E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBAMS:2011:BP9460
LJN BP9460, Rechtbank Amsterdam, 481501 / KG ZA 11-137 SR/LO

Inhoudsindicatie:

Zoon bewoont sociale huurwoning van zijn onlangs overleden vader. Woningbouwvereniging vordert ontruiming. Zoon stelt dat hij in aanmerking komt voor medehuurderschap omdat hij jarenlang bij zijn hulpbehoevende vader heeft ingewoond om hem te verzorgen en dus met vader een duurzaam gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is onvoldoende aannemelijk dat de zoon langer dan 10 maanden bij vader heeft gewoond en dit is “niet voldoende om te spreken van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding. Het komt vaker voor dat een huurder enigszins hulpbehoevend wordt en dat een kind dan bij hem in komt wonen om de huurder te verzorgen. Op een dergelijke situatie doelt artikel 7:267 BW echter niet. Het criterium is dat de huurder met een ander besluit duurzaam samen in wederkerigheid een huishouding te voeren en niet dat die ander de huurder enige tijd verzorgt omdat de huurder hulpbehoevend is geworden.”

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie