< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Zonnepanelen. Ministeriële Regeling onverbindend? Tarieven voor aansluiting op het elektriciteitsnet en teruglevering. Terugverdientijd panelen.

Uitspraak



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Vonnis in de zaak van:

1 de verenigingVERENIGING VOOR DUURZAME ENERGIE ,

2. de besloten vennootschap SUPERMERCADO LUZ B.V.,

beide gevestigd in Curaçao,

gemachtigde: mr. C.A. Peterson,

eisers,

--tegen--

1 de openbare rechtspersoon het LAND CURAÇAO,

zetelend te Curaçao

gemachtigde: mr. M.R. Hammoud,

2. de naamloze vennootschap INTEGRATED UTILITY HOLDING N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gemachtigde: mr. D. E. Liqui-Lung,

3. de naamloze vennootschap KOMPANIA DI DISTRIBUSHON DI AWA I ELEKTRISIDAT DI KORSOU N.V.,

gevestigd te Curaçao,

gemachtigde: mr. D. E. Liqui-Lung,

gedaagden,

Partijen zullen hierna ook de Vereniging, Supermercado Luz, het Land, IUH en Aqualectra Distribution worden genoemd.

1 Verloop van de procedure

Eisers hebben op 23 juni 2015 een verzoekschrift ingediend. Vervolgens hebben de gemachtigden van partijen tot en met dupliek geconcludeerd. Op 30 november 2016 is pleidooi gehouden, waarbij de gemachtigden van eisers en van het Land pleitnotities hebben overgelegd en namens eisers door de heer Baak een powerpoint-presentatie is gegeven.

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten:

a. a) De Vereniging stelt zich onder meer ten doel het bevorderen van kleinschalige, niet-bedrijfsmatige opwekking, gebruikmaking en (terug)levering van duurzame energie (in het bijzonder door middel van zonnepanelen) op Curaçao. Supermercado Luz heeft ter voorziening in haar energiebehoefte zonnepanelen opgesteld en is een van de leden van de Vereniging.

b) Aqualectra Distribution is het enige netwerkbedrijf voor transport en distributie van elektriciteit op Curaçao. IUH is haar moedervennootschap.

c) Afnemers van elektriciteit van Aqualectra Distribution kunnen, indien zijn zonnepanelen geïnstalleerd hebben, de daarmee opgewekte elektriciteit die zij niet zelf gebruiken via de bestaande aansluiting op het net van Aqualectra Distribution aan Aqualectra Distribution leveren. Dit wordt “terugleveren” genoemd.

d) Met ingang van 1 januari 2012 heeft het Land de Tariefrichtlijn kleinschalige duurzame stroomvoorziening 2011 in werking doen treden. Samengevat voorzag deze richtlijn voor particuliere en kleine zakelijke eindgebruikers met opwekkingsinstallaties in een systematiek van saldering, waarbij hun afname van elektriciteit van Aqualectra Distribution werd weggestreept tegen hun teruglevering aan het net van Aqualectra Distribution en waarbij daarnaast ten behoeve van die gebruikers een creditsysteem en een teruglevertarief bestond. Het teruglevertarief bedroeg voor kleine eindverbruikers NAf 0,40 per kWh en voor grote eindverbruikers (voor wie niet het systeem van saldering gold maar een systeem van gescheiden tarifering, oftewel “net billing”) NAf 42 per kWh.

d) Met ingang van 1 januari 2015 heeft het Land genoemde Tariefrichtlijn 2011 vervangen door de Tariefrichtlijn 2014. Deze richtlijn bepaalt onder meer dat het teruglevertarief wordt betaald dat door de minister belast met energieaangelegenheden, na advies van toezichthouder Bureau Telecommunicatie en Post (BTP), op grond van de Prijzenverordening 1961 wordt vastgesteld en dat door de eindgebruikers met eigen opwekkingsinstallaties een vergoeding aan Aqualectra Distribution wordt betaald voor het gebruik en het ter beschikking staan van het netwerk, de netaansluiting en het productievermogen van Aqualectra Distribution.

e) Bij Ministeriële regeling teruglevering duurzaam opgewekte elektriciteit 2015 (P.B. 2014, no. 100), hierna “de Regeling”, is per 1 januari 2015 de verrekenings- of salderingsmethodiek afgeschaft en is het teruglevertarief verlaagd van NAf 0,42 per kWh naar NAf 0,33 per kWh. Voorts is daarbij een door de eindgebruikers met opwekkingsinstallaties aan Aqualectra Distribution te betalen vast bedrag geïntroduceerd van NAf 16 per maand per opgestelde kWp voor particulieren (en voor de tariefgroepen hospitaal en industriële export) en van NAf 32 per maand per opgestelde kWp voor (overige) bedrijven. Dit bedrag dient volgens de Regeling betaald te worden “voor het gebruik en het ter beschikking staan van het openbare elektriciteitsnet, de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet en het productievermogen”.

f) In de toelichting bij de Regeling worden de systematiek van de nieuwe tarifering en de daaraan ten grondslag liggende inzichten uiteengezet. Deze toelichting luidt onder meer als volgt:

“1. Strekking van de regeling

De voorliggende ministeriële regeling met algemene werking beoogt voor de eerste keer wettelijke vastlegging van de tarieven voor teruglevering van duurzaam opgewekte elektriciteit aan het openbare elektriciteitsnet door particuliere en zakelijke eindgebruikers van wie de inrichting voor niet-bedrijfsmatige opwekking van duurzame elektriciteit gekoppeld is aan het openbare elektriciteitsnet. De inrichtingen waar het om gaat worden gebruikt voor productie voor eigen gebruik.

2 Het beleid inzake duurzame elektriciteitsvoorziening

2.1

Beleidsachtergrond

De voorliggende ministeriële regeling is een resultante van het beleid van de regering inzake kleinschalige duurzame stroomvoorziening. Op 16 februari 2011 is de Beleidsnota Regulering Elektriciteitsvoorziening Curaçao 2011-2015 door de Raad van Ministers vastgesteld. In deze Beleidsnota komt de algemene doelstelling van het beleid betreffende de elektriciteitsvoorziening neer op het zorg dragen voor een efficiënte en kwalitatief hoogstaande en duurzame elektriciteitsvoorziening ten behoeve van de zakelijke en particuliere markt.

Ten einde deze algemene doelstelling voor de elektriciteitsvoorziening op Curaçao te operationaliseren is een nieuw marktmodel geïntroduceerd, met als uitgangspunt meerdere producenten van elektriciteit en één netwerkbedrijf (i.c. Aqualectra Distribution) voor transport, distributie en levering van de door de producenten opgewekte elektriciteit. Ten aanzien van deze doelstelling werd, met het oog op de aansluiting van kleine producenten van duurzame energie op het transport- en distributienet, in boven genoemde Beleidsnota een nieuw regime voor kleinschalige duurzame elektriciteitsproductie voor eigen gebruik in het vooruitzicht gesteld. In de Beleidsnota kleinschalige duurzame stroomvoorziening, die op 16 november 2011 door de Raad van Ministers is vastgesteld is dit nieuwe regime uitgewerkt. Daarnaast zijn in de Tariefrichtlijn kleinschalige duurzame stroomvoorziening, op 23 november 2011 door de Raad van Ministers goedgekeurd, de richtlijnen voor de tariefstelling neergelegd. De tarieven zullen jaarlijks worden geëvalueerd. Hierbij worden de uitgangspunten toegepast zoals vastgelegd in artikel 3 van de Tariefrichtlijn.

2.2

De twee hoofddoelstellingen van het nieuwe regime

De voordelen van duurzame en schonere energie door gebruik van energiebronnen als zon en wind, die lokaal in overvloed beschikbaar zijn, en vervanging van schaarser en dus duurder geworden fossiele brandstoffen, spreken voor zich. Voorts is de rol van de private sector in kleinschalige toepassingen van duurzame energie, hoewel nog steeds onvoldoende, groeiende. Dit zijn de belangrijkste aanleidingen geweest om in het kader van het beleid betreffende de regulering van de energievoorziening op Curaçao te zoeken naar wegen om de opwekking van duurzame energie te stimuleren. Dit is de eerste doelstelling van het nieuwe regime.

Om wildgroei en onveilige toepassingen te voorkomen moet de stimulering van duurzame energie echter wel gepaard gaan met de nodige regulering van overheidswege, vooral als het gaat om aansluiting van kleinschalige opwekkingsinstallaties voor duurzame energie van particuliere, klein zakelijke en groot zakelijke eindgebruikers op het openbare transport- en distributienetwerk. Hoewel beleidsformulering in dit verband nodig is om de toepassing van duurzame energie te stimuleren, moet daarnaast ook worden verzekerd dat de realisatie van de langere termijn doelstellingen van het energiebeleid, waaronder het ontstaan van een robuuster systeem voor de elektriciteitsvoorziening, blijvend gewaarborgd worden. Dit is de tweede doelstelling.

(…)

2.5

Teruglevering van duurzaam opgewekte elektriciteit

Wanneer de eindgebruiker van zonne-energie tevens is aangesloten op het openbare transport- en distributienet van het netwerkbedrijf (Aqualectra Distribution), kan hij met inachtneming van de aansluitvoorwaarden en overige voorschriften het teveel aan elektriciteit welke hij niet gebruikt “leveren” aan het elektriciteitsnet. Dit heet “terugleveren”.

In de praktijk zal in de meeste gevallen door eindgebruikers gekozen worden voor het installeren van een productiesysteem dat voor maar een deel in de eigen elektriciteitsbehoefte voorziet. Er is dan sprake van een tekort aan capaciteit. Het tekort wordt dan via het distributienet door het netwerkbedrijf aan de eindgebruiker geleverd. Ogenschijnlijk is er dan geen behoefte aan teruglevering door de eindgebruiker aan het openbare elektriciteitsnet. Echter, dat hoeft niet het geval te zijn, want de behoefte aan elektriciteit is niet constant gedurende de dag, waardoor de eindgebruiker aan het net kan leveren wanneer zijn behoefte lager is dan zijn opwekking. In geval tijdens de hoogste productie-uren meer wordt geproduceerd dan verbruikt, is er sprake van terugleveren. Gedurende de meeste tijd, vooral ’s avonds en ’s nachts, wordt er echter meer verbruikt dan er wordt geproduceerd. Dan wordt er door de eindgebruiker afgenomen van het distributienet. De koppeling van de inrichting voor niet-bedrijfsmatige opwekking van duurzame elektriciteit aan het openbare distributienetwerk kan dus gedurende de gehele dag zowel zorgen voor opname van elektriciteit als voor het leveren van elektriciteit. Hierdoor fungeert het netwerk potentieel als een opslagmedium waarmee de efficiëntie van de duurzame opwekking toeneemt.

3. De uitgangspunten voor de tariefstelling van de teruglevering van duurzaam opgewekte elektriciteit en de toepassing daarvan

In de Tariefrichtlijn kleinschalige duurzame stroomvoorziening is vastgelegd welke uitgangspunten toegepast worden bij de bepaling van de tarieven voor teruglevering van elektriciteit door kleinschalige duurzame productie-installaties.

Het primaire uitgangspunt is het tot stand komen van een redelijk teruglevertarief voor beide partijen (producenten en het netwerkbedrijf). Dit dient enerzijds te leiden tot een redelijke terugverdienperiode voor de betrokken producenten van duurzame elektriciteit en mag anderzijds voor het netwerkbedrijf (i.c. Aqualectra Distribution) geen onredelijke kosten met zich meebrengen.

Bij de bepaling van een redelijk teruglevertarief moet in ieder geval aan de volgende specifieke uitgangspunten worden voldaan:

a. De compensatie moet het mogelijk maken dat ten minste de kostprijs van de door de aanvrager geproduceerde energie gedurende de terugverdienperiode wordt gedekt;

b. De compensatie moet vanuit bedrijfseconomisch oogpunt voor het netwerkbedrijf redelijk in verhouding staan tot, en in ieder geval niet hoger zijn dan, de inkoopkosten van de energiebronnen die bespaard worden als gevolg van de teruglevering. Met andere woorden: de hoogte van het teruglevertarief wordt begrensd door de bespaarde inkoopkosten;

c. De compensatie dient tevens rekening te houden met de eventuele financiële gevolgen voor het netwerkbedrijf.

Eventueel kunnen naast genoemde uitgangspunten ook andere overwegingen een rol spelen bij de bepaling van een redelijke vergoeding, zoals milieuoverwegingen en economische overwegingen.

Met goedkeuring van de Raad van Ministers zijn sedert november 2012 ten behoeve van particuliere en zakelijke eindgebruikers die investeerden in inrichtingen voor niet-bedrijfsmatige opwekking van duurzame elektriciteit die gekoppeld werden aan het openbare elektriciteitsnet, teruglevertarieven toegepast die gezien moeten worden als een middel om de toepassing van opwekking van duurzame elektriciteit voor eigen gebruik middels zonne-energie te bevorderen. Om deze reden beantwoorden de huidige tarieven niet in voldoende mate aan de boven genoemde uitgangspunten. Echter, dankzij de geboden incentive heeft met name in de tweede helft van 2013 een forse groei van het aantal inrichtingen voor niet-bedrijfsmatige opwekking van duurzame elektriciteit plaatsgevonden, waardoor gesteld kan worden dat bedoelde afwijkende tarifering het gewenste effect heeft gehad. Daarenboven blijken de groeiprognoses voor 2014 en 2015 in lijn te zijn met de gestelde doelen voor de opwekking van duurzame elektriciteit in Curaçao.

Het huidige teruglevertarief van NAF. 0,40 per kWh voor particuliere eindgebruikers en klein zakelijke eindgebruikers is gebaseerd op het principe van saldering. Dit houdt in dat voor zover er tegenover een hoeveelheid teruggeleverde duurzame elektriciteit een gelijke hoeveelheid van het openbare elektriciteitsnet afgenomen elektriciteit staat, deze gelijke hoeveelheden niet in geld worden verrekend. Dit betekent dat voor deze teruggeleverde duurzame elektriciteit door Aqualectra Distribution effectief het veel hogere leveringstarief van circa NAF. 0,74 per kWh wordt vergoed, hetgeen voor de eindgebruiker uiteraard bijzonder voordelig is. Voor het surplus aan afgenomen elektriciteit moet de eindgebruiker aan Aqualectra Distribution het toepasselijke leveringstarief betalen; voor het surplus aan teruggeleverde elektriciteit kan de eindgebruiker aanspraak maken op het teruglevertarief.

Het huidige teruglevertarief van NAF. 0,42 per kWh voor groot zakelijke eindgebruikers is gebaseerd op het principe van gescheiden tarifering voor geleverde elektriciteit en teruggeleverde elektriciteit, de zogeheten “net billing”.

In 2014 zijn de in 2012 en 2013 toegepaste tarieven door Bureau Telecommunicatie en Post geëvalueerd en zijn op grond van deze evaluatie en de prognoses voor 2014 en 2015 voorstellen geformuleerd voor herziening van de teruglevertarieven. Hiervan is rapport uitgebracht aan de Raad van Ministers. Naar aanleiding van dit rapport heeft de Raad van Ministers op voorstel van ondergetekende op 5 november 2014 besloten tot herziening van de structuur en de hoogte van de teruglevertarieven, waardoor deze beantwoorden aan de boven genoemde uitgangspunten in de herziene Tariefrichtlijn.

Hierna volgt verduidelijking van wat dit inhoudt voor particuliere eindgebruikers en zakelijke eindgebruikers en wat de ratio daarvan is. Tevens wordt aangegeven wat de nieuwe teruglevertarieven betekenen voor de terugverdientijd van de eindgebruikers die reeds duurzame elektriciteit terugleveren.

Particuliere eindgebruikers.

1. Er is sprake van een toenemende vermindering van de afzet van Aqualectra Distribution door duurzame productie. Dit leidt tot een ingeschatte verminderde dekking van het basistarief ter grootte van NAF. 996.000 in 2015 en dus onderdekking van de kosten voor het gebruik en het ter beschikking staan van het openbare elektriciteitsnet, de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet en het productievermogen. Dit dient door de betreffende PV-gebruikers te worden gecompenseerd, aangezien deze de verminderde dekking veroorzaken. Op basis van

een ontwikkeld rekenmodel is bepaald dat met een vergoeding van NAF. 16,00 per kWp opgesteld PV-vermogen per maand kostenneutraliteit voor Aqualectra Distribution bereikt wordt.

2. De teruglevering dient te worden gezien als inkoopkosten voor Aqualectra Distribution. Deze zijn onderdeel van de brandstofclausule. De brandstofclausule is over de eerste 6 maanden in 2014 gemiddeld circa NAF. 0,33 per kWh geweest, hetgeen een goede basis is voor de vast te stellen inkoopkosten voor PV. Het separaat teruglevertarief wordt daarom vastgesteld op NAF. 0,33 per kWh. Dit betekent, dat de salderingsmethode wordt vervangen door “net billing”, waarbij voor de teruglevering een separaat tarief wordt gehanteerd.

3. De terugverdientijd voor particuliere eindgebruikers onder het huidige regime van saldering (waarbij het teruglevertarief effectief op circa NAF. 0,74 per kWh neerkomt) is ongeveer 3 jaar, zonder rekening te houden met onder andere rentelasten. De teruglevertarieven 2012 waren gebaseerd op de toenmalige kosten voor een installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit middels zonne-energie. Inmiddels zijn de prijzen van deze installaties aanzienlijk gedaald. Bij toepassing van de voor het jaar 2015 voorgestelde teruglevertarieven komt de terugverdientijd voor een gemiddelde duurzame installatie voor een particulier ter grootte van 5,4 kWp uit op een periode van ongeveer 7 jaar. Een terugverdientijd van 7 jaar kan nog steeds als redelijk worden beschouwd, omdat PV-systemen een levensduur hebben van 25 jaar of langer.

Zakelijke eindgebruikers.

(…)”

g) De Regeling voorziet niet in een overgangsperiode.

3 Het geschil

3.1

Eisers vorderen, samengevat, dat het Gerecht bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

(i) voor recht zal verklaren dat de Regeling jegens eisers nietig althans onverbindend is;

(ii) voor recht zal verklaren dat IUH en Aqualectra Distribution niet gerechtigd zijn de in de Regeling opgenomen teruglevertarieven en vaste vergoedingen in rekening te brengen;

(iii) het Land, IUH en Aqualectra Distribution op straffe van een aan de Vereniging te verbeuren dwangsom zal verbieden om een lid van de Vereniging de in de Regeling opgenomen teruglevertarieven en vaste vergoedingen in rekening te brengen;

(iv) het Land, IUH en Aqualectra Distribution op straffe van een aan de Vereniging te verbeuren dwangsom zal gebieden om de door IUH of Aqualectra Distribution sinds de inwerkingtreding van de Regeling aan de leden van de Vereniging in rekening gebrachte teruglevertarieven en vaste vergoedingen aan die leden te restitueren, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2

Gedaagden hebben de vorderingen gemotiveerd bestreden. Op de argumenten van partijen zal hierna bij de beoordeling waar nodig worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1

In deze zaak staat centraal de vraag naar de rechtsgeldigheid van de Regeling.

4.2

Tussen partijen is niet in geschil dat de Regeling voor eigenaars van opwekkingsinstallaties (zonnepanelen) financieel aanzienlijk ongunstiger is dan de regeling zoals di e daaraan voorafgaand, vanaf 1 januari 2012, gold.

4.3

De Regeling is gebaseerd op artikel 2 van de Prijzenverordening 1961. Het eerste lid van dit artikel bepaalt onder meer dat indien goederen of diensten worden aangeboden tegen zodanige prijzen, dat het vragen daarvan naar het oordeel van het Bestuurscollege in strijd is met of dreigt te geschieden in strijd met het algemeen belang, het Bestuurscollege het aanbieden van die goederen of diensten tegen hogere of lagere prijzen dan de door het Bestuurscollege aan te geven prijzen kan verbieden.

4.4

Eisers hebben in de eerste plaats aangevoerd dat de Regeling rechtskracht ontbeert omdat deze is gegeven door de - volgens eisers onbevoegde - Minister van Financiën en niet door de - volgens eisers wel bevoegde - Minister van Economische Ontwikkeling. Deze stelling moet worden verworpen op de door het Land onder 3 tot en met 10 van zijn conclusie van antwoord en 3 tot en met 19 van zijn conclusie van dupliek genoemde gronden.

4.5

Eisers stellen voorts dat de Regeling geen wettelijke basis kan vinden in de Prijzenverordening. Ook deze stelling wordt verworpen. Zoals gedaagden hebben uiteengezet en ook blijkt uit de Regeling en de toelichting daarop, heeft de Regeling betrekking op twee van elkaar te onderscheiden goederen/diensten.

Het teruglevertarief betreft de vastgestelde (minimum- en maximum)prijs per door een eindgebruiker/zonne-energieopwekker aan Aqualectra Distribution te leveren kWh.

De vaste vergoeding van NAf 16/NAf 32 heeft weliswaar trekken van een heffing (eisers spreken ook van “solar tax”), maar kan niettemin aangemerkt worden als een door de Minister vastgestelde prijs voor een dienst van Aqualectra Distribution aan een eindgebruiker/zonne-energieopwekker. Deze dienst wordt in de Regeling omschreven als “het gebruik en het ter beschikking staan van het openbare elektriciteitsnet, de aansluiting op het openbare elektriciteitsnet en het productievermogen”. Te meer nu gedaagden benadrukken dat deze dienst losstaat van de teruglevering, komt het er naar het Gerecht begrijpt op neer dat de vaste vergoeding de prijs is voor het - niettegenstaande het feit dat men zelf energie opwekt - aangesloten mogen zijn op het netwerk van Aqualectra Distribution en wordt daarmee beoogd compensatie te bieden voor het feit dat de kosten van instandhouding van het elektriciteitsnet gelijk blijven, terwijl de opbrengsten per aansluiting met een opwekkingsinstallatie voor Aqualectra Distribution lager zijn (vergelijk Gemeenschappelijk Hof 15 maart 2016, ECLI:NL:OGHACMB:2016:73 Alberts vs Aqualectra).

4.6

Het uitvaardigen van een algemeen bindende regeling als hier aan de orde kan onrechtmatig zijn wanneer die in strijd is met een hogere wettelijke regeling. Dat daarvan in dit geval sprake is, is niet gebleken.

4.7

Verder kan de civiele rechter - zie bijvoorbeeld de uitspraken van het Gemeenschappelijk Hof van 21 september 1999, NJ 1999, 834 (premie WA-verzekering) en van 2 september 2008, ECLI:NL:OGHNAA:2008:BF0082 (Huisartsen) - een dergelijke algemeen bindende regeling onverbindend oordelen indien sprake is van willekeur, zodanig dat het Land, in aanmerking genomen de belangen die aan hem ten tijde van de totstandbrenging van de regeling bekend waren of behoorden te zijn, in redelijkheid niet tot de desbetreffende voorschriften is kunnen komen, dan wel wegens strijd met andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Daarbij past een terughoudende opstelling. Het is niet aan de rechter om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van willekeur, is mede van belang in hoeverre de bestreden voorschriften de toets aan (materiële of procedurele) beginselen van behoorlijk bestuur kunnen doorstaan.

4.8

De Prijzenverordening geeft een ruime discretionaire bevoegdheid aan de Minister. Bovendien zijn de elektriciteitsvoorziening en de waarborging en bekostiging daarvan een zeer complexe aangelegenheid van groot maatschappelijk belang, waarbij vele (politieke) afwegingen moeten worden gemaakt. Dit alles pleit te meer voor de hiervoor bedoelde rechterlijke terughoudendheid.

4.9

Wat betreft de verlaging van het teruglevertarief van NAf 0,42 naar NAf 0,33 per kWh (inmiddels sinds 1 januari 2016 verder verlaagd naar NAf 0,25) geldt ook nog dat, zoals ook is overwogen in het tussen de Vereniging en het Land reeds over deze kwestie gevoerde kort geding (GEA Curaçao 29 januari 2015, KG 71687/2014, Vereniging voor Duurzame Energie vs het Land Curaçao), dat het de leden van de Vereniging bekend was en dat ook in hun aansluitovereenkomsten met Aqualectra Distribution is vastgelegd dat de teruglevertarieven door de overheid worden vastgesteld en jaarlijks kunnen worden herzien. Het Land heeft uiteengezet dat de verlaging van het teruglevertarief verband houdt met de mondiale prijsontwikkeling van brandstof en dat het vastgestelde teruglevertarief per 1 januari 2015 van NAf 0,33 per kWh - vereenvoudigd gezegd - de prijs is waarvoor Aqualectra Distribution haar elektriciteit inkoopt. Ten aanzien van het teruglevertarief als zodanig kan gelet hierop niet worden geoordeeld dat het Land in redelijkheid niet tot de gewraakte aanpassing heeft kunnen komen.

4.10

Anders is dit wellicht wat betreft het vaste bedrag van NAf 16/NAf 32 per opgesteld kWp die de zonnepaneeleigenaren sinds 1 januari 2015 aan Aqualectra Distribution dienen te betalen voor hun aansluiting op het net. Daarbij spelen in het bijzonder de volgende omstandigheden een rol:

a. a) Gedaagden geven als rechtvaardiging voor deze heffing onder meer dat de zonnepaneeleigenaren doordat zij zelf stroom opwekken kosten veroorzaken die, zonder de vaste vergoeding, op Aqualectra Distribution en haar andere afnemers worden afgewenteld. Die aanname ligt besloten in de omschrijving van de uitgangspunten in de hierboven geciteerde toelichting op de Regeling en komt tot uitdrukking in de stelling van het Land bij pleidooi (sub 8) dat het in strijd zou zijn met het algemeen belang “indien de mensen die geen zonnepanelen hebben, mee moeten betalen aan de kosten van de mensen die wel zonnepanelen hebben”. Nergens uit blijkt echter dat de zonnepaneeleigenaren, doordat zij zelf elektriciteit opwekken en daarom minder elektriciteit van Aqualectra Distribution afnemen, extra kosten voor Aqualectra Distribution veroorzaken, laat staan dat mensen zonder zonnepanelen voor die extra kosten opdraaien. Zonder toelichting, die ontbreekt, lijkt ook niet goed voorstelbaar dat Aqualectra Distribution lagere totale kosten zou hebben indien iedereen zijn panelen de deur uitdoet. Voor zover de Regeling mede is ingegeven door het “de vervuiler betaalt”-principe, is dat derhalve onjuist.

b) Wel valide is het argument van gedaagden dat Aqualectra Distribution productievermogen moet aanhouden als stand-by voor het vermogen van de zonnepanelen voor wanneer die panelen geen of onvoldoende elektriciteit produceren, en dat het gerechtvaardigd is dat de zonnepaneelhouders aan het - mede ten behoeve van hen - aangehouden (stand-by)productievermogen en distributienet van Aqualectra Distribution meebetalen. Eisers betwisten dat laatste ook niet, maar wijzen op de ongelijkheid die nu bestaat tussen enerzijds de zonnepaneelhouders - die de vaste vergoeding betalen - en anderzijds de andere eindgebruikers die efficiëntiemaatregelen hebben getroffen en hun stroomafname van Aqualectra Distribution hebben teruggebracht. Bij pleidooi hebben eisers als voorbeelden genoemd het huishouden dat de oude lampen, airco’s en koelkasten heeft vervangen door energiebesparende LED-verlichting en Inverter-apparatuur, het huishouden waarvan de bewoners een deel van het jaar in het buitenland verblijven en het huishouden dat een deel van de gebruikte elektriciteit zelf opwekt met een dieselgenerator. Van al die huishoudens, die door hun verminderde afname eveneens minder bijdragen aan de dekking van de vaste kosten van Aqualectra Distribution, wordt geen compensatie (in de vorm van een vast bedrag of anderszins) verlangd. Voor dit verschil in behandeling hebben gedaagden geen overtuigende argumenten aangevoerd.

c) Onder de Tariefregeling 2012 werd uitgegaan van een terugverdientijd van circa drie jaar. Het Land zegt hierover in zijn conclusie van dupliek: “Na een periode van meer dan twee jaar waarin de ontwikkeling van duurzame opwekking van elektriciteit ook in financiële zin te ambitieus is gestimuleerd, is het thans tijd voor een balans waarbij enerzijds investeren in duurzame opwekking van elektriciteit interessant blijft en anderzijds de betaalbaarheid van elektriciteit voor een ieder gewaarborgd wordt”. Dit inzicht kan echter niet wegnemen dat, zoals eisers onbetwist hebben gesteld, veel zonnepaneelhouders juist vanwege de stimulerende regeling uit 2012 panelen hebben aangeschaft, al dan niet gepaard gaand met rentelasten, en zich al na vrij korte tijd plotsklaps geconfronteerd zien met een aanzienlijk minder aantrekkelijke regeling met een heffing van een vast bedrag en zonder de eerder voor particulieren geldende saldering. In een overgangsregeling, waartoe BTP voor wat betreft de particuliere eindgebruikers wel had geadviseerd, is niet voorzien.

d) De Regeling noemt in de toelichting (zie hierboven onder 2 f) als een van de beleidsdoelstellingen het stimuleren van de toepassing van duurzame energie en neemt tot uitgangspunt dat onder het nieuwe regime de terugverdientijd van zonnepanelen uitkomt op een periode van ongeveer 7 jaar. Eisers lijken met gedaagden van mening dat een dergelijke terugverdientijd op zichzelf redelijk kan worden geacht. Bij pleidooi is echter naar voren gekomen dat de deskundigen van eisers (Baak) en van gedaagden (BTP) van mening verschillen of die terugverdientijd onder de huidige Regeling wordt gehaald. Volgens eisers is dat (bij lange na) niet het geval, volgens gedaagden wel.

4.11

Het Gerecht heeft wat punt d) betreft behoefte aan nadere (deskundige) voorlichting. Dat zou kunnen in de vorm van een door het Gerecht te gelasten deskundigenbericht door een of meer onafhankelijke derde(n). Maar naar het zich laat aanzien hebben partijen zelf alle benodigde deskundigheid in huis om hierover - bij voorkeur na gezamenlijk beraad en overleg - duidelijkheid te verschaffen. Wellicht kan dat beraad en overleg ook worden benut om de huidige Regeling te evalueren en daarin ook de andere hiervoor onder [4.10] bedoelde punten te betrekken.

4.12

Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om bij akte aan het Gerecht te berichten wat volgens hen (na nader beraad en overleg) thans de terugverdientijd is van de zonnepanelen van eisers en, indien zij hierover wezenlijk van mening blijven verschillen, welke door het Gerecht te benoemen deskundige(n) hierover duidelijkheid zou(den) kunnen verschaffen. Partijen wordt verzocht het Gerecht daarbij te informeren hoe de kleinschalige opwekking door zonnepanelen in andere beschaafde moderne landen (bijvoorbeeld Aruba, Sint Maarten, BES) is geregeld.

4.13

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

Het Gerecht

5.1

verwijst de zaak naar de rolzitting van maandag 18 september 2017 voor akte uitlating aan de zijde van alle partijen;

5.2

bepaalt dat partijen vervolgens op een door de rolrechter vast te stellen datum ieder een antwoordakte zullen kunnen nemen;

5.3

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2017.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature