< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

zware mishandeling, diefstal met geweld

Uitspraak



Parketnummer: 100.00560/17

Uitspraak: 15 november 2018 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2018. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.H.M. Ibrahim, advocaat in Sint Maarten.

De officier van justitie, mr. R. Rammeloo, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder feit 1 subsidiair, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest.

De raadsvrouw heeft verweer gevoerd.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting – ten laste gelegd dat:

Feit 1 primair

hij op of omstreeks 2 december 2017, in Sint Maarten, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet met een (kap)mes in het lichaam van die [slachtoffer] te steken althans te slaan en/of met dat/een (kap)mes meermalen, althans eenmaal stekende bewegingen althans slaande bewegingen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] te maken en/of die [slachtoffer] te duwen en/of te trappen en/of te schoppen en/of te slaan en/of te stompen en/of over de grond te slepen, zijnde de verdere uitvoering van dat door hem verdachte, en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 2 december 2017, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een persoon, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een diepe kap wond/(diepe) snijwond, heeft toegebracht, door deze opzettelijk in zijn rechterhand, althans in het lichaam, met een (kap)mes heeft gestoken althans heeft geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geduwd en/of getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of gestompt en/of over de grond heeft gesleept;

meer subsidiairhij op of omstreeks 2 december 2017 in Sint Maarten, opzettelijk mishandelend [slachtoffer], meermalen althans eenmaal (telkens) met een (kap)mes, in zijn hand, althans in het lichaam heeft gestoken althans heeft geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geduwd en/of getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of gestompt, waardoor deze (zwaar) lichamelijk letsel, te weten een (diepe) kap wond / (diepe) snijwond in zijn rechterhand, in elk geval letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Feit 2

hij op of omstreeks 2 december 2017 in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon ter waarde van $175.00 en/of een bedrag van $1200.00 en/of een (konings)ketting ter waarde van $2000.00 en/of een horloge van het merk Movado, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit:

met een (kap)mes meermalen, althans eenmaal stekende/dreigende bewegingen in de richting van het lichaam van die [slachtoffer] te maken en/of;

met een (kap)mes in de rechterhand, althans in het lichaam te steken en/of;

die [slachtoffer] heeft geduwd en/of getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of gestompt en/of over de grond heeft gesleept;

ten gevolge die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten een (diepe) kap wond / (diepe) snijwond in zijn rechterhand, in elk geval letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Feit 3

dat hij op of omstreeks 2 december 2017, in Sint Maarten, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op de openbare weg, te weten Welgelegen Road, en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, te weten de parkeerplaats aan de Sea Breeze Hotel, een of meerdere kapmessen, zijnde wapen(s) in de zin van de Wapenverordening, bij zich heeft gehad;

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 1 primair en subsidiair, feit 2 en feit 3

Feit 1 primair (poging doodslag)

Het Gerecht is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat voor het onder feit 1 primair ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is, zodat verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Feit 1 subsidiair (zware mishandeling)

Uit het dossier blijkt dat op 2 december 2017 omstreeks 20.00 uur een aanrijding plaatsvindt tussen een auto bestuurd door aangever [slachtoffer] (hierna: aangever) en de auto van medeverdachte [medeverdachte 1]. Dit incident wordt niet naar tevredenheid van [medeverdachte 1] afgehandeld. Zij zoekt de hulp van de politie, maar is van mening dat zij die niet of onvoldoende krijgt. Daarop zoekt zij aangever op bij diens woning, het Sea Breeze Hotel. Aldaar vindt op de parkeerplaats en op straat een gewelddadige confrontatie plaats tussen aangever enerzijds en verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ([medeverdachte 2]) anderzijds. Aangever heeft bij die confrontatie zwaar lichamelijk letsel opgelopen, te weten ernstige kapverwondingen aan hand en arm, veroorzaakt door een machete.

Vast staat dat de machete is gehanteerd door [medeverdachte 2], niet door verdachte. Anders dan de officier van justitie is het Gerecht van oordeel dat verdachte niet als medepleger van de door [medeverdachte 2] gepleegde zware mishandeling kan worden aangemerkt. [medeverdachte 2] stond in het gevecht weliswaar aan de kant van verdachte, maar van een bewuste en nauwe samenwerking tussen [medeverdachte 2] en verdachte blijkt onvoldoende. Uit het dossier volgt niet dat verdachte (voorwaardelijk) opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Daarnaast heeft verdachte aan het ontstaan van het letsel geen, althans geen significante bijdrage geleverd; uit het dossier volgt dat hij zich pas van de machete bewust werd toen het letsel al was ontstaan. Dit leidt tot vrijspraak van het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde.

Voorts verdient opmerking dat, nu onder feit 1 meer subsidiair niet het medeplegen ten laste is gelegd, het door medeverdachte [medeverdachte 2] toegebrachte letsel ook niet als gevolg van de door verdachte gepleegde mishandeling aan laatstgenoemde kan worden toegerekend, nu dat letsel niet het gevolg is van het handelen van verdachte.

Feit 2 (diefstal met geweld in vereniging)

Aangever heeft verklaard te zijn bestolen tijdens de vechtpartij. Naar het oordeel van het Gerecht is echter niet komen vast te staan dat er daadwerkelijk voorwerpen zijn gestolen. Tastbaar bewijs daarvoor ontbreekt en de verklaringen over de vermeende diefstal zijn onvoldoende concreet en betrouwbaar om een bewezenverklaring te kunnen dragen.

In zijn eerste verklaring is aangever weinig specifiek over de wegnemingshandelingen; dat er gestolen zou zijn, is zijn conclusie, niet zijn waarneming. Hij verklaart niet wie precies wat zou hebben gedaan. Ook in zijn tweede verklaring lijkt aangever te gissen over wat er is gebeurd en verklaart hij dat hij het niet goed kon zien. Getuigen [getuige 1] en [getuige 2] spreken over het doorzoeken van de broek van aangever. Hun verklaringen zijn eveneens weinig specifiek en onderling verschillend, in het bijzonder met betrekking tot wie de diefstal zou hebben gepleegd. Nu het Gerecht met betrekking tot de diefstal niet kan vaststellen wat er precies is gebeurd en wie wat gedaan zou hebben, moet vrijspraak volgen voor feit 2.

Feit 3 (wapenbezit)

Nu niet vaststaat dat verdachte wist dat [medeverdachte 2] de machete bij zich had voordat het letsel ontstond, en evenmin blijkt dat verdachte over die machete enige beschikkingsmacht heeft had, kan niet gezegd worden dat hij de machete ‘bij zich had’, ook niet in de vorm van medeplegen. Dit leidt tot vrijspraak van feit 3.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

dat hij op of omstreeks 2 december 2017 in Sint Maarten, opzettelijk mishandelend [slachtoffer], meermalen althans eenmaal (telkens) met een (kap)mes, in zijn hand, althans in het lichaam heeft gestoken althans heeft geslagen en/of die [slachtoffer] heeft geduwd en/of getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of gestompt, waardoor deze (zwaar) lichamelijk letsel, te weten een (diepe) kap wond / (diepe) snijwond in zijn rechterhand, in elk geval letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.

1. Proces-verbaal van eerste verhoor verdachte, d.d. 11 december 2017, documentcode: 111222.1330.81251 (bijlage 33) - zakelijk weergegeven- :

Op 2 december 2017 ging ik met [medeverdachte 1] naar een Chinees restaurant in Cay Hill. Ik zag dat [medeverdachte 1] met een man aan het bekvechten was. We zagen later de auto van de man op de parkeerplaats bij het Sea Breeze Hotel staan. Nadat we bij de politie waren geweest, ben ik met [medeverdachte 1] en de grote man die [medeverdachte 1] had gebeld naar het Sea Breeze Hotel gereden. [medeverdachte 1] sprong op de man, begon op hem in te slaan en hem te grijpen.

2) Proces-verbaal van aangifte, d.d. 4 december 2017, documentcode: 1712031430 (bijlage 3) – zakelijk weergegeven- :

Op 2 december 2017 was ik bij een Chinees restaurant aan de A.J.C. Brouwers Road. Het leek of ik ergens tegenaan reed. Er kwam een vrouw uit de auto. We waren aan het discussiëren. Ik besloot weg te gaan. Ik had mijn auto geparkeerd op de parkeerplaats van “Sea Breeze Hotel”. Toen ik op mijn kamer was kreeg ik een bericht van mijn buurman. In het bericht stond dat een vrouw en man rondom mijn auto liepen. Ik ging naar buiten om te kijken wie de personen waren. Ik zag dat het de vrouw was waar ik kennelijk een aanrijding mee had. Ik hoorde de vrouw zeggen: “kom naar beneden”. Ik ben vervolgens naar beneden gegaan om met haar te spreken. Toen ik op de grond lag begon die andere man en de vrouw mij te schoppen en te slaan. Ik voelde pijn over mijn hele lichaam. De daders sloegen opzettelijk en met kracht. Ik voelde veel pijn toen ze mij aan het slaan en aan het schoppen waren. Ik was hulpeloos omdat de daders mij bleven slaan.

3) Proces-verbaal van verhoor getuige [GETUIGE 3], d.d. 2 december 2017, (bijlage 39) - zakelijk weergegeven- :

Ik zag dat de onbekende vrouw en de tweede onbekende man, [slachtoffer] hadden gesleept naar de openbare weg. Daar bleven ze [slachtoffer] slaan.

4) Proces-verbaal van verhoor getuige [GETUIGE 2], d.d. 13 december 2017, documentcode: 171213.1600.81251 ( bijlage 42) - zakelijk weergegeven- :

Ik zag dat de vrouw en de man(zonder de machetes) met hun vuisten op (slachtoffer) [slachtoffer] in aan het slaan waren.

Bewijsoverwegingen

Uit de gebezigde bewijsmiddelen volgt dat verdachte het slachtoffer heeft geslagen en geschopt. Het Gerecht ziet geen aanleiding om aan de juistheid en betrouwbaarheid van die bewijsmiddelen te twijfelen. Aangever verklaart over de man met de machete enerzijds en de vrouw en de ‘andere man’ die hem schoppen en slaan anderzijds. Nu verdachte met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in een groep optrad, moet de ‘andere man’ logischerwijs verdachte zijn. De aangifte wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige 2].

De raadsvrouw heeft een beroep gedaan op noodweer. Het Gerecht overweegt hierover als volgt. Het slagen van het verweer zou, nu bij wegvallen van de wederrechtelijkheid mishandeling niet bewezen kan worden, tot vrijspraak leiden, zodat het betoog in het kader van het bewijs besproken wordt.

Het Gerecht verwerpt het verweer. Uit het dossier volgt dat, direct voorafgaande aan de mishandeling door verdachte, sprake was van een gespannen en agressieve situatie. Het is echter niet aannemelijk geworden dat aangever een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanval heeft begaan tegen verdachte of een ander, waartegen verdediging, met gebruikmaking van geweld, geboden was. Voor zover de raadsvrouw het oog heeft op de vermeende mishandeling van [medeverdachte 1] door aangever met een golfstick, stelt het Gerecht vast dat die aanval, indien deze heeft plaatsgehad, geruime tijd daarvoor was geëindigd, zodat van een noodweersituatie geen sprake meer was.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 meer subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:273 van het Wetboek van Strafrecht. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

mishandeling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, door het slachtoffer te slaan, waardoor deze pijn heeft ondervonden. Verdachte heeft met zijn mededaders bewust een confrontatie met het slachtoffer gezocht. Nog afgezien van het door medeverdachte [medeverdachte 2] toegebrachte ernstige letsel moet het voor het slachtoffer een beangstigende en pijnlijke ervaring zijn geweest om door de groep, waar verdachte deel van uitmaakte, te worden aangevallen en mishandeld. Het door verdachte gebruikte geweld moet streng worden afgekeurd en verdient bestraffing.

Nu het Gerecht tot een aanmerkelijk geringe bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, kan de eis niet gevolgd worden. Het bewezenverklaarde rechtvaardigt, alles afwegende, een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen duur.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 1:45, 1:46 en 2: 273 van het Wetboek van Strafrecht , zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 1 primair en subsidiair, onder feit 2 en onder feit 3 ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 meer subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis;

beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, naar de maatstaf van 2 (twee) uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag;

heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. D. Gruijters, bijgestaan door H. Smeele, (zittingsgriffier), en op 15 november 2018 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Sint Maarten.

Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Sint Maarten d.d. 23 mei 2018, geregistreerd onder proces-verbaalnummer 068/JD/18.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature