E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:PHR:1997:20
Parket bij de Hoge Raad, 104.269

Inhoudsindicatie:

Medeplichtigheid aan overdragen van wapens en munitie (meermalen gepleegd) door als eigenaar van wapenhandel een van zijn vertegenwoordigers, die uit hoofde van zijn functie de beschikking had over volautomatische schietwapens, gelegenheid te geven met die wapens op schietbaan van schietvereniging te schieten, terwijl die vertegenwoordiger ook andere leden van schietvereniging daarmee liet schieten (art. 31.1 WWM). 1. Dient betoog van raadsman te worden aangemerkt als uitdrukkelijk voorgedragen verweer a.b.i. art. 358.3 Sv strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM? 2. Uitleg bestanddeel “overdragen” a.b.i. art. 31 WWM.

Ad 1. In bestreden uitspraak ligt besloten ’s Hofs beslissing dat OM ontvankelijk is in strafvervolging. Hof, dat bij zijn overwegingen m.b.t. strafbaarheid van verdachte ook betoog van raadsman heeft betrokken, heeft dit betoog kennelijk en niet onbegrijpelijk niet opgevat als uitdrukkelijk voorgedragen verweer in de zin van art. 358.3 Sv, strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring. Hof was dan ook niet gehouden daaromtrent met redenen omklede beslissing te geven.

Ad 2. Blijkens gebezigde b.m. heeft Hof vastgesteld dat vertegenwoordiger van wapenhandel van verdachte (A), terwijl hij als lid van schietvereniging met volautomatisch vuurwapen op schietbaan van die vereniging aan het schieten was, dit wapen ook aan andere leden heeft overhandigd en heeft toegelaten dat deze daarmee schoten. 's Hofs oordeel dat A aldus desbetreffende wapens heeft overgedragen in de zin van art. 31 WWM geeft geen blijk van onjuiste opvatting omtrent die wetsbepaling. Degene aan wie A wapen overhandigde verkreeg immers (zij het tijdelijk) feitelijke macht over dat wapen, nu hij dit, overeenkomstig zijn eigen bedoeling en die van A, zelf kon gaan gebruiken door daarmee te schieten. Hieraan kan, anders dan door verdediging is betoogd, niet afdoen dat het schieten gebeurde op schietbaan, onder toezicht van A en in diens onmiddellijke nabijheid en dat daarbij educatief karakter voorop stond. V.zv. middel ter staving van andersluidende opvatting beroep doet op Circulaire wapens en munitie, wordt miskend dat aan inhoud van die circulaire geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend, waar het gaat om uitleg van art. 31 WWM. Juistheid van hetgeen Hof ter motivering van bewezenverklaring omtrent inhoud van die circulaire heeft overwogen kan dan ook in het midden blijven, zodat tegen desbetreffende overwegingen gerichte klacht geen bespreking behoeft. Bewezenverklaring is naar eis der wet met redenen omkleed.

Volgt verwerping. CAG: anders.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie