< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Voor de bewezenverklaarde poging tot moord veroordeelt de rechtbank de verdachte tot 3 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging.

Uitspraak



RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/710676-05

STRAFVONNIS

Uitspraak: 7 november 2006

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1983,

wonende te [plaats],

thans verblijvende in het huis van bewaring te [plaats],

terechtstaande terzake dat:

hij op of omstreeks 01 augustus 2005 te Enschede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, [slachtoffer] één of meerdere keren met een mes (met kracht) in

de borststreek, althans het lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van

dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 01 augustus 2005 te Enschede aan een persoon, genaamd

[slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (een diepe steekwond in de borst,

longperforatie, beschadiging van middenrif en lever en (massaal)

bloedverlies), heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en

rustig overleg, althans opzettelijk één of meerdere keren met kracht met een

mes in de borst te steken;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 01 augustus 2005 te Enschede ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen, met dat opzet na kalm beraad en rustig overleg [slachtoffer] één of

meerdere keren met een mes (met kracht) in de borst, althans het lichaam heeft

gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Gezien de stukken;

Gelet op het onderzoek ter terechtzitting;

Gehoord de vordering van de officier van justitie;

Gelet op de verdediging door en namens verdachte gevoerd;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging begane kennelijke schrijffouten verbeterd, in de bewezenverklaring.

Verdachte wordt daardoor in zijn verdediging niet geschaad.

De rechtbank is door de inhoud van wettige bewijsmiddelen -die in de gevallen waarin de wet aanvulling van dit (verkorte) vonnis met de bewijsmiddelen vereist, in een aan dit vonnis te hechten bijlage zullen worden opgenomen- waarop na te melden beslissing steunt, tot de overtuiging gekomen en acht wettig bewezen dat verdachte het primair in de eerste plaats tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 01 augustus 2005 te Enschede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, [slachtoffer] met een mes (met kracht) in de borststreek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Tot deze beslissing geven reden de in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair in de eerste plaats meer of anders is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het bewezen verklaarde levert op:

wat betreft primair in de eerste plaats, het misdrijf:

"Poging tot moord",

strafbaar gesteld bij artikel 289 jo. 45 van het Wetboek van Strafrecht;

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, terzake het primair in de tweede plaats wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie jaren, met aftrek van het voorarrest, terbeschikkingstelling met dwangverpleging, toewijzing van de civiele vordering en oplegging daarbij van de zogenaamde Terwee-maatregel,

en met verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen messen.

De rechtbank overweegt wat de straf betreft, dat op grond van de aard van het feit, de omstandigheden waaronder dit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, aan verdachte de straf en maatregelen behoren te worden opgelegd, zoals deze hierna zullen worden bepaald.

De rechtbank overweegt voor wat de strafbaarheid van verdachte betreft als volgt:

Het op 6 maart 2006 door W. Postema, psychiater, omtrent verdachte uitgebrachte rapport houdt, zakelijk weergegeven, onder meer in:

Diagnostische overwegingen in beschrijvende zin:

Er is hier sprake van een nog zeer kinderlijke, niet uitgegroeide jonge volwassene, die in meerdere opzichten getraumatiseerd is.

Een agressieve vader en dan nog niet eens zo zeer op hem gericht, maar vooral op zijn bestaanshouvast, zijn moeder. Daarnaast de zeer belastende periode van de vlucht, de start hier in Nederland en het onvermogen van de ouders om hun gezin in deze eenzaamheid structuur in een redelijke vorm te geven. Betrokkene had de drive niet om echt te individueren, de puberteitdriftmatige (agressieve en sexuele) zin door te komen.

In 2000 de nieuwe vlucht naar Enschede, weer een opvangcentrum bij een jongen bij wie de angst steeds meer op de voorgrond komt. Langzaam maar zeker deed hij niets anders dan piekeren, zich terugtrekken in zijn eigen fantasiewereld en werd hij op geen enkele manier gestuwd en gestuurd.

O.a. door de afwezigheid van identificatiemogelijkheden ontwikkelde hij zijn eigen waarheid. Projecties van eigen sexuele verlangens in de richting van het zich daarvoor dankbaar aanbiedende latere slachtoffer, de daarop volgende afstraffing van "de dader" middels de helderziende die hem de situatie voorlegde, waarop natuurlijk maar één ding kon volgen: eerwraak. Agressie, die hij van nature niet in sterke mate in zich heeft en toch gemobiliseerd werd en in die zin is het niet helemaal toevallig dat hij maar één keer stak en direct in paniek weg leek te rennen. Als hij vlak daarna tegen de politie roept "mijn hart, mijn hart", heeft hij het over de gevoelens van verwarring waarin hij dan verkeert.

Forensisch psychiatrische beschouwingen:

Betrokkene is een jonge, volstrekt niet uitgegroeide man met weinig driftlading. Een sterk sociaal isolement waarbij hij uitsluitend gericht is op de drie gezinsleden en met name zijn moeder. Zijn normale sexuele verlangens en gevoelens worden afgeweerd en daarna geprojecteerd op het zich daarvoor aandienende latere slachtoffer, een oudere man en machotype. Deze man is degene die onbedwingbare sexuele verlangens heeft en daarvoor het geliefde zusje op de korrel nam. Onderzochte met zijn geringe zelfgevoel, versterkt door zijn acné, die ook in uiterlijke zin zijn zelfgevoel onderuit haalt. Dit versterkt de tegenstelling en het bovengenoemde proces. Al ten tijde van het beramen van het delict is er al onzekerheid, want hij neemt meerdere messen mee. Na één keer steken rent hij weg. Als hij zegt het slachtoffer slechts "geraakt" te hebben, symboliseert dat niet alleen zijn neiging tot bagatelliseren om zo snel mogelijk naar huis te kunnen, maar tevens de onmacht die op de achtergrond in hem zelf een grote rol speelt. Hij is in feite niet bij machte om werkelijk een gevaar te zijn voor een andere, in fysieke zin, gezonde en goedfunctionerende man.

Beantwoording van de vraagstelling:

Er is bij betrokkene sprake van zowel een gebrekkige, verstandelijke ontwikkeling, als van een geestesstoornis.

In eerste instantie een ruimschoots onvoldoende individuatie en uitgroei, waarbij zijn gebrekkige intellectuele potentieel e.e.a. versterkt. Na een paar jaar onderwijs in Nederland thuisgebleven, geen school, geen werk en in wezen een emotionele partner van zijn moeder. Zijn leven werd steeds meer in beslag genomen door zijn fantasiewereld, door zijn eigen beleven, afweer en primitieve afweermechanismen zoals projecties, introjectie enz. Daarbij werd de afstand tussen fantasie en realiteit zo klein dat hij desintegreerde en psychotisch decompenseerde en een waanstoornis ontstond. In de waanstoornis zag hij het slachtoffer als agressor en moest hij vanuit een soort eerwraakgevoel handelen.

Deze geestesgesteldheid was ook zeker aanwezig ten tijde van het feit waarvan hij wordt verdacht. Opvallend is dat hij in zijn onzekerheid al meerdere messen meeneemt en het illustreert niet alleen de waanstoornis, maar minstens ook het onderliggende geringe zelfgevoel.

Het is duidelijk dat hij op een of andere manier probeert onder de waarheid uit te komen.

Een en ander kan verdachte in sterk verminderde mate worden toegerekend. De waanstoornis is te pregnant om ruimte te laten voor zijn gezonde, cognitieve kanten. Hij kan dus niet inzien wat de feitelijkheid is. Juist diverse verklaringen maken dat rapporteur het idee heeft dat hij op een bepaalde manier wel weet dat het niet klopt en dat maakt dat rapporteur hem niet volledig ontoerekeningsvatbaar beschouwt, maar in sterk verminderde mate.

De kans op herhaling is groot, er is geen sprake van enig inzicht en nu speelt het slachtoffer een rol in de waanstoornis van betrokkene, maar voor hetzelfde geld wordt dat een ander.

Uitgebreidere diagnostiek en medicamenteuze behandeling is van groot belang.

Rapporteur adviseert klinische observatie en wel onder de hoede van een TBS onder voorwaarden.

Uit het omtrent verdachte opgemaakte rapport d.d. 8 maart 2006 door A.W. Knol, GZ-psycholoog blijkt dat verdachte geen medewerking heeft willen verlenen aan de totstandkoming van het rapport, zodat door de psycholoog die in aanhef in dat rapport gestelde vragen niet kunnen worden beantwoord. De psycholoog adviseert verdachte klinisch te laten observeren/onderzoeken in bijvoorbeeld het Pieter Baan Centrum, een FPK of een daartoe aangewezen GGZ-instelling.

Ter terechtzitting van 17 maart 2006 heeft verdachte verklaard aan geen enkel onderzoek meer te willen meewerken en heeft de rechtbank bepaald dat er omtrent verdachte een multidisciplinair rapport zal worden opgemaakt door het Pieter Baan Centrum en dat verdachte in dat kader ter observatie zal worden geplaatst in dat centrum.

Ter zitting van 29 augustus 2006 heeft verdachte -op dat moment verblijvende in het Pieter Baan Centrum- andermaal verklaard geen medewerking te verlenen aan het onderzoek.

Het op 4 oktober 2006 uitgebrachte rapport door P.E. Geurkink, psycholoog en

H.A. Gerritsen, psychiater, beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum, houdt zakelijk weergegeven, in:

als relaas van die psycholoog:

Bij de kennismaking geeft betrokkene plompverloren aan dat hij niet wil meewerken aan het onderzoek. Wanneer ik hem om verduidelijking van zijn standpunt vraag geeft betrokkene te kennen dat hij hier niet meer over wil zeggen. Op meer algemene vragen reageert hij niet.

De volgende ontmoetingen verlopen conform de kennismaking. Hij herhaalt telkens dat hij niet wil meewerken.

Verder laat betrokkene weten dat hij psychisch niet ziek is en dat de psychiater, die hem voor zijn opname in het PBC heeft onderzocht, het bij het verkeerde eind heeft. Het blijkt telkens niet mogelijk zijn weigerachtige standpunt te veranderen.

De indrukken van betrokkene uit de korte contactmomenten in combinatie met de zeer beperkte gegevens uit het milieuonderzoek en de klinische observatie geven onvoldoende gegevens om onderbouwde uitspraken over het psychisch functioneren van betrokkene te doen.

als relaas van die psychiater:

Betrokkene geeft vrijwel onmiddellijk aan het begin van het gesprek gedecideerd aan niet mee te willen werken aan het onderzoek. Dit herhaalt zich in elk contact dat volgt. Eveneens blijft hij persisteren in zijn weigering om een toelichting te geven op het niet willen meewerken.

Als onderzoeker eens amen met de psycholoog betrokkene in zijn cel opzoekt is het beeld niet anders. Ook het herhaaldelijk geven van uitgebreide uitleg over de bedoeling van het onderzoek geeft geen verandering in de opstelling van betrokkene te zien.

Vanwege de weigering van betrokkene om mee te werken aan het onderzoek is onderzoeker niet in staat om hem in psychiatrische zin te onderzoeken en de vraagstelling te beantwoorden.

als gezamenlijke conclusie:

Ten gevolge van betrokkene's weigering om zijn medewerking te verlenen aan het onderzoek hebben ondergetekenden onvoldoende onderzoek kunnen verrichten naar de geestvermogens van betrokkene en zijn zij niet in staat antwoord te geven op de vraag of betrokkene ten tijde van het plegen van het hem tenlastegelegde feit lijdende was aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis zijner geestvermogens noch op de overige in hoofde gestelde vragen.

Voor terbeschikkingstelling geldt de wettelijke voorwaarde dat bij verdachte ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens bestond.

Op grond van het bepaalde in artikel 37a juncto 37 van het Wetboek van Strafrecht kan de rechtbank een terbeschikkingstelling slechts gelasten nadat adviezen zijn overgelegd van tenminste twee gedragsdeskundigen, waaronder een psychiater, die betrokkene hebben onderzocht.

Op grond van het bepaalde in lid 3 van beide gemelde artikelen kan dit vereiste buiten toepassing blijven indien de verdachte weigert medewerking te verlenen aan het onderzoek dat ten behoeve van het advies moet worden verricht. In zodanig geval zal de rechtbank haar oordeel of bij de verdachte tijdens het begaan van het feit een al dan niet gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond moeten vormen zonder over een zodanig advies te beschikken.

De rechtbank mag bij dit oordeel eerdere omtrent verdachte uitgebrachte rapportage betrekken.

In casu beschikt de rechtbank over voormeld rapport van de psychiater Postema waarin antwoord wordt gegeven op de vragen of bij verdachte sprake is van een geestesstoornis of een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens; die geestesgesteldheid ook aanwezig was ten tijde van het begaan van het feit; in welke mate het tenlastegelegde aan verdachte kan worden toegerekend en tenslotte of verdachte gevaarlijk is in de zin van artikel 37a en volgens van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is op grond van voormelde inhoud en de conclusies in dit rapport, welke de rechtbank juist acht, deze overneemt en tot de hare maakt en van hetgeen verder ter terechtzitting omtrent de persoon van verdachte is gebleken, van oordeel dat verdachte ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde feit lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens dat het feit hem slechts in sterk verminderde mate kan worden toegerekend en dat, gezien het feit dat de kans op herhaling groot is, de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat verdachte ter beschikking wordt gesteld.

Anders dan de psychiater Postema is de rechtbank van mening dat hieraan een bevel tot dwangverpleging dient te worden verbonden, nu naar het oordeel van de rechtbank de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen deze verpleging eist.

De rechtbank heeft daartoe als volgt overwogen:

Uit het rapport van psychiater Postema kan de gerechtvaardigde conclusie worden getrokken dat in casu zeer waarschijnlijk sprake zal zijn van een langdurige behandeling van verdachte, aangezien de kans op recidive -onder bepaalde omstandigheden- groot is.

Blijkens de wetgeving is de duur van een terbeschikkingstelling onder voorwaarden gemaximeerd tot vier jaren.

Op grond van artikel 38d, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, vangt een terbeschikkingstelling aan op de dag waarop de rechterlijke uitspraak waarbij zij is opgelegd onherroepelijk is geworden.

Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verdachten, aan wie de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd, vaak gedurende geruime tijd als zogenaamde t.b.s. passant moeten wachten op plaatsing in een kliniek, terwijl de termijn, zoals in voormeld wetsartikel bepaald, dan al wel reeds een aanvan g heeft genomen.

Concreet zou dit in het onderhavige geval betekenen dat er voor verdachte een relatief korte behandelduur resteert hetgeen de rechtbank, gelet op de problematiek aan de zijde van verdachte en het recidivegevaar, als onwenselijk beschouwt, temeer nu verdere behandeling van verdachte na beëindiging van een terbeschikkingstelling onder voorwaarden alsdan uitsluitend op vrijwillige basis zou kunnen geschieden, hetgeen de rechtbank, gelet op de opstelling van verdachte, niet reëel voorkomt.

De rechtbank is van oordeel dat naast bovengenoemde maatregel tevens een gevangenisstraf dient te worden opgelegd.

Daarbij is overwogen dat verdachte een zeer ernstig geweldsdelict heeft gepleegd door het slachtoffer welbewust met een mes in de borst te steken tengevolge waarvan een aantal vitale lichaamsdelen is geraakt als gevolg waarvan, gelet op de inhoud van de zich in het dossier bevindende medische verklaring, het slachtoffer gedurende langere tijd in een levensbedreigende situatie heeft verkeerd. Slechts veelvuldig en langdurig medisch handelen heeft kunnen voorkomen dat het slachtoffer is overleden..

Verder is door een feit als dit, dat zich op de openbare weg heeft voorgedaan in aanwezigheid van burgers, de rechtsorde in hoge mate geschokt.

Vorenstaande brengt de rechtbank ertoe dat aan verdachte een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur behoort te worden opgelegd.

De rechtbank overweegt dat de inbeslaggenomen messen onttrokken dienen te worden aan het verkeer, nu met betrekking tot een van deze messen het feit is begaan en zij als gezamenlijkheid van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

Civiele vordering

De rechtbank overweegt verder, dat [slachtoffer] zich via het in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven formulier ter terechtzitting als benadeelde partij heeft gevoegd in het strafproces, en op de voet van artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave heeft gedaan van de vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij, tot een totaalbedrag van € 7.160,-.

Naar het oordeel van de rechtbank is deze vordering van de benadeelde partij ten dele, aangezien op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade is toegebracht.

De schade bedraagt minder dan het gevorderde bedrag, namelijk € 5.160,-, bestaande uit de volgende bedragen:

-€ 85,- voor kleding;

-€ 75,- voor schriftelijke medische informatieverstrekking (bij schijven van 10 januari 2006 van de raadsman van de benadeelde partij is de vordering met dit bedrag aangevuld);

-€ 5.000,- voor smartengeld,

zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is, met niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in de vordering daar waar deze betrekking heeft op de gevorderde ziekenhuisdaggeldvergoeding.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

De na te melden straf en maatregelen zijn gegrond, behalve op voormelde artikelen, op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36f, 37a en 37b van het Wetboek van Strafrecht .

R E C H T D O E N D E:

Verklaart bewezen, dat het primair in de eerste plaats tenlastegelegde zoals boven omschreven door verdachte is begaan.

Verstaat, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven vermeld.

Verklaart verdachte strafbaar.

Veroordeelt verdachte ter zake daarvan tot een gevangenisstraf voor de tijd van drie jaren.

Beveelt dat de tijd, die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast de terbeschikkingstelling van verdachte, met bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen messen.

Veroordeelt verdachte, terzake van het bewezen feit tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te [adres] van een bedrag groot: € 5.160,-.

Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering.

Legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag groot

€ 5.160,- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer], voornoemd, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 103 dagen zal worden toegepast.

Verstaat dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Bepaalt dat voornoemde benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair in de eerste plaats meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Aldus gewezen door mr. Rikken, voorzitter, mr. Wentink en mr. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van Last, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 7 november 2006.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature