E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:RBALM:2007:BB5452
LJN BB5452, Rechtbank Almelo, 06/1435 BESLU N1 A

Inhoudsindicatie:

Het limitatief- imperatieve stelsel van de bouwverordening houdt in dat een aanvraag voor een sloopvergunning slechts mag en moet worden geweigerd in de in artikel 8.1.6 van de bouwverordening opgesomde gevallen. De genoemde gevallen bevatten niet een weigeringsgrond in verband met milieukwaliteitseisen en eisen ten behoeve van de volksgezondheid. Toetsing aan het Blk 2005 dan wel anderszins het in acht nemen van grenswaarden ter zake van luchtkwaliteit is dan ook niet in deze opsomming opgenomen. De bouwverordening verzet zich daarom naar het oordeel van de rechtbank tegen rechtstreekse toetsing van de sloopvergunning aan milieukwaliteitseisen. De rechtbank vindt voor dit oordeel steun in de Nota van Toelichting bij het Blk 2005 (Staatsblad 2005, nr. 316). De relevante passage luidt: “Dat betekent dat de doorwerking van de luchtkwaliteitseisen niet in strijd mag zijn met de opzet en doelstellingen van de wettelijke regeling waarop de bevoegdheden die bestuursorganen uitoefenen, gebaseerd zijn. Gebonden bevoegdheden of bevoegdheden met een wettelijk beperkt afwegingskader komen niet in aanmerking voor het in acht nemen van de luchtkwaliteitseisen. (…) De wettelijke kaders waar de bevoegdheden van de overheden op gebaseerd zijn, zijn dus maatgevend voor de wijze waarop het in acht nemen van de luchtkwaliteitseisen invulling krijgt.” Ook vindt de rechtbank steun voor dit oordeel in de toelichting op de bouwverordening. Blijkens deze toelichting strekken de weigeringsgronden a en b van artikel 8.1.6 van de bouwverordening ertoe een onveilige sloopwijze of een onvoldoende bescherming van andere bouwwerken te kunnen tegenhouden. Het Blk 2005 beschermt naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen belangen waarmee rekening dient te worden gehouden bij de beoordeling van een aanvraag voor een sloopvergunning. Verweerder heeft - mede naar aanleiding van de uitspraak van de voorzieningenrechter - in het bestreden besluit van de voorwaarde inhoudende dat de gesloopte onderdelen met water worden besproeid, gezegd dat deze voorwaarde tot doel heeft om de stofhinder voor de omwonenden te beperken en niet dient om de verspreiding van zwevende deeltjes tegen te gaan en heeft dit nader gemotiveerd. Eisers hebben dit ter zitting in die zin erkend, dat zij hebben gesteld dat het besproeien met water ongeschikt is om fijnstof tegen te gaan. De rechtbank acht deze nadere motivering van verweerder adequaat. Concluderend oordeelt de rechtbank dat het niet in acht nemen van de luchtkwaliteitseisen van het Blk 2005 niet behoort tot de gronden waarop een sloopvergunning geweigerd kan en moet worden en dat de wettelijke regeling inzake het verlenen van zodanige vergunning zich derhalve verzet tegen de toepasselijkheid van het Blk 2005.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie