< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Geen middelen ingediend, verdachte n-o.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Conclusie



Nr. 16/02469

Zitting: 30 januari 2018

Mr. B.F. Keulen

Conclusie inzake:

[verdachte]

De verdachte is bij arrest van 29 april 2016 door het gerechtshof Amsterdam in de zaak met parketnummer 15.700040-09 wegens 1. “witwassen, meermalen gepleegd”, 3. “opzettelijk als echte en onvervalste bankbiljetten die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij ze ontving, bekend was, uitgeven, meermalen gepleegd en bankbiljetten, waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij ze ontving, bekend was, in voorraad hebben, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, meermalen gepleegd”, 4. “valsheid in geschrift, meermalen gepleegd”, 5. “handelen in strijd met art. 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd” en 6. “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder C en D van de Opiumwet gegeven verbod ” alsmede in de zaak met parketnummer 15.706102-13 wegens 2. “bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht” en 3. “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie , meermalen gepleegd ”, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. Verder heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen en ten aanzien van de benadeelde partij, een en ander zoals nader in het arrest omschreven.

Er bestaat samenhang met de zaken 16/02556 en 16/03530. In de tweede zaak zal ik vandaag eveneens concluderen.

3. Namens de verdachte is beroep in cassatie ingesteld.

4. De aanzegging als bedoeld in art. 435, eerste lid, Sv is op 5 januari 2017 betekend. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep derhalve af op maandag 6 maart 2017. Gedurende deze termijn is geen schriftuur houdende middelen van cassatie binnengekomen.

5. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437, tweede lid, Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.

6. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.

De procureur-generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

De zaak 16/02556 is later bij de Hoge Raad binnen gekomen, zodat de aanzeggingstermijn nog niet is verstreken.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature