E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:OGHACMB:2020:131
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, CuraƧao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, SXM2019H00020 tot en met SXM2019H00025 en SXM2019H00030 tot en met SXM2019H00032

Inhoudsindicatie:

In hoger beroep is de vraag aan de orde of belanghebbende terecht niet-ontvankelijk in zijn bezwaar is verklaard. Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat de op 2 april 2015 opgelegde belastingaanslagen niet op de voorgeschreven wijze zijn bekend gemaakt en dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het Hof is van oordeel dat de Inspecteur (en de Ontvanger) een dergelijk verwijt niet kan worden gemaakt. De Inspecteur beschikte niet over een ander adres dan het hem laatste en enige bekende adres te Sint Maarten. Het feit dat belanghebbende op 1 april 2015 bij de dienst Burgerzaken kenbaar heeft gemaakt dat hij per die datum zou emigreren naar Nederland doet daaraan niet af. In de kennisgeving aan de dienst Burgerzaken is namelijk niet het toekomstige adres van belanghebbende vermeld. Nu de Inspecteur een onjuiste adressering niet kan worden verweten en de op 2 april 2015 opgelegde belastingaanslagen op de voorgeschreven wijze zijn bekendgemaakt, vangt de bezwaartermijn aan op de dag na de dagtekening, te weten op 3 april 2015. Belanghebbende heeft pas op 10 februari 2017 bezwaar gemaakt (tegen de op 2 april 2015 opgelegde belastingaanslagen) en is dus te laat in bezwaar gekomen. Voorts heeft de Inspecteur ter zitting van het Hof nadrukkelijk en zonder voorbehoud verklaard de ontvankelijkheid van de op 18 juli en 8 augustus 2016 opgelegde belastingaanslagen niet langer te betwisten, belanghebbende voor die belastingaanslagen ontvankelijk in diens bezwaar te achten en het beroep en hoger beroep in zoverre gegrond te achten.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie