< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

OM-cassatie en cassatie verdachte. Computervredebreuk, art. 138a (oud) Sr (art. 138ab Sr). Geautomatiseerd werk a.b.i. art. 80sexies Sr. Router . Uit de wetsgeschiedenis van deze artikelen (Computercriminaliteit I en II) volgt dat een inrichting alleen als geautomatiseerd werk i.d.z.v. genoemde wettelijke bepalingen kan worden aangemerkt indien zij geschikt is om drie functies te vervullen, te weten opslag, verwerking en overdracht van gegevens. Uit die wetsgeschiedenis volgt evenwel ook dat het begrip geautomatiseerd werk niet beperkt is tot apparaten die zelfstandig aan deze drievoudige eis kunnen voldoen. Ook netwerken bestaande uit computers en/of telecommunicatievoorzieningen heeft de wetgever onder het begrip ‘geautomatiseerd werk’ willen brengen, terwijl art. 138a (oud) Sr ook toepasselijk is op delen van zulke geautomatiseerde werken. Het laatste heeft het Hof miskend door bepalend te achten dat verdachte zich geen toegang heeft verschaft tot beveiligde gegevens in de computer van X. Die omstandigheid sluit immers niet uit dat verdachte, handelend zoals in de tll omschreven, zich met één of meer van de in art. 138a.1 (oud) Sr omschreven middelen opzettelijk en wederrechtelijk toegang heeft verschaft tot een geautomatiseerd werk, of tot een deel van een geautomatiseerd werk, bestaande uit de aan X toebehorende computer, de door haar gebruikte – met een wachtwoord beveiligde – router, en de internetverbinding die met gebruik van deze apparaten tot stand kon worden gebracht.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Conclusie



Nr. 11/03980

Mr. Vellinga

Zitting: 4 december 2012

Conclusie inzake:

[Verdachte]

1. Verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 9 maart 2011 vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde en wegens 1 "Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht" veroordeeld tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

2. Namens verdachte heeft mr. J. Goudswaard, advocaat te 's-Gravenhage, twee middelen van cassatie voorgesteld.

3. De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft één middel van cassatie voorgesteld. Namens de verdachte is dit cassatieberoep schriftelijk tegengesproken door mr. J. Goudswaard en mr. E.J. Huisman, eveneens advocaat te 's-Gravenhage.

De middelen van de verdachte

4. Het eerste middel betreft feit 1 en klaagt over het bewijs van het voorwaardelijk opzet.

5. Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:

"hij op 13 maart 2009 te 's-Gravenhage een persoon aanwezig op het Maerlant College heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (via een computer) op een openbare website (www.4chan.org) de volgende tekst geplaatst: "Tomorrow I'll go and kill some peeps from my old school, the Maerlant college in The Hague" (= morgen zal ik een aantal mensen van mijn oude school, het Maerlant college in Den Haag doden/vermoorden)."

6. Met betrekking tot het bewijs van het voorwaardelijk opzet heeft het Hof - met inbegrip van hier niet overgenomen voetnoten - het volgende overwogen:

"Ten tweede is voor een strafbare bedreiging vereist dat bij de verdachte het (voorwaardelijk) opzet hierop gericht is geweest. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op vrijdag 13 maart 2009 vroeg in de ochtend het bewuste bericht op het forum van www.4chan.org heeft geplaatst nadat hij geïnspireerd was geraakt door eerdere berichten op dit forum met een soortgelijke strekking. De verdachte heeft voorts verklaard dat "het de bedoeling van 4chan is om mensen te shockeren, het is een soort uitlaatklep van internet. Je kunt daar dingen neerzetten zonder consequenties. Het is allemaal fictieve bullshit die iedereen daar neerplempt." Hij verkeerde in de veronderstelling dat hij een beter bericht dan de eerdere twee kon opstellen, aldus de verdachte. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij ten tijde van het plaatsen van het bericht niet heeft nagedacht over de mogelijke consequenties hiervan, zoals het veroorzaken van angst bij mensen.

De vraag die in dat verband beantwoord dient te worden is of vastgesteld kan worden dat de verdachte desalniettemin bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat mensen zich bedreigd zouden voelen door zijn posting. Daarvoor is niet alleen vereist dat de verdachte op het tijdstip van het plaatsen van zijn bericht op internet zich bewust was van de aanmerkelijke kans dat mensen zich bedreigd zouden kunnen voelen, maar ook dat zij die kans daarop op dat betreffende tijdstip bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen volgens de Hoge Raad in zijn uitspraak van 8 april 2008 (LJN BC 5982) naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht zijn op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard. Naar het oordeel van het hof is hier sprake van, waartoe als volgt wordt overwogen.

De verdachte heeft zijn posting twee dagen na een schoolshooting in het Duitse Winnenden geplaatst en hij was concreet door een datum, plaats en zelfs een in die plaats bestaande school te noemen waarop de shooting plaats zou vinden. Hij heeft verklaard te hebben geweten dat eerdere schoolshootings op internet zijn aangekondigd die ook daadwerkelijk hebben plaatsgevonden en die tot veel onrust in de samenleving hebben geleid. De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting in hoger beroep tevens verklaard dat hij op de hoogte was van de zeer recente schoolshooting in Winnenden en dat, toen er hierover op het forum van www.4chan.org berichten werden geplaatst, hij zijn posting heeft geplaatst. De verdachte heeft voorts verklaard dat hij juist gezien de grote shockwaarde van een schoolshooting zijn posting heeft geplaatst.

De verdachte wist dus wat het effect op de (gehele) samenleving van de shooting in Duitsland was. Desondanks heeft verdachte zijn bericht geplaatst en dit later niet aangepast of verwijderd.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep tenslotte aangegeven dat de groep personen die het desbetreffende forum, waar de verdachte de posting heeft geplaatst, bezoekt, aangemerkt kan worden als een "community" die op de hoogte is van het veronderstelde onzingehalte van het forum. Het hof stelt echter vast dat - zoals ook is gebleken uit de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep - deze "community" geen gesloten groep is en dat het forum voor een ieder toegankelijk is. Het hof is derhalve van oordeel dat ook al zou een deel van de bezoekers denken dat het om een grap zou gaan, er altijd - gezien de openlijke toegankelijkheid van het forum - de aanmerkelijke kans bestaat dat een bezoeker de posting serieus zou nemen, zoals ook is gebleken.

Met betrekking tot de kans dat personen betrokken bij het Maerlant College op de hoogte zouden raken van posting en zich daardoor bedreigd zouden voelen, is het hof van oordeel dat, nu de verdachte onder voornoemde omstandigheden de posting op een voor een ieder toegankelijke website heeft geplaatst, bewust de aanmerkelijk kans heeft aanvaard dat een lezer de posting zodanig bedreigend zou vinden dat hij of zij direct het Maerlant College zelf op de hoogte zou stellen, dan wel de (Nederlandse) politie op de hoogte zou stellen waarna de betrokkenen door de politie gewaarschuwd zouden worden, wat zich daadwerkelijk ook heeft gerealiseerd.

Gezien de ernst van de gebezigde termen en de aard van het gekozen medium en de omstandigheden zoals hierboven is vastgesteld is het hof van oordeel dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat bij de aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen."

7. In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats geklaagd dat de vaststelling van het Hof dat verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van het plaatsen van de posting niet heeft nagedacht over de mogelijke consequenties hiervan, zoals het veroorzaken van angst bij mensen, niet verenigbaar is met het oordeel van het Hof dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat mensen zich door zijn posting bedreigd zouden voelen.

8. Deze klacht berust op een onjuiste lezing van de overwegingen van het Hof. Het Hof heeft immers niet vastgesteld dat verdachte ten tijde van het plaatsen van de posting over de mogelijke consequenties hiervan niet heeft nagedacht, doch slechts vermeld wat de verdachte daarover heeft verklaard.

9. In de toelichting op het middel wordt in de tweede plaats aangevoerd dat het oordeel van het Hof dat er een aanmerkelijke kans was dat iemand van het Maerland College direct of indirect van de inhoud van de posting kennis zou nemen en deze bedreigend zou vinden onbegrijpelijk is. Daartoe wordt er onder meer op gewezen dat de posting slechts gedurende korte tijd op de website zichtbaar is geweest. Dusdoende wordt er echter aan voorbijgegaan dat, zoals het Hof heeft vastgesteld, verdachte de posting heeft geplaatst op een openlijk toegankelijk forum. Voor zover daarnaast is gewezen op het karakter van de betreffende website en de hierop aangebrachte waarschuwingstekst is het oordeel van het Hof dat ook al zou een deel van de bezoekers van het forum denken dat het om een grap zou gaan, er altijd - gezien de openlijke toegankelijkheid van het het forum - de aanmerkelijke kans bestaat dat een bezoeker de posting serieus zou nemen niet onbegrijpelijk.

10. Het middel faalt.

11. Het tweede middel klaagt dat uit de vaststelling van het Hof dat de rector van het Maerlant College op 14 maart 2009 van het bericht op de hoogte is gebracht niet kan worden afgeleid dat de rector van de inhoud van de posting kennis heeft genomen.

12. Kennelijk heeft het Hof anders geoordeeld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en leent zich niet voor verdere toetsing in cassatie.(1)

13. Het middel faalt.

14. De middelen kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.

Het middel van de Advocaat-Generaal

15. Het middel klaagt over de motivering door het Hof van de vrijspraak van het onder 2 tenlastegelegde.

16. Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

"hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 februari 2009 tot en met 13 maart 2009 te 's-Gravenhage opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken, te weten een computer en/of router en/of een (beveiligde) draadloze internetverbinding (van de provider Planet/ KPN toebehorende aan [betrokkene 1]), of in een deel daarvan, is binnengedrongen, waarbij hij de beveiliging heeft doorbroken, in elk geval de toegang heeft verworven door een technische ingreep, met behulp van een valse sleutel, te weten het onbevoegd gebruik maken van de code en/of het wachtwoord van die [betrokkene 1] en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid."

17. Het Hof heeft met betrekking tot de vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde overwogen:

"Het hof is van oordeel dat, hoezeer ook de gedraging van de verdachte ongewenst voorkomt, de wetgever kennelijk niet heeft gekozen voor strafbaarstelling van deze gedraging.

Blijkens artikel 138a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, is er sprake van computervredebreuk indien wederrechtelijk wordt binnengedrongen in een geautomatiseerd werk (of in een deel daarvan). Zoals blijkt uit de tekst van artikel 80sexies van het Wetboek van Strafrecht, waarin het begrip geautomatiseerd werk wordt gedefinieerd, en de bijbehorende Memorie van Toelichting (Kamerstukken II 1998/99, 26 671, nr. 3, p. 44) is er slechts sprake van een "geautomatiseerd werk" wanneer een inrichting bestemd is voor - de cumulatieve functies - opslag, verwerken en overdacht van gegevens. Een inrichting die enkel bestemd is om gegevens over te dragen en/of op te slaan valt dus buiten de wettelijke begripsomschrijving.

Het hof stelt vast dat een router een schakelapparaat op de knooppunten van een netwerk zoals het internet is. Een router houdt een wachtwoord of gebruikerscode opgeslagen en zorgt, in opdracht van de gebruiker van die router alleen voor de verzending van gegevens naar de juiste bestemming.

Daarom vervult een router niet de cumulatieve functies zoals neergelegd in artikel 80sexies van het Wetboek van Strafrecht.

Daarbij heeft het hof mede acht geslagen op het volgende.

De wetgever heeft, zoals uit de wetsgeschiedenis blijkt, met artikel 138a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht ('computervredebreuk') diegene willen beschermen "die blijkens feitelijke beveiliging heeft duidelijk gemaakt dat hij zijn gegevens heeft willen afschermen tegen nieuwsgierige blikken" (Kamerstukken II, 1989/90, 21 551, nr. 3, p. 15)."

18. Art. 138a lid 1 (oud) Sr luidt:(2)

"Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie wordt, als schuldig aan computervredebreuk, gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk binnendringt in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan. Van binnendringen is in ieder geval sprake indien de toegang tot het werk wordt verworven:

a. door het doorbreken van een beveiliging,

b. door een technische ingreep,

c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel, of

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid."

19. Art. 80sexies Sr luidt:

"Onder geautomatiseerd werk wordt verstaan een inrichting die bestemd is om langs elektronische weg gegevens op te slaan, te verwerken en over te dragen.

20. Ingevolge de Wet computercriminaliteit II(3) is de definitie van het begrip "geautomatiseerd werk" gewijzigd, in die zin dat de zinsnede 'op te slaan en te verwerken' is vervangen door 'op te slaan, te verwerken en over te dragen'. De parlementaire wetsgeschiedenis houdt hieromtrent, voor zover bij de beoordeling van het middel van belang, in:

"Dit onderdeel beoogt aan de definitie van een geautomatiseerd werk de overdrachtsfunctie toe te voegen. Deze functie is een wezenskenmerk van een geautomatiseerd werk, dat immers met name bestemd is om daarin opgeslagen of verwerkte gegevens aan de gebruiker terug te geven of aan een ander (computer-)systeem over te dragen.

De definitie spreekt van opslag, verwerking èn overdracht van gegevens. Het gaat hier om cumulatieve voorwaarden. Een inrichting die enkel bestemd is om gegevens over te dragen (een eenvoudig telefoontoestel, bepaalde zend- en ontvanginrichtingen) of op te slaan valt dus buiten de begripsomschrijving."(4)

21. In de toelichting op het middel wordt in de eerste plaats geklaagd dat het oordeel van het Hof dat een router niet de cumulatieve functies vervult zoals vereist in art. 80sexies Sr onbegrijpelijk is, danwel ontoereikend is gemotiveerd.

22. Anders dan het middel stelt, kan de werking van een router wel als een gegeven van algemene bekendheid worden aangemerkt, nu dit zonder noemenswaardige moeite uit algemeen toegankelijke bronnen achterhaald kan worden.(5) Het oordeel van het Hof dat een router een schakelapparaat is dat een wachtwoord of gebruikerscode opgeslagen houdt en in opdracht van de gebruiker van die router alleen zorgt voor verzending van gegevens naar de juiste bestemming, en dat een router dientengevolge niet de cumulatieve functies als bedoeld in art. 80sexies Sr vervult, is, mede gelet op de hierboven onder 20 weergegeven wetsgeschiedenis, derhalve toereikend gemotiveerd.

23. In de toelichting op het middel wordt in de tweede plaats geklaagd dat het oordeel van het Hof dat bij het gebruik maken van een (al dan niet beveiligde) internetverbinding van een ander, die persoon niet in enig door art. 138a (oud) Sr beschermd belang wordt geschaad, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting danwel dat dit oordeel ontoereikend is gemotiveerd.

24. Vooropgesteld dient te worden dat de rechter zich bij de uitleg van de strafbepaling mede mag richten naar hetgeen de wetgever daarover tijdens de parlementaire behandeling tot uitdrukking heeft gebracht.

25. Nu uit die wetsgeschiedenis volgt dat, zoals het Hof heeft vastgesteld, art. 138a (oud) Sr ertoe strekt om diegene te beschermen die blijkens feitelijke beveiliging heeft duidelijk gemaakt dat hij zijn gegevens heeft willen afschermen tegen nieuwsgierige blikken, geeft het kennelijke oordeel van het Hof dat de tenlastegelegde gedraging, erin bestaande dat zonder toestemming van de rechthebbende gebruik wordt gemaakt van de internetverbinding van een ander, niet valt onder het in art. 138a (oud) Sr vervatte verbod, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk.

26. Het middel faalt.

27. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.

De Procureur-Generaal

bij de Hoge Raad der Nederlanden

AG

1 Vgl. HR 20 september 2011, LJN BR0444.

2 Thans vernummerd in art. 138ab Sr (Stb. 2010, 320).

3 Wet van 1 juni 2006, Stb. 2006, 300 (Wet computercriminaliteit II, i.w.tr. op 1 september 2006).

4 Kamerstukken II, 1998-1999, 26 671, nr. 3, p. 44.

5 HR 11 januari 2011, LJN BP0291, NJ 2012, 558. m.nt. P.A.M. Mevis.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature