< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Nadere voorschot schadevergoeding toegewezen

Uitspraak



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

VONNIS

in de zaak van:

[EISERES],

wonende in Curaçao,

eiseres,

gemachtigde: mr. R.A.P.H. Pols,

--tegen--

de openbare rechtspersoon

HET LAND CURACAO,

gevestigd in Curaçao,

gedaagde,

gemachtigde: mr. E. van der Plank.

1 Verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met producties, op 6 juli 2022 ter griffie ingediend;

- de mondelinge behandeling op 8 juli 2022 en de door/namens partijen overgelegde pleitnotities. Van te voren heeft gedaagde producties in het geding gebracht.

1.2.

Eiseres is, bijgestaan door haar gemachtigde, ter mondelinge behandeling verschenen. Namens gedaagde is de gemachtigde voornoemd alsmede mevr. [naam 1], sector directeur Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning, verschenen.

1.3.

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

Op 4 maart 2014 is eiseres tijdens de carnavalsoptocht gewond geraakt nadat de muur (erfafscheiding) van de Schottegatweg west, ter hoogte van pand nummer 83, op haar is gevallen (hierna: het ongeval). Als gevolg van het ongeval heeft eiseres onder meer een totale dwarslaesie vanaf halverwege de rug opgelopen.

2.2.

Bij vonnis in kort geding van 2 november 2016, hierna: kortgeding vonnis, is gedaagde veroordeeld om aan eiseres een voorschot op de schadevergoeding te betalen van NAf 250.000,=. Ter zake het toegewezen voorschot is overwogen:

“4.8. [eiseres] heeft de omvang van haar schade aan de hand van diverse rapporten begroot op een bedrag van NAf 1.604.305,72. Het gaat daarbij om materiële en immateriële schade, waarbij de schade, naast een aanzienlijk deel aan smartengeld, voornamelijk ziet op kosten die verband houden met het aanschaffen van een aangepaste auto, met aanpassingen van de woon- en leefomgeving van [eiseres] en met het inschakelen van hulp, alsmede een gedeelte dat ziet op inkomensschade. Het Land heeft verweer gevoerd tegen de omvang van diverse schadeposten. In het midden kan thans blijven hoe hoog de (im)materiële schade precies is, nu [eiseres] in dit kort geding een voorschot op haar schadevergoeding van NAf 500.000,- vordert en het Gerecht op grond van de in het geding gebrachte schadeberekeningen van oordeel is dat voldoende aannemelijk is dat haar schade in ieder geval een aanzienlijk voorschot rechtvaardigt. [eiseres] heeft voorts voldoende onderbouwd dat haar huidige situatie zeer moeilijk is, dat het Land tot nu toe niet bereid is geweest haar financieel tegemoet te komen, anders dan een paar aanpassingen in de woning, en dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorschot. Het Gerecht is anderzijds van oordeel dat, zoals het Land stelt, sprake is van een restitutierisico, inhoudende dat er een reële kans bestaat dat [eiseres], indien de bodemrechter tot een ander oordeel omtrent de aansprakelijkheid komt, zij de reeds aan haar betaalde voorschotten niet (geheel) kan terugbetalen. Alles afwegende is het Gerecht van oordeel dat de door [eiseres] gestelde schade, indachtig het restitutierisico, in ieder geval een voorschot van NAf 250.000,- rechtvaardigt. Het Gerecht zal de vordering van [eiseres] voor dit bedrag toewijzen.

4.9.

Het Gerecht zal de toewijzing van het voorschot voorts uitvoerbaar bij voorraad verklaren, waardoor [eiseres] in de gelegenheid wordt gesteld een aanvang te maken de noodzakelijke aanpassingen van haar woning en het inschakelen van de noodzakelijke hulp (…).”.

2.3.

Het land heeft aan dat kortgeding vonnis voldaan.

2.4.

Bij vonnis van 16 december 2019 heeft het gerecht het voorlopig oordeel van de kortgedingrechter in het in 2.2. bedoelde kortgeding vonnis, inhoudende dat eiseres voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat gedaagde ter zake haar zorgplicht jegens eiseres heeft geschonden, dat voldoende vast staat dat gedaagde aansprakelijk is voor het ongeval van eiseres en de daaruit voortvloeiende schade en dat eiseres derhalve een vordering tot schadevergoeding op gedaagde heeft, overgenomen als definitief oordeel. Een definitief oordeel over de omvang van de toe te wijzen schade wordt niet voor december 2022 verwacht.

2.5.

Eiseres is tot voor kort acht jaar lang hoofdzakelijk verzorgd door haar echtgenoot. Hij is op 1 juni 2022 overleden. Er is geen familie die structureel de verzorging van eiseres op zich kan nemen.

2.6.

Op 16 juni 2022 is namens eiseres een nadere voorschot verzocht. Gedaagde heeft niet aan dit verzoek voldaan.

3 Het geschil

Eiseres vordert dat het Gerecht, oordelend in kort geding, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde veroordeelt om bij wijze van voorschot te voldoen een bedrag van Naf. 300.000,-, kosten rechtens.

Gedaagde heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Aan het door eiseres gevorderde aanvullend voorschot legt zij ten grondslag dat versneld de aankoop van voorzieningen nodig is om eiseres in staat te stellen voor zichzelf te zorgen, nu de zorg door de echtgenoot is weggevallen en structurele verzorging door familie ontbreekt. Het voorschot bevat de volgende posten, berekend voor de duur van een jaar:

- huisaanpassing NAf 90.000

- hulpmiddelen NAf 26.000

- autoaanpassing NAf 66.000

- verzorging NAf 110.000

- hydrotherapie NAf 17.000

- huishoudelijke hulp NAf 13.000

Bij de beoordeling van de onderhavige vordering geldt volgens vaste jurisprudentie het uitgangspunt dat voor de vraag of plaats is voor toewijzing bij voorraad van een geldvordering in kort geding, niet alleen dient te worden onderzocht of de vordering van de eiseres voorshands voldoende aannemelijk is, maar ook of een spoedeisend belang bestaat, terwijl bij de afweging van de belangen van partijen mede het restitutierisico zal moeten worden betrokken (HR 28 mei 2004, NJ 2004, 602).

Het gerecht stelt voorop dat het oordeel van de bodemrechter dat gedaagde aansprakelijk is voor de door eiseres geleden schade een zeer belangrijke eerste stap die een stevige basis legt onder een veroordelend vonnis in dit kort geding. Dàt gedaagde een bedrag aan schadevergoeding zal moeten betalen, is reeds duidelijk. Het hoeveel staat nog ter discussie. De totale door eiseres geleden en nog te lijden schade ten gevolge van het ongeval moet nog worden vastgesteld. Eiseres begroot de geleden en nog te lijden schade op NAf 2.7 miljoen (minus het reeds betaalde voorschot). Gedaagde heeft in de bodemprocedure de hoogte van de schade betwist. In de bodemprocedure is thans een concept-rapportage van de benoemde arbeidsdeskundige d.d. 1 mei 2022 overgelegd, waarin voornoemde deskundige de geleden en nog te lijden schade begroot op NAf 2.3 miljoen. De omvang van de schade leent zich niet voor de onderhavige kort geding procedure.

4.4.

Het spoedeisend belang van eiseres in het door haar gevorderde voorschot volgt uit de daaraan ten grondslag gelegde stelling dat zij verzorging dient in te kopen en voorzieningen dient te treffen nu de primair met de verzorging van eiseres belaste echtgenoot is komen te overlijden.

Niet in geschil is dat het eerder toegewezen voorschot (volledig) besteed is aan de kosten van het dagelijks leven, met name ook omdat haar echtgenoot niet meer heeft gewerkt omdat hij de verzorging van eiseres op zich heeft genomen, aan vervoerskosten en watertherapie. Voorts zijn er betalingen gedaan aan verschillende mensen en instanties. Niet in geschil is dat van het toegewezen voorschot geen noodzakelijke aanpassingen van de woning van eiseres zijn bekostigd noch een aangepaste auto is aangeschaft. In zoverre is het gerecht met gedaagde van oordeel dat eiseres het voorschot anders heeft aangewend. Eiseres is overigens vrij in de wijze waarop zij het voorschot besteed. Dat eiseres het voorschot oneigenlijk heeft besteed, is gesteld noch gebleken. Mocht dat in de bodemprocedure komen vast te staan dan zal daar bij de vaststelling van het door gedaagde aan eiseres te vergoeden kosten rekening worden gehouden.

4.6.

Op grond van de in 4.3. bedoelde concept rapportage van de arbeidsdeskundige is het gerecht van oordeel dat de schade van eiseres voldoende inzichtelijk is gemaakt en in ieder geval een (nadere) voorschot rechtvaardigt. Eiseres heeft voldoende onderbouwd dat haar huidige situatie moeilijk is en dat die situatie nu nog nijpender is geworden na/door het overlijden van haar echtgenoot en dat zij een spoedeisend belang heeft bij een voorschot op in ieder geval de posten verzorging, hydrotherapie en huishoudelijk hulp. Niet in geschil is dat eiseres zonder nader voorschot deze posten niet kan betalen. De door gedaagde gestelde dekking van de SVB ter zake deze posten, indien al van toepassing, speelt (pas) een rol bij de vaststelling van de omvang van de door gedaagde aan eiseres aanvullend te vergoeden kosten in de bodemprocedure.

4.7.

Dat eiseres in de bodemprocedure haar schade heeft begroot op basis van de door haar gestelde posten houdt niet in dat eiseres haar posten en de daaraan gerelateerde bedragen niet kan aanpassen als de schade verandert. Gelet daarop gaat het gerecht voorbij aan de door gedaagde gevoerde weren op de kostenposten.

4.8.

Het Gerecht is van oordeel dat, zoals gedaagde stelt, sprake is van een restitutierisico, inhoudende dat er een kans bestaat dat eiseres, indien de bodemrechter tot een ander oordeel omtrent de omvang van de gevorderde schade komt, zij de reeds aan haar betaalde voorschotten niet (geheel) kan terugbetalen. Alle omstandigheden afwegende ziet het gerecht in het restitutierisico onvoldoende reden om van toewijzing van een nadere voorschot af te zien. Het gerecht zal een voorschot van NAf 63.150,= toewijzen. Daartoe wordt overwogen dat het voorschot is berekend op zes maanden en dat het gerecht er voorshands vanuit gaat dat de beslissing in de bodemprocedure voor de afloop van de termijn zal zijn gewezen.

4.9.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld, begroot aan de zijde van eiseres tot op heden op:

verschotten (NAf 3.000,= aan griffierechten daarin begrepen)

3.402,95

Gemachtigdensalaris

1.000.= +

Totaal

4.402,95

5 De beslissing

Het Gerecht:

Rechtdoende in kort geding:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres bij wege van voorschot te betalen een bedrag van NAf 63.150,=;

5.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op NAf 4.402,95;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis in kort geding is gewezen door mr. U.I.D. Luydens, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2022.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature