E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:PHR:2019:1449
Parket bij de Hoge Raad, 18/03411

Inhoudsindicatie:

Bijstand van een tolk. Gebruikmaken van een tolk die niet is ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers en het schriftelijk vastleggen van de redenen daarvoor a.b.i. art. 28.4 Wet beëdigde tolken en vertalers. In het p-v van de tz. heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat van de daar aanwezige tolk, die niet is ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers, gebruik is gemaakt omdat een in dat register ingeschreven tolk niet, althans niet tijdig, beschikbaar was. Daarmee heeft het hof, mede gelet op de wetsgeschiedenis van art. 28 Wet beëdigde tolken en vertalers, toereikend de redenen vastgelegd a.b.i. art. 28.4 van die wet. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden, mede in aanmerking genomen dat blijkens het p-v van de tz. in h.b. door of namens verdachte geen bezwaren zijn ingebracht tegen het gebruikmaken van de daar aanwezige tolk. Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie