< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Conclusie AG in zaak over feitelijke leidinggeven aan het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van bij de belastingwet voorziene aangiften, art. 69 AWR. 1. Is de rechtspraak van de HR dat aan het ontbreken van verhoorbijstand tijdens politieverhoren die zijn afgenomen vóór 1 maart 2016 niet het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting kan worden verbonden nog (onverkort) houdbaar in het licht van recente EHRM-uitspraken, zoals Beuze/België en Van de Kolk/Nederland? 2. Voorwaardelijk opzet op de onjuistheid of onvolledigheid van belastingaangiften. 3. Pleitbaar standpunt. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Conclusie



PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer18/02326

Zitting 8 oktober 2019

CONCLUSIE

E.J. Hofstee

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

hierna: de verdachte.

1. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft – na terugwijzing van de zaak door de Hoge Raad – bij arrest van 7 februari 2018 de verdachte wegens “feitelijk leiding geven aan het opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist of onvolledig doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd”, veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een geldboete van € 100.000,00, subsidiair 365 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

2. Namens de verdachte heeft mr. S.J. van der Woude, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur drie middelen van cassatie voorgesteld.

Bewezenverklaring en bewijsvoering

3. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezenverklaard dat:

“A.

[A] (Kamer van Koophandel nummer [001] ) in of omstreeks de periode van 23 december 2005 tot en met 19 oktober 2006 in Nederland, (telkens) opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten de aangiften voor de omzetbelasting (voorzien van OB nr. [002] ) over de maanden november 2005 en december 2005 en januari 2006 en februari 2006 en maart 2006 en april 2006 en mei 2006 en juni 2006 en augustus 2006 en september 2006 onjuist of onvolledig heeft gedaan bij de Inspecteur der belasting/de Belastingdienst Oost/kantoor Apeldoorn, terwijl die feiten ertoe strekten dat te weinig belasting wordt geheven, hebbende die onjuistheid of onvolledigheid telkens hierin bestaan, dat in de aangiftebiljetten betreffende die maanden en/of in de elektronische aangiften betreffende die maanden telkens ten onrechte althans een te hoog bedrag aan terug te vragen omzetbelasting werd vermeld, zulks terwijl hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen.”

4. Het hof heeft deze bewezenverklaring doen steunen op 26, in de aanvulling op zijn arrest opgenomen bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen die het hof heeft genummerd 1 tot en met 3, 6 en 7, en 11 en 12 komen overeen met de door de Hoge Raad in zijn, hiervoor genoemde, terugwijzend arrest als 1 tot en met 7 genummerde bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen die het hof heeft genummerd 16 tot en met 18, en 23 tot en met 26, komen overeen met de door de Hoge Raad in zijn terugwijzend arrest genummerde bewijsmiddelen 10 tot met 16. Ik zal voor de duidelijkheid uit de voormelde aanvulling de bewijsmiddelen 16 tot en met 18 en, voor zover hier van belang, de overige (thans) door het hof gebezigde bewijsmiddelen weergeven:

“4. Een schriftelijke bescheid, zijnde uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, bijlage D/010, voor zover van belang inhoudende:

Dossiernummer: [003]Naam: [B]

Statutaire zetel: Almere

Oude bedrijfsomschrijvingen zoals vastgesteld sinds 01-10-1993 Datum ingang: 21-09-1995

Bedrijfsomschrijving: de exploitatie van een glashandel, glaszettersbedrijf en glassnijderij, de handel in glas en glasproducten, schildersproducten en aanverwante artikelen, en al datgene wat tot het vorenstaande behoort.

Datum ingang: 08-07-2004 Bedrijfsomschrijving: het beheren van vermogen.

5. Een schriftelijke bescheid, zijnde uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, bijlage D/011, voor zover van belang inhoudende:

Dossiernummer: [004] Naam: [C]

Statutaire zetel: Eemnes

Oude bedrijfsomschrijvingen zoals vastgesteld sinds 01-10-1993 Datum ingang: 15-06-2004

Bedrijfsomschrijving: het onderhouden en repareren van warmtetechnische installaties alsmede het installeren daarvan.

Datum ingang: 23-07-2004

Bedrijfsomschrijving: het (doen) onderhouden, installeren alsmede repareren van warmtetechnische installaties.

Datum ingang: 21-10-2004Bedrijfsomschrijving: beheermaatschappij.

Functionarisgegeven uitgetreden functionaris(sen) rechtspersoon Naam: [betrokkene 1]

Geboortedatum en- plaats: [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats] Enig aandeelhouder sedert: 23-01-2006

Uit functie: 25-08-2006.

[…]

8. Een schriftelijke bescheid, zijnde uit een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, bijlage D/141, voor zover van belang inhoudende:

Dossiernummer: [004] Naam: [C]

Statutaire zetel: Eemnes

Werkzame personen: 1

Enige aandeelhouder: [betrokkene 1]

Enige aandeelhouder sedert: 23-01-2006

Bestuurder: [D]

Infunctietreding: 01-02-2006.

9. Een schriftelijk bescheid, zijnde een factuur van 30 mei 2006 van [C] , bijlage D/143, voor zover van belang inhoudende:

Amsterdam

Klant

[A] [a-straat 1] [postcode] Drenten

Factuurdatum: 30/05/2006 Factuurnummer: 20063987

Auto: VW

Model: Passat 2.0 TDI Comfortline Bouwjaar: 19/08/2005

Totaal excl. BTW € 22.689,08BTW (19%) € 4.310,92BPM € 00,00

Totaal incl. BTW € 27.000,00

Hooftkantoor: [b-straat 1] , [postcode] Amsterdam.

[...]

13. Een schriftelijk bescheid, zijnde een overzicht van facturen van [B] , bijlage D/163 (waarna het overzicht volgt, A-G).

14. Een schriftelijk bescheid, zijnde een overzicht van facturen van [C] , bijlage D/164 (waarna het overzicht volgt, A-G).

15. Een schriftelijk bescheid, zijnde een overzicht van facturen van [C] , bijlage D/172 (waarna het overzicht volgt, A-G).

16. De verklaring van verdachte van 18 oktober 2007, als opgenomen in het door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voornoemd op 18 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-3, voor zover van belang inhoudende:

Op een goede dag kwam [betrokkene 2] met [betrokkene 3] op de koffie bij mij in het bedrijfspand. De eerste auto die ik van [betrokkene 3] kreeg, ik weet het nog heel goed, was een Volkswagen Touareg. [betrokkene 3] vertelde dat hij honderden auto's uit Duitsland haalde, samen met zijn zoon. Hij had vroeger in de Campers gezeten, maar dat was een beetje over. Hij had geen klanten in de buurt, want ik wilde dat gedoe met die concurrentie liever niet. Maar [betrokkene 3] had zijn andere klanten voornamelijk in het Apeldoornse.

De afspraak werd gemaakt dat ik de auto's van hem in consignatie zou krijgen.

Ik kreeg bij die eerste auto een factuur van [B] , en ik weet nog dat ik aan [betrokkene 3] heb gevraagd: dat ben je toch niet? [betrokkene 3] vertelde me toen dat [B] de zaak was waaronder hij werkte. Ik mocht het natrekken bij de Kamer van Koophandel en ik heb het BTW nummer gecontroleerd. Het klopte allemaal volgens mij. Ik zag wel gelijk dat [betrokkene 3] niet in het uittreksel van de KvK stond. Ik heb wel een kopie van het rijbewijs van de directeur van [B] gevraagd en die heb ik persoonlijk overhandigd gekregen van [betrokkene 3] .

Later kwam [betrokkene 3] ineens met [C] Ook van [C] heb ik een rijbewijs van de statutair directeur gekregen van [betrokkene 3] .

Ik had op een gegeven moment wel in de smiezen, dat mijn inkoopprijs niet kon kloppen, als je de prijzen zag waarvoor de auto’s op internet stonden. Ik heb zelfs wel eens aan [betrokkene 3] gevraagd of hij wat met de BTW deed.

Ik zat zo in het net verweven, dat ik toch die auto’s weer liet staan. Het was en bleef natuurlijk commercieel goede handel.

Verbalisanten: Tonen gehoorde een 12-tal systeemuitdraaien omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende [A] met fiscaal nummer [005] over de maanden januari 2006 tot en met december 2006.

Tonen gehoorde verder een 4-tal systeemuitdraaien omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende [A] met fiscaal nummer [005] over de maanden januari 2007 tot en met april 2007.

Tonen gehoorde verder een 4-tal systeemuitdraaien omzetbelasting van de Belastingdienst betreffende [A] met fiscaal nummer [006] (Periode fiscale eenheid omzetbelasting) over de maanden mei tot en met augustus 2007.

Vragen gehoorde wie de aangiftebiljetten die daaraan ten grondslag liggen heeft opgemaakt, elektronisch verzonden en digitaal ondertekend heeft.

Gehoorde:

Mijn boekhouder, [betrokkene 4] heeft de aangiftebiljetten opgemaakt die hieraan ten grondslag liggen. Elke maand maakt mijn zoon een map klaar met alle inkoop- en verkoopfacturen die hij aan mijn boekhouder geeft. Die maakt daar dan de aangifte omzetbelasting van. Mijn boekhouder heeft van mij de elektronische handtekening en de codes gekregen om dat te kunnen doen.

Verbalisanten:

Wie is er volgens u verantwoordelijk voor de juistheid en volledigheid van de aangiften Omzetbelasting ten name van [A] over de periode november 2005 tot en met heden?

Gehoorde:

Ik ben daarvoor volledig als enige verantwoordelijk.

Ik heb inkoopprijzen van auto’s gekregen van [E] , [C] en [B] , eigenlijk van [betrokkene 5] en [betrokkene 3] dus, die gewoon niet konden als je de prijs ziet waarvoor die auto’s in Duitsland aangeboden werden. Hoe het precies zat wist ik niet. Toen [C] begon, kreeg ik echt het idee dat het niet goed zat. Dat vond ik heel vreemd. Dat zal ongeveer mei juni 2006 geweest zijn. Je houdt jezelf dan nog weer voor de gek, en ik heb gedacht, ach die kampers zullen het wel anders regelen.

Het is ook een kwestie geweest van de kop in het zand steken. Ik wist natuurlijk wel voor welke prijzen die auto’s in Duitsland op internet aangeboden werden. Ik kocht en koop ook zelf nog in, in Duitsland. Ik kon de auto’s in Duitsland nooit krijgen voor het geld waarvoor [betrokkene 5] en [betrokkene 3] de auto’s aan mij verkochten.

17. De verklaring van verdachte van 18 oktober 2007, als opgenomen in het door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voornoemd op 18 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-4, voor zover van belang inhoudende:

Verbalisanten:

Tonen gehoorde een factuur van [B] d.d. 20-3-2006 aan [A] met factuurnummer 855439 betreffende een Audi A4 2.O TDI voor een bedrag van € 24.000,-. inclusief BTW. Vragen gehoorde om welke auto dit gaat, en wie er hier heeft getekend voor voldaan.

Gehoorde:

Nu jullie mij vragen wat ik hier van de prijzen vindt, moet ik zeggen dat er een gat tussen zit van 1.900 euro, dat ik de auto goedkoper heb gekregen van [betrokkene 3] dan waarvoor die wagen op het Internet stond. Het was een mooie auto, daar zat geen schade op. Dan is een korting van 1.900 euro aan de hoge kant. [betrokkene 3] heeft dan nog niets verdiend, en ook de ophaalkosten zijn dan nog niet berekend.

18. De verklaring van verdachte van 19 oktober 2007, als opgenomen in het door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voornoemd op 19 oktober 2007 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-5, voor zover van belang inhoudende:

Toen ik velgen ophaalde op het kamp, veertien dagen geleden, kwam ik [betrokkene 6] tegen. Er stond een busje in de weg, en [betrokkene 6] kwam naar buiten. Hij was aan het verbouwen. Heel die woonwagen werd verbouwd, een nieuwe keuken en badkamer gingen erin. Die woont dus gewoon op het kamp in Nederland. Dan bedoel ik het kamp in Apeldoorn aan de [c-straat] . Ik moet wel toegeven dat ik eigenlijk wel wist, en zeker had moeten weten, dat er iets niet goed zat met de BTW op de facturen die ik heb gekregen van [B] , [C] en [E] . Zoals ik al gezegd heb, zijn de inkoopprijzen waarvoor [betrokkene 5] en [betrokkene 3] mij de auto’s aan kon bieden zo laag, vergeleken met de prijzen waarvoor die auto’s op internet staan, dat het niet om kortingen kan gaan. Ik ben doorgegaan, omdat het toch heel interessante handel was, waaraan ik goed kon verdienen. Ik heb mijn kop in het zand gestoken, door mezelf wijs te maken dat die kampers wel iets zouden kunnen met belastingen wat normaal niet kan.

19. De verklaring van verdachte van 15 januari 2008, als opgenomen in het door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voornoemd op 15 januari 2008 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V7-8, voor zover van belang inhoudende:

Verbalisanten:

Heeft u nog iets toe te voegen aan uw verklaring?

Gehoorde:

"Ik heb het een en ander met mijn advocaat nog eens samengevat en op papier gezet. Ik wilde nog wat aspecten toevoegen aan mijn verklaring, en om een en ander nog eens in de juiste volgorde te zetten. Ik stel deze verklaring, gedateerd op 15 januari 2008 hierbij vrijwillig aan jullie ter beschikking voor het onderzoek.

20. Een schriftelijk bescheid, zijnde een verklaring van verdachte, gedateerd op 15 januari 2008, voor zover van belang inhoudende:

Van 17 oktober 2007 tot 5 november 2007 heb ik een aantal verklaringen afgelegd. Inmiddels ben ik in de gelegenheid geweest de processen-verbaal daarvan zorgvuldig door te lezen. Aan mijn eerdere verklaringen wil ik nog het volgende toevoegen en verduidelijken.

In 2005 heb ik de eerste auto's gekocht van de heren [betrokkene 3] en [betrokkene 5] . De facturen die ik van hen kreeg waren afkomstig van [B] [betrokkene 3] en [betrokkene 5] werkten - naar eigen zeggen – samen met dit bedrijf. Ten behoeve van mijn eigen administratie heb ik vervolgens het BTW-nummer geverifieerd en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel opgevraagd. Daarnaast kreeg ik een kopie van het legitimatiebewijs van de directeur van de onderneming. In die tijd kwamen [betrokkene 3] en [betrokkene 5] zelf met auto's, die zij aan mij wilden verkopen.

Op enig moment zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 5] samen gaan werken met [C] en kreeg ik facturen van deze B.V. Ook daarvoor heb ik wederom een aantal aspecten geverifieerd (het BTW-nummer, uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel, kopie legitimatiebewijs directeur). Naast de auto's die [betrokkene 3] en [betrokkene 5] zelf meenamen, heb ik in deze periode soms ook aan [betrokkene 3] en [betrokkene 5] gevraagd of zij mij een bepaald model auto konden leveren, indien een klant een specifieke wens had.

Daarna zijn [betrokkene 3] en [betrokkene 5] hun eigen bedrijf gestart, [E] . Ik heb wederom het BTW-nummer gecontroleerd en een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel opgevraagd. Het voordeel van [E] was dat ik in het vervolg altijd per bank kon betalen. Dat vond ik praktischer dan de contante betalingen aan [B] en (deels) aan [C]

Medio 2006 hoorde ik ‘in de wandelgangen’ van BTW-fraude in de autobranche. Ik heb me wel eens afgevraagd of dat bij [betrokkene 3] en [betrokkene 5] ook zou kunnen spelen. Het was slechts een gevoel. Ik heb [betrokkene 3] en [betrokkene 5] daar wel eens mee geconfronteerd.

Ik heb deze aanvulling op schrift gesteld, zodat u deze verklaring kunt hechten aan het proces-verbaal van verhoor van 15 januari 2008.

21. De verklaring van [betrokkene 1] van 21 januari 2008, als opgenomen in het door [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , voornoemd op 21 januari 2008 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal, bijlage V9-1, voor zover van belang inhoudende:

Verbalisanten:

U bent hier vrijwillig verschenen na uitnodiging onzerzijds om gehoord te worden over uw rol met betrekking tot [C] . Wat kunt u daarover verklaren?

Gehoorde:

"Ik heb daarover al eerder verklaard in Haarlem. Ik heb op internet gezocht naar een B. V. Dat ging om [C] De man van wie ik het gekocht heb, zei dat het ging om een schone B. V. Die B. V. heb ik vervolgens gekocht. Ik weet niet meer wie het was, ik heb hem alleen nog eens gezien bij de notaris. Volgens mij was het een tussenpersoon.".

Verbalisanten:

Houden gehoorde zijn eerder afgelegde verklaring voor ter zake van [C] :

"Ik was in Beverwijk op de Zwarte Markt en ontmoette daar een Afghaanse man, ene [betrokkene 7] , die mij vertelde dat hij een kennis had die iemand zocht voor een bedrijf. Deze kennis van hem zou in Leiden zitten. In Leiden, bij een hotel of een kantoorgebouw, heb ik een Afghaanse man ontmoet, volgens mij ene [betrokkene 8] of [betrokkene 8] . Deze Afghaanse man zei mij dat hij in Leiden een kantoor had en hij zou voor mij iets gaan verdienen in een bedrijf. Ik zou, als alles goed zou gaan, € 200,- per maand contant krijgen van hem. Eerlijk gezegd hoefde ik daar niets voor te doen, niet anders dan alleen het bedrijf maar op mijn naam te nemen. Dat bedrijf moest ik wel zelf regelen. Ik ben gaan zoeken op internet om een bedrijf te vinden. Uiteindelijk ben ik terechtgekomen bij de eerdere eigenaar van [C] . Ik heb dit bedrijf van hem overgenomen zonder dat ik ervoor hoefde te betalen. Ik ben alleen naar een notaris in Zwartsluis geweest en heb daar de papieren ondertekend waarmee ik directeur/eigenaar werd van [C] . Daar kreeg ik van de vorige eigenaar € 500,- contant uitbetaald. De notaris heb ik niet betaald. De reiskosten naar Zwartsluis, ik ben met de auto gegaan, heb ik zelf betaald. Van [C] heb ik toen geen administratie gekregen en ik wist niet of er een schuld in deze B.V. zat. Volgens de toenmalige eigenaar zou het een schone B.V. zijn.Vervolgens ben ik naar de ABN/AMRO-bank gegaan, volgens mij was dat in Amsterdam. Daar heb ik eerst één bankrekening geopend. Daarbij kreeg ik een bankpasje en dat bankpasje heb ik afgegeven aan de Afghaan, ene [betrokkene 8] of [betrokkene 8] . Deze persoon heb ik drie of vier keer gezien. In totaal zal ik circa € 3.000,- in contanten van hem hebben gekregen.

Met [C] heb ik verder zelf niets gedaan."Vragen gehoorde of hij bij deze verklaring blijft.

Gehoorde:Ja, deze, verklaring die ik eerder heb af gelegd, geeft weer hoe het gegaan is met [C] ”.

Verbalisanten:

Wat is er uiteindelijk met [C] gebeurd?

Gehoorde:

"Die heb ik na een tijdje verkocht. Ik had gehoord dat er veel blanco facturen van [C] in omloop waren. Ik wist op een gegeven moment, dat als je een B.V. op je naam hebt, dat je alle verantwoordelijkheid krijgt. Ik dacht dus als ik die B.V. weer verkoop, is de nieuwe directeur verantwoordelijk voor alles. Daarom heb ik de B. V. weer verkocht.

Ik heb de B. V. niet echt verkocht, maar gegeven. Ik heb er geen geld voor gehad.

Bij de notaris in Zwartsluis heb ik [C] overgedragen aan [betrokkene 9] . Ik was samen met [betrokkene 9] naar die notaris gegaan.”.

22. De verklaring van [betrokkene 9] van 12 maart 2008, als opgenomen in het door [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , opsporingsambtenaren Belastingdienst/FIOD-ECD, op 12 maart 2008 op ambtseed opgemaakt proces-verbaal, bijlage V11-1, voor zover van belang inhoudende:

Vraag:

Bent u als directeur/eigenaar van [C] betrokken geweest bij activiteiten op het gebied van de in- en verkoop van auto's en, zo ja, heeft u daaromtrent ook facturen van [C] opgemaakt en aan derden afgegeven?

Antwoord:

Ik heb er totaal niets mee gedaan.

Ik werd benaderd door een paar jongens die ik kende, dat was in een kroeg [F] in Kampen. Dat betrof ene [betrokkene 10] , ene [betrokkene 11] , ene [betrokkene 12] en een oude man, genaamd [betrokkene 13] .

Door [betrokkene 10] werd ik benaderd met de vraag of ik voor een paar dagen directeur van een B.V. wilde worden. Ik zou daar € 500,- voor krijgen. Ik heb ingestemd omdat ik blij was dat ik een paar centjes kreeg en ben met hem naar Zwolle gegaan en daar ontmoette ik bij de Kamer van Koophandel een voor mij onbekende persoon die later [betrokkene 1] bleek te zijn.

Met [betrokkene 1] ben ik daar naar binnen gegaan en daar heb ik mij gelegitimeerd en formulieren ingevuld. Ik kreeg daar papieren mee, maar die heb ik aan [betrokkene 1] afgegeven. Van hem kreeg ik toen € 500,- in contanten die hij eerst uit een pinapparaat in Zwolle haalde. Ik was er bij toen hij dat deed.[betrokkene 10] heeft mij vervolgens naar Kampen gebracht en mij afgezet bij een ex-vriendin van mij. [betrokkene 1] is zelf vertrokken in een auto.

Deze [betrokkene 1] heb ik kort daarna weer gezien bij een notaris in Zwartsluis. Ik ben opgehaald door [betrokkene 10] en naar de notaris gebracht. Daar moest ik ook formulieren tekenen. [betrokkene 1] heeft de notaris betaald. Dat heb ik zelf gezien. Volgens mij was het circa € 600,-. Bij de notaris heb ik ook nog geld van [betrokkene 1] gekregen. Ik weet niet meer of dat € 200,- of € 500,- was.

Daarna heb ik deze [betrokkene 1] nog wel eens gezien is Osdorp. Dat ging om een bankpasje dat ik van hem in ontvangst genomen heb. Er was een bankrekening van [C] en die moest ook op mijn naam gezet worden.

Dat heb ik ook nog gedaan in Amsterdam bij de ABN/AMRO-bank. Daar moest ik ook formulieren tekenen en vervolgens kreeg ik een bankpas. Die heb ik afgegeven aan [betrokkene 1] . Met deze rekening heb ik niets gedaan.

Die dag ben ik samen met mijn vriendin naar Amsterdam gegaan.

Op dat moment heb ik niet beseft dat ik hiermee iemand de gelegenheid heb gegeven om dingen te doen met dit bedrijf, waarvan ik op papier de eigenaar was, die niet mogen en dat ik daarvoor dan aansprakelijk zou zijn.

Met de handel in auto's heb ik niets te maken gehad en facturen van [C] betreffende deze handel heb ik niet opgemaakt of aan anderen gegeven.

Vraag:

Welke activiteiten heeft u gedaan met [B] ?

Antwoord:

Met deze firma heb ik ook niets gedaan, ik heb daar alleen bij de Kamer van Koophandel iets getekend en meer niet. [betrokkene 13] heeft mij in Kampen opgehaald en samen zijn we naar de Kamer van Koophandel gegaan en later heeft hij mij weer teruggebracht. Van [betrokkene 13] heb ik volgens mij € 400,- gekregen. Hiervoor ben ik nooit bij een notaris geweest.

[…].”

5. Voorts heeft het hof het volgende overwogen (de voetnoten zijn door mij, A-G, vernummerd):

“Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman heeft overeenkomstig zijn overgelegde pleitnota’s vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

Het hof is van oordeel dat het door en namens verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het ten laste gelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

In het dossier is een ambtsedige verklaring voorhanden van een ambtenaar van de Belastingdienst waarin de handelwijze door verdachte en zijn medeverdachten kort uiteen is gezet. Hierin is onder meer vermeld dat er auto’s vanuit Duitsland intracommunautair werden geleverd naar Nederland. De Duitse bedrijven factureerden hun intracommunautaire leveringen aan diverse Nederlandse bedrijven, waaronder [B] en [C] . Van deze bedrijven zijn facturen aangetroffen bij het bedrijf [A] .

Op de facturen op naam van [B] en [C] is 19% omzetbelasting vermeld. Deze omzetbelasting is door [A] in haar aangiften als voorbelasting in aftrek gebracht. [B] en [C] droegen geen omzetbelasting af.

Door de Belastingdienst/Randmeren/kantoor Apeldoorn, zijn aan [A] aangiftebiljetten omzetbelasting toegezonden dan wel uitgereikt over de maanden november 2005 tot en met augustus 2007, welke aangiften werden terugontvangen van [A] op of omstreeks 23 december 2005 tot en met 28 september 2007. De aangiften omzetbelasting zijn door [A] in de maanden mei en juni 2007 op het omzetbelastingnummer [007] ingediend en in de overige maanden op omzetbelastingnummer [008] . Het fiscale nadeel over de periode november 2005 tot en met augustus 2007 voor de omzetbelasting is door de belastingdienst vastgesteld op een bedrag van € 875.716,-. Het betrof onder meer de facturen op naam van [B] over de periode 2005 en 2006 en de facturen op naam van [C] over de periode 2006.

In het dossier bevinden zich prints van de elektronische aangiften omzetbelasting van [A] met omzetbelastingnummer [009] over de maanden november 2005 en december 2005. Tevens zijn er prints over de maanden januari 2006 tot en met augustus 2007, waarbij de maanden mei en juni 2007 zijn aangegeven op omzetbelastingnummer [010].

Gedurende de hele onderzoeksperiode waren alle aandelen van [A] , [G] en [H] direct, dan wel middellijk, in handen van [verdachte] , die ook steeds bestuurder is geweest.

In de administratie van [A] zijn facturen met omzetbelasting aangetroffen van onder meer [B] [C]

De omzetbelasting vermeld op de voormelde facturen op naam van [B] en [C] is als voorbelasting opgenomen in de aangiften omzetbelasting van [A]

In het dossier bevinden zich onder meer de volgende getuigenverklaringen.

Getuige [betrokkene 9] heeft als directeur/eigenaar van [C] verklaard dat hij in een kroeg in Kampen is benaderd met de vraag of hij voor een paar dagen directeur wilde worden van een B.V.. Hij zou daar € 500,- voor krijgen. Hij heeft daarmee ingestemd. Hij is naar de Kamer van Koophandel in Zwolle gegaan, waar hij een onbekend persoon heeft ontmoet die later [betrokkene 1] bleek te zijn. Hij heeft daar papieren ingevuld en deze vervolgens aan [betrokkene 1] afgegeven, waarna hij van [betrokkene 1] € 500,- in contanten kreeg. [betrokkene 1] heeft hij daarna weer gezien bij een notaris in Zwartsluis, waar hij nog formulieren moest tekenen. Daarna heeft hij [betrokkene 1] nog een keer ontmoet, omdat er een bankrekening van [C] op zijn naam gezet moest worden. Dat heeft hij ook gedaan bij de ABN-AMRO in Amsterdam en de bankpas heeft hij vervolgens aan [betrokkene 1] afgegeven. Met de autohandel van [C] en het opmaken of aan anderen geven van facturen van [C] heeft hij niets van doen gehad.Voorts heeft [betrokkene 9] verklaard dat hij niets heeft gedaan met [B] , hij alleen bij de Kamer van Koophandel iets heeft getekend en dat hij € 400,- heeft ontvangen van [betrokkene 13] .

Getuige [betrokkene 1] heeft verklaard dat hij in Beverwijk op de Zwarte Markt was en daar een Afghaanse man, ene [betrokkene 7] , heeft ontmoet. Deze man had een kennis die iemand zocht voor een bedrijf. Deze kennis van hem zou in Leiden zitten. In Leiden ontmoette hij ene [betrokkene 8] of [betrokkene 8] .

Deze Afghaanse man had in Leiden een kantoor en hij zou voor [betrokkene 1] iets gaan verdienen in een bedrijf. [betrokkene 1] zou, als alles goed zou gaan, € 200,- per maand contant krijgen van hem. Hij hoefde alleen het bedrijf op zijn naam te nemen. Dat bedrijf moest hij wel zelf regelen. Hij heeft op internet gezocht om een bedrijf te vinden. Uiteindelijk was hij terechtgekomen bij de eerdere eigenaar van [C] . Hij had dit bedrijf van hem overgenomen zonder dat hij ervoor hoefde te betalen. Hij was alleen naar een notaris in Zwartsluis geweest en heeft daar de papieren ondertekend waarmee hij directeur/eigenaar werd van [C] . Daar kreeg hij van de vorige eigenaar € 500,- contant uitbetaald. Van [C] heeft hij toen geen administratie gekregen en hij wist niet of er een schuld in deze B.V. zat. Volgens de toenmalige eigenaar zou het een schone B.V. zijn.

Vervolgens is hij naar de ABN/AMRO-bank in Amsterdam gegaan. Daar had hij eerst één bankrekening geopend. Daarbij kreeg hij een bankpasje en dat bankpasje heeft hij afgegeven aan de Afghaan, ene [betrokkene 8] of [betrokkene 8] . In totaal heeft hij circa € 3.000,- in contanten van hem gekregen. Met [C] had hij verder zelf niets gedaan.

[betrokkene 1] heeft voorts verklaard dat hij [C] na een tijdje heeft verkocht. Hij heeft de B.V. niet echt verkocht, maar gegeven. Hij heeft er geen geld voor gekregen.

Van 23 januari 2006 tot 15 juli 2006 was [betrokkene 1] bestuurder van [C] .

Opzet

Verdachte heeft op 18 oktober 2007 onder meer verklaard dat [betrokkene 3] op een gegeven moment bij hem is geweest en heeft verteld dat hij, [betrokkene 3] , auto’s uit Duitsland haalde. De afspraak werd gemaakt dat hij auto’s van [betrokkene 3] in consignatie zou krijgen. Bij de eerste auto kreeg hij een factuur van [B] en hij heeft toen aan [betrokkene 3] gevraagd: “Dat ben jij toch niet?”. [betrokkene 3] vertelde hem toen dat [B] het bedrijf was waaronder hij werkte. Verdachte heeft dat gecontroleerd bij de Kamer van Koophandel (verder: KvK) en hij heeft toen ook gezien dat [betrokkene 3] niet in het uittreksel van de KvK stond. [betrokkene 3] had hem echter wel een kopie van het rijbewijs van de directeur van [B] overhandigd. Later kwam [betrokkene 3] met [C] en hij vertelde toen dat hij wel met meer bedrijven, B.V.’s, werkte en dat het allemaal wel goed zat. Ook van [C] heeft verdachte een (kopie van het) rijbewijs van de statutair directeur gekregen van [betrokkene 3] .

Voorts heeft verdachte op 18 oktober 2007, nadat verbalisanten aan hem een factuur toonden van [B] d.d. 20 maart 2006 aan [A] , met factuurnummer 855439 betreffende een Audi A4 2.0 TDI voor een bedrag van € 24.000,- inclusief BTW, onder meer verklaard dat er een gat zit van € 1.900,- en dat hij de auto goedkoper heeft gekregen van [betrokkene 3] dan waarvoor die wagen op het internet stond. Het was een mooie auto zonder schade. Dan is een korting van € 1.900,- aan de hoge kant.

[betrokkene 3] heeft dan nog niets verdiend en ook de ophaalkosten zijn dan nog niet berekend.

Verder heeft verdachte op 19 oktober 2007 onder meer verklaard dat hij moet toegeven dat hij eigenlijk wel wist, en zeker had moeten weten, dat er iets niet goed zat met de BTW op de facturen die hij heeft gekregen van onder meer [B] en [C]

De inkoopprijzen waarvoor de auto’s aan verdachte werden aangeboden waren zo laag, dit in vergelijking met de prijzen waarvoor die auto’s op internet staan, dat het niet om kortingen kon gaan. Verdachte is doorgegaan omdat het toch heel interessante handel was, waaraan hij goed kon verdienen.

[betrokkene 3] komt in de uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van [B] en [C] niet voor. [betrokkene 5] komt evenmin in die uittreksels voor.

Verdachte handelde aldus in persoon met [betrokkene 3] waarvan hij wist dat hij op het woonwagenkamp in Apeldoorn woonachtig (en gevestigd) was. Hij heeft ook persoonlijk het kamp bezocht. Het faxverkeer met [betrokkene 3] verliep ook via een faxnummer in Apeldoorn. [betrokkene 3] beschikte (in Apeldoorn) niet over een reguliere bedrijfsinrichting.

Desalniettemin accepteerde (en verwerkte) verdachte facturen op naam van [B] en [C] terwijl:

- [betrokkene 3] en [betrokkene 5] niet in de Kamer van Koophandel geregistreerd stonden als bestuurder of gevolmachtigde van die vennootschappen;

- [B] - zoals de naam al aanduidt - als bedrijfsomschrijving “Exploitatie van een glashandel” et cetera had, gevolgd door “Het beheren van vermogen”; - [B] volgens de facturen gevestigd zou zijn in Kampen;

- [C] als bedrijfsomschrijving “Het (doen) onderhouden, installeren alsmede repareren van warmtetechnische installaties” had, gevolgd door “Beheermaatschappij”;

- [C] volgens het uittreksel Kamer van Koophandel (slechts) één ( 1 ) werkzame persoon had met als bestuurder “ [D] ”;

- [C] volgens de facturen haar hooftkantoor (facturen 30 mei 2006) in Amsterdam had en volgens het uittreksel van de Kamer van Koophandel haar statutaire zetel in Eemnes;

- De aan verdachte getoonde kopieën van identiteitsbewijzen personen betroffen waarmee verdachte nimmer heeft gehandeld noch contact heeft gehad of gezocht.

Vorenstaande in onderlinge verband en samenhang beschouwd komt het hof tot de conclusie dat verdachte in de periode december 2005 tot en met oktober 2006 bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij valse facturen accepteerde en verwerkte: deze facturen betreffen geen door de beide vennootschappen aan verdachtes vennootschap(pen) geleverde goederen, zodat daardoor geen recht op aftrek van BTW kan ontstaan. Door desalniettemin deze BTW in de aangiften omzetbelasting af te trekken heeft hij vervolgens bewust de aanmerkelijke kans op het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting aanvaard.”

Het eerste middel: verhoorbijstand en bewijsuitsluiting

6. Het eerste middel klaagt dat het hof in strijd met een gevoerd verweer de verklaringen die de verdachte op 18 en 19 oktober 2007 bij de FIOD heeft afgelegd voor het bewijs heeft gebruikt (bewijsmiddelen 16-18), waardoor het recht van de verdachte op bijstand van een advocaat en zijn recht op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM zijn geschonden.

7. Het hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:

“Salduz-verweer

De verdediging heeft bepleit dat de verklaringen van verdachte die op 17 oktober 2007 zijn afgelegd bij de FIOD moeten worden uitgesloten van het bewijs, omdat verdachte voorafgaand aan deze verhoren niet is gewezen op zijn recht op rechtsbijstand.

Nu het hof de verklaringen die verdachte op 17 oktober 2007 bij de FIOD heeft afgelegd niet zal bezigen tot het bewijs, behoeft het verweer tot uitsluiting van het bewijs van die verklaringen geen verdere bespreking.

Voorts heeft de verdediging betoogd dat de, ná consultatie van een advocaat, afgelegde verklaringen van verdachte bij de FIOD tevens moeten worden uitgesloten van het bewijs, nu deze verklaringen voortbouwen op de verklaringen van 17 oktober 2007 en verdachte tijdens de verhoren op geen enkel moment is bijgestaan door een advocaat.

In zijn arresten van 22 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3608) en 6 september 2016 (ECLI:NL:HR:2016:2018) heeft de Hoge Raad onder meer overwogen dat:- met ingang van 1 maart 2016 toepassing zal worden gegeven aan de regel dat een verdachte het recht heeft op bijstand van een advocaat tijdens zijn verhoor door de politie;- voornoemde regel betreffende rechtsbijstand niet met terugwerkende kracht geldt, maar alleen voor toekomstige gevallen, namelijk vanaf het wijzen van het arrest van 22 december 2015;- bij wijze van overgangsrechtelijke regel in de periode van 22 december 2015 tot 1 maart 2016 aan het verzuim van verhoor bijstand niet het rechtsgevolg van bewijsuitsluiting wordt verbonden.

Gelet op voornoemde arresten van de Hoge Raad is het hof van oordeel dat er voor verdachte, ten tijde van zijn verhoren bij de FIOD in het jaar 2007, geen recht op verhoorbijstand bestond. Het hof overweegt voorts dat niet door de verdediging is gesteld dat verdachte om bijstand van een advocaat heeft gevraagd, maar die bijstand niet heeft gekregen. Het hof overweegt verder dat de latere verklaringen van verdachte (na 17 oktober 2007) niet rechtstreeks het gevolg zijn van de eerste twee verklaringen van verdachte (op 17 oktober 2007). Het stond verdachte immers vrij om - na raadpleging van zijn advocaat zoals is gebeurd - zijn proceshouding te wijzigen, bijvoorbeeld door zich tijdens zijn latere verhoren te beroepen op zijn zwijgrecht. Het verweer van de verdediging wordt daarom verworpen.”

8. In de onderhavige zaak heeft de Hoge Raad het eerder door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, gewezen arrest vernietigd, onder meer omdat het hof de verklaringen die de verdachte op 17 oktober 2007 bij de FIOD had afgelegd voor het bewijs had gebruikt. Die verklaringen legde de verdachte af vóórdat hij een raadsman had kunnen consulteren. Het hof gaf destijds blijk van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat in het midden kon blijven of de verdachte voorafgaand aan de verhoren door ambtenaren van de FIOD op 17 oktober 2007 in de gelegenheid was gesteld een raadsman te raadplegen daar hij ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep had verklaard bij zijn ten overstaan van ambtenaren van de FIOD afgelegde verklaringen te zullen blijven, en dat hij daarom bij bewijsuitsluiting geen belang had. Nu, na cassatie en terugwijzing van de zaak, heeft het hof de voorafgaand aan consultatie van een raadsman door de verdachte afgelegde verklaringen niet voor het bewijs gebruikt. De verklaringen die de verdachte – daags na de eerste consultatie van een raadsman – op 18 en 19 oktober 2007 heeft afgelegd in verhoren waarbij geen raadsman aanwezig was, heeft het hof (thans) wél tot het bewijs gebezigd. Het hof is daarmee afgeweken van een tot bewijsuitsluiting strekkend verweer en heeft zich daarbij gebaseerd op HR