling tussen mr. Brunklaus en de heer [persoon 2], persoonlijk begeleider bij verpleeghuis Slotervaart, van 8 februari 2011 staat onder meer het volgende.

(…) Beste [persoon 2] (…)

Jij liet mij vandaag tijdens het gesprek in het verpleeghuis weten dat:

1. de heer [persoon 1] na zijn tweede herseninfarct vanuit het verpleeghuis de Drie Hoven in maart 2010 bij jullie is opgenomen, (…)

2. dat nadat de heer [persoon 1] bij jullie was opgenomen tot aan zijn overlijden in december 2010 hij niet meer naar huis is gegaan maar altijd in het verzorgingshuis is gebleven.

3. Dat de zoon van de heer [persoon 1], soms 2x per week zijn vader bezocht, maar hem niet verzorgde en soms ook wekenlang niet bij zijn vader op bezoek kwam, (…)

5. De mededeling van de heer [gedaagde] dat de heer [persoon 1] ook in 2010 voor 50% in zijn huurwoning verbleef en daar overnachtte niet juist is, en ook de mededeling dat de heer [gedaagde] tot aan het overlijden van zijn vader kookte en hem verzorgde, onjuist is.

Zou jij mij kunnen bevestigen dat hetgeen ik hiervoor (…) heb vermeld juist is?

Reactie [persoon 2]:

Dag mevrouw Brunklaus,

Alle punten kloppen. Daarbij kan ik nog doorgeven dat zijn vader op 15-03-2010 bij ons is komen wonen. Ik heb dit uitgezocht bij afdeling zorgzaken. (…)

2.14. In een e-mailbericht van 10 februari 2011 van mevrouw [persoon 3], medewerkster van verpleeg- en verzorgingshuis De Drie Hoven aan mr. Brunklaus staat onder meer het volgende.

(…) Zoals telefonisch afgesproken, mail ik hierbij de gegevens die bij mij bekend zijn, betreffende dhr. [persoon 1] en diens zoon:

- Dhr. [persoon 1] heeft vanaf 30-03-2009 t/m 15-03-2010 in de Driehoven gewoond.

- Volgens de mutaties, is dhr. niet 1 keer mee naar huis geweest met zoon. Bovendien heb ik ook nooit meegemaakt, dat dhr. met zoon mee naar huis is geweest.(…)

- Het is inmiddels bijna een jaar geleden, dat dhr. [persoon 1] in de Driehoven verbleef. Helaas kan ik mij niet meer herinneren, hoe vaak zoon op bezoek kwam. Ik kan u wel vertellen, dat ik niet het idee heb, dat het een mantelzorger is geweest, die veel zorg van zijn vader op zich nam. Ik ga uit van een bezoekfrequentie van gem. 1x per week.

- Ex vrouw van dhr. kwam wel regelmatig op bezoek. Zij was minimaal om de dag aanwezig en verzorgde oa de was van dhr. (…)

3. Het geschil

3.1. Ymere vordert samengevat - ontruiming van de woning aan de [adres 4] te [woonplaats] binnen 8 dagen na betekening van dit vonnis, met machtiging van Ymere om de ontruiming zo nodig zelf op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure, waaronder begrepen salaris advocaat inclusief BTW.

3.2. Ymere heeft ter onderbouwing van haar vordering – samengevat – het volgende gesteld. [gedaagde] verblijft zonder recht of titel in de woning. De huurovereenkomst die zij heeft gesloten met de overleden [persoon 1] eindigt van rechtswege op 28 februari 2011 en [gedaagde] komt niet in aanmerking voor het medehuurderschap. Er zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd en er was geen sprake van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding tussen [gedaagde] en [persoon 1], daarvoor heeft het samenwonen te kort geduurd. [gedaagde] is immers pas in 2008 ingeschreven op het adres van de woning en [persoon 1] is begin 2009 opgenomen in eerst een ziekenhuis en daarna verschillende verpleeghuizen, en is sindsdien niet meer teruggekeerd naar de woning.

3.3. [gedaagde] voert – samengevat – het volgende verweer. Hij is nadat zijn vader door een herseninfarct was getroffen in 2005 bij zijn vader ingetrokken om voor hem te zorgen. [gedaagde] kookte, deed boodschappen, de was en de administratie. Nadat [persoon 1] in januari 2010 voor de tweede maal door een herseninfarct is getroffen verbleef hij nog voor 50% in de woning, aldus [gedaagde]. De andere 50% verbleef hij in het verzorgingshuis en ook daar zorgde [gedaagde] voor hem. Hij bracht hem eten en deed de was voor hem. Er is dus vanaf 2005 sprake van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Overigens is de duur van de samenleving niet relevant, nu artikel 7:268 BW niet de minimumeis van twee jaar stelt.

4. De beoordeling

4.1. Omdat in dit geval sprake is van een procedure waarin een voorlopige voorziening wordt gevorderd, zal de voorzieningenrechter artikel 127a lid 1 en lid 2 Rv- waarin is bepaald dat aan het niet tijdig betalen van het griffierecht consequenties worden verbonden – buiten beschouwing laten. Toepassing van deze bepaling zou immers, gelet op het belang van één of beide partijen bij de toegang tot de rechter, leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

4.2. In een kort geding is een vordering tot ontruiming slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens toewijst en indien van eiseres niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

4.3. Vast staat dat een huurovereenkomst is gesloten tussen (de rechtsvoorgangster van) Ymere en [persoon 1] en dat die huurovereenkomst van rechtswege eindigt in de tweede maand na het overlijden van de huurder, derhalve op 28 februari 2011. Tussen Ymere en [gedaagde] bestaat geen huurovereenkomst. Nu de in 2.11 uitgebrachte dagvaarding niet op de rolzitting van 16 februari 2011 is aangebracht, is op dit moment geen bodemprocedure aanhangig over eventueel medehuurderschap.

4.4. Ter beoordeling is thans of [gedaagde] kan worden veroordeeld tot ontruiming of dat er rekening mee moet worden gehouden dat een bodemrechter - in een eventueel daartoe in te stellen verzoek - zal oordelen dat [gedaagde] het medehuurderschap toekomt op grond van artikel 7:268, lid 2 BW . Daarvoor is vereist dat [gedaagde] zijn hoofdverblijf in het gehuurde heeft en hij met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is van dat laatste geen sprake. De GBA-gegevens van [gedaagde] wijzen er niet op dat [gedaagde] vanaf 2005 in de woning woont. Pas in 2008 is hij ingeschreven op het adres [adres]. Voorts heeft Ymere verklaringen in het geding gebracht van medewerkers van verpleeghuis Slotervaart (de heer [persoon 2]) en verpleeg- en verzorgingshuis De Drie Hoven (mevrouw [persoon 3]) waaruit blijkt dat [persoon 1] in ieder geval vanaf 30 maart 2009 niet meer in de woning heeft gewoond. [gedaagde] heeft daartegenover onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [persoon 1] na begin 2009 nog (50% van de tijd) in de woning heeft gewoond, zoals door [gedaagde] is aangevoerd. Onder deze omstandigheden is voldoende aannemelijk dat [gedaagde] hooguit 10 maanden met [persoon 1] heeft samengewoond. Hoewel prijzenswaardig is dat [gedaagde] het op zich heeft genomen zijn vader te verzorgen, is de duur van 10 maanden naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende om te spreken van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Het komt vaker voor dat een huurder enigszins hulpbehoevend wordt en dat een kind dan bij hem in komt wonen om de huurder te verzorgen. Op een dergelijke situatie doelt artikel 7:267 BW echter niet. Het criterium is dat de huurder met een ander besluit duurzaam samen in wederkerigheid een huishouding te voeren en niet dat die ander de huurder enige tijd verzorgt omdat de huurder hulpbehoevend is geworden. Daarbij speelt eveneens een rol dat een eerder verzoek van [gedaagde] hem als medehuurder aan te merken op grond van artikel 7:267 BW recentelijk door Ymere is afgewezen omdat [gedaagde] niet voldeed aan de vereisten. [gedaagde] heeft bij de kantonrechter geen verzoek aanhangig gemaakt om te bepalen dat hij op grond van artikel 7:267 BW medehuurder zou zijn. Ook om die reden wordt het niet aannemelijk geacht dat [gedaagde] thans wel als medehuurder zal worden aangemerkt nu [persoon 1] is overleden.

4.5. Nu Ymere ter zitting heeft verklaard dat ontruiming wat haar betreft niet eerder dan per 1 april 2011 hoeft plaats te vinden, zal de vordering in die zin worden toegewezen.

4.6. De vordering om [gedaagde] te veroordelen in de eventuele kosten van de ontruiming is eveneens voor toewijzing vatbaar. [gedaagde] zal worden veroordeeld om, indien hij niet vrijwillig aan de veroordeling tot ontruiming voldoet en Ymere de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf bewerkstelligt, de kosten van de ontruiming aan Ymere te betalen, op vertoning van en conform het proces-verbaal van ontruiming van de deurwaarder, waaraan de eventuele nota’s van bij de ontruiming ingeschakelde derden zullen zijn gehecht (een en ander conform artikel 9 lid 3 van het Besluit Tarieven Ambtshandelingen Gerechtsdeurwaarders).

4.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Het salaris van de advocaat wordt gesteld op het forfaitaire bedrag. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding daarvan af te wijken. De kosten aan de zijde van Ymere worden begroot op:

- dagvaarding EUR 82,19

- vast recht 568,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.466,19

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. veroordeelt [gedaagde] om na betekening van dit vonnis uiterlijk op 1 april 2011 de woning aan de [adres 4] te [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken tenzij deze zaken van Ymere zijn, en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Ymere te stellen, met machtiging, voor zover vereist, van Ymere om, zo [gedaagde] mochten nalaten aan deze veroordeling te voldoen, de nakoming daarvan te (doen) bewerkstelligen met behulp van de sterke arm, overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 556 lid 1 en 557 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering,

5.2. veroordeelt [gedaagde], indien hij niet vrijwillig aan de hiervoor gegeven veroordeling tot ontruiming voldoet en Ymere de ontruiming met inschakeling van een gerechtsdeurwaarder zelf bewerkstelligt, aan Ymere de kosten van de ontruiming te voldoen op vertoning van en conform de specificatie van die kosten in het proces-verbaal van ontruiming,

5.3. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Ymere tot op heden begroot op EUR 1.466,19,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Sj.A. Rullmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. L. Oostinga, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2011.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature