< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Mil.Kamer. gebruik vervalst geschrift

Uitspraak



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO MEERVOUDIGE MILITAIRE KAMER

S T R A F V O N N I S

in de zaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres].

1 Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 5 juli 2017 en

17 november 2017 zoals blijkt uit de processen-verbaal van die terechtzittingen. De verdachte is beide keren verschenen, steeds bijgestaan door haar raadsman, mr. J.B. Langendoen.

De officier van justitie, mr. S. van de Vliet, heeft ter terechtzitting gevorderd de verdachte ter zake van de feiten 1 en 2 te veroordelen tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 (één) maand, met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 200 uren, bij niet of niet naar behoren verrichten te vervangen door 100 dagen hechtenis.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, met inachtneming van de gevorderde en toegewezen wijzigingen, tenlastegelegd:

1.

zij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 augustus 2013 tot en met 7 juni 2016, te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk, - één of meer kopieën van afschriften en/of een rekening-overzicht (over de periode 1 augustus 2013 tot en met 31 maart 2014) van Rabobank -rekening nummer [rekeningnummer 1] van verdachte - (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen – (telkens) valselijk heeft opgemaakt met het oogmerk om dat geschrift/die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of doen gebruiken, bestaande dat valselijk opmaken hierin dat voornoemd(e) geschrift(en) zodanig is/zijn opgemaakt/opgesteld dat dit lijkt/deze lijken op (een) echt(e) en onvervalst(e) bankafschrift(en) en/of een echt en onvervalst bankrekeningoverzicht van de Rabobank en/of vermeldende dit/deze geschrift(en) in strijd met de waarheid dat op de navolgende data de navolgende huurpenningen middels banktransactie zijn voldaan:

26-08-2013 € 1.659,83 en/of

24-12-2013 € 1.618,31 en/of

25-01-2014 € 1.638,35 en/of

24-02-2014 € 1.649,29;

(artikel 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht Nederland )

2.

zij op 11 april 2016 en/of 7 juni 2016, althans in of omstreeks de periode vanaf 11 april 2016 tot en met heden te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, één of meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of afgeleverd en/of overgedragen

- één of meer valse/vervalste kopieën van afschriften en/of een rekening-overzicht (over de periode 1 augustus 2013 tot en met 31 maart 2014) van Rabobank-rekening nummer [rekeningnummer 1] van verdachte – (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) dat/die geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik/ die aflevering/dat overdragen hierin dat zij dat geschrift/die geschriften heeft gezonden aan en/of overgelegd in een civiele procedure bij het Gerecht in Eerste Aanleg te Curaçao,

bestaande de valsheid en/of de vervalsing hierin dat voornoemd(e) geschrift(en) zodanig is/zijn opgemaakt/opgesteld dat dit lijkt/deze lijken op (een) echt(e) en onvervalst(e) bankafschrift(en) en/of een echt en onvervalst bankrekeningoverzicht van de Rabobank en/of vermeldende dit/deze geschrift(en) in strijd met de waarheid dat op de navolgende data de navolgende huurpenningen middels banktransactie zijn voldaan:

26-08-2013 € 1.659,83 en/of

24-12-2013 € 1.618,31 en/of

25-01-2014 € 1.638,35 en/of

24-02-2014 € 1.649,29;

(artikel 225 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht Nederland )

3 Voorvragen

De militaire kamer heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 Bewijsbeslissingen

4A. Vrijspraak

De militaire kamer is van oordeel dat uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting volgt dat de medeverdachte [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1]) de betreffende bankafschriften heeft vervalst. Er zijn er echter onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat de verdachte hierbij een rol heeft gespeeld, zodat niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een zodanige bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1] dat sprake is geweest van medeplegen. Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder feit 1 is tenlastegelegd en zal de verdachte daarvan vrijspreken.

4B. Bewezenverklaring

De militaire kamer heeft uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat de verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bewezen acht dat:

2.

zij op 11 april 2016 en/of 7 juni 2016, althans in of omstreeks de periode vanaf 11 april 2016 tot en met heden te Curaçao, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, éénmaal of meermalen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of afgeleverd en/of overgedragen

- één of meer valse/vervalste kopieën van afschriften en/of een rekening-overzicht (over de periode 1 augustus 2013 tot en met 31 maart 2014) van Rabobank-rekening nummer [rekeningnummer 1] van verdachte – (elk) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, als ware(n) dat/die geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruik/ die aflevering/dat overdragen hierin dat zij dat geschrift/die geschriften heeft gezonden aan en/of overgelegd in een civiele procedure bij het Gerecht in Eerste Aanleg te Curaçao,

bestaande de valsheid en/of de vervalsing hierin dat op voornoemd(e) geschrift(en) zodanig is/zijn opgemaakt/opgesteld dat dit lijkt/deze lijken op (een) echt(e) en onvervalst(e) bankafschrift(en) en/of een echt en onvervalst bankrekeningoverzicht van de Rabobank en/of vermeldende dit/deze geschrift(en) in strijd met de waarheid staat vermeld dat op de navolgende data de navolgende huurpenningen middels banktransactie zijn voldaan:

26-08-2013 € 1.659,83 en/of

24-12-2013 € 1.618,31 en/of

25-01-2014 € 1.638,35 en/of

24-02-2014 € 1.649,29;.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn in de bewezenverklaring cursief weergegeven verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, zoals doorgestreept in de tekst, is niet bewezen, zodat de verdachte hiervan zal worden vrijgesproken.

4C. Bewijsmiddelen

De militaire kamer komt tot bewezenverklaring van het onder feit 2 tenlastegelegde op grond van de feiten en omstandigheden die in de navolgende wettige bewijsmiddelen zijn vervat.

In onderstaande bewijsmiddelen wordt telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in de wettelijke vorm opgemaakte - processen-verbaal, die onderdeel uitmaken van het einddossier van De Koninklijke Marechaussee, Brigade Caribisch gebied. Voor zover wordt verwezen naar paginanummers, betreffen het paginanummers van het dossier met dossiernummer BAVP10/17 – 000005.

De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

1. (pagina 9 t/m 40)

Proces-verbaal van aangifte, met bijlagen, opgemaakt en op 17 juni 2016 gesloten en ondertekend door [verbalisant 1], voor zover inhoudende als verklaring van B. Nagelmakers:

Ik ben werkzaam als advocate. In een huurgeschil tussen [verdachte] en [persoon 1], sta ik [persoon 1] bij. [verdachte] heeft in juli 2013 een huurovereenkomst voor bepaalde tijd met [persoon 1] gesloten. [persoon 1] heeft een civiele procedure aanhangig gemaakt jegens [verdachte] waarbij zij de achterstallige huurpenningen vorderde. Bij tussenvonnis van 15 november 2015 heeft de rechter geoordeeld dat [verdachte] geen bewijs van betaling van de gevorderde huurtermijnen had overgelegd. [verdachte] had tot dat moment volstaan met het overleggen van een door haar opgestelde excelsheet en ongedateerde screenshots van haar telefoon. Op 11 april 2016 heeft [verdachte] in de procedure een akte gediend met daarbij een stuk genaamd “overzicht van de Rabobank”. Hierop zouden de betalingen van [verdachte] aan [persoon 1] zijn weergegeven. De onderstaande op het overzicht vermelde betalingen heeft [persoon 1] echter niet van [verdachte] ontvangen:

o 1.659,83 huur 15-8 t/m 15-9-2013 26-08-2013

o € 1.618,31 huur 15-12-2013 t/m 14-1-2014 24-12-2013

o € 1.638,35 huur 15-1 t/m 15-2-2014 25-01-2014

o € 1.649,29 huur 15-2 t/m 15-3-2014 24-02-2014 .

Ten tijde van de mondelinge behandeling op 7 juni 2016 heeft [verdachte] ter ondersteuning van het eerder door haar overgelegde overzicht, bankafschriften van de Rabobank overgelegd, waaruit de betalingen aan [persoon 1] zouden blijken. Kopieën van deze bankafschriften worden als bijlage 6 bij deze aangifte overgelegd.

2. Geschriften, te weten de aan dit vonnis gehechte documenten, zijnde kopieën van documenten op pagina 33, 37, 38 en 39 van het dossier, behorende bij bijlage 6 bij het proces-verbaal van aangifte van B. Nagelmakers.

3. ( (pagina 41 t/m 77)

Proces-verbaal, met bijlagen, opgemaakt en op 20 januari 2017 gesloten en ondertekend door [verbalisant 2], voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant voornoemd:

Middels een rechtshulpverzoek zijn er bankafschriften opgevraagd bij de Rabobank, die per e-mail zijn toegezonden. Ik heb de toegezonden bankafschriften van het rekeningnummer [REKENINGNUMMER 1] op naam van [verdachte] vergeleken met de data op de bankafschriften van [verdachte] de we van aangeefster ter inzage hebben gekregen. Uit de bankafschriften die we ter inzage hebben gekregen van de aangeefster stonden onder meer de navolgende betalingen:

o 26-08-2013 euro 1.659,83

o 24-12-2013 euro 1.618,31

o 25-01-2014 euro 1.638,35

o 24-02-2014 euro 1.649,29

Deze betalingen zijn niet aangetroffen op de bankafschriften die we van de Rabobank hebben ontvangen.

4. Geschriften, te weten de aan dit vonnis gehechte documenten, zijnde kopieën van documenten op pagina 48, 61, 66 en 69 van het dossier gevoegd als bijlage bij het proces-verbaal opgenomen als bewijsmiddel 3.

5. Een proces-verbaal van de terechtzitting van 5 juli 2017 van de militaire kamer in eerste aanleg van Curaçao, meervoudige militaire kamer, parketnummer 560.00001/17, los stuk, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [medeverdachte 1]:

In overleg met mijn echtgenote mevrouw [verdachte] doe ik de bankzaken. Ik ben bekend met de bankafschriften die in de civiele procedure zijn overgelegd. Ik heb die bankafschriften aan [verdachte] gegeven. De dag van de civiele zitting hebben we de producties meegenomen naar de zitting.

6. Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 5 juli 2017 afgelegd, voor zover inhoudende:

Op 7 juni 2016 heb ik kopieën van afschriften van mijn bankrekening overgelegd in de civiele procedure.

4D. Bewijsoverweging

Opzet

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte ook van het onder feit 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe – samengevat – aangevoerd dat de verdachte geen opzet had op het plegen van het feit, nu zij er niet van op de hoogte was dat de bankafschriften waren vervalst. De militaire kamer overweegt als volgt.

In de civiele procedure heeft het gerecht de verdachte opdracht gegeven te bewijzen dat zij de achterstallige huurpenningen heeft betaald aan [persoon 1] nadat [persoon 1] gemotiveerd had betwist dat die huurpenningen waren betaald. Door onder deze omstandigheden niet naar de bankafschriften te kijken en na te laten deze te controleren alvorens die in de civiele procedure als bewijsstukken in te brengen, heeft de verdachte, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat de bankafschriften waren vervalst. De militaire kamer neemt hierbij in aanmerking dat ten aanzien van de bankafschriften die door de verdachte zijn overgelegd reeds op het eerste gezicht is te zien dat er iets niet klopt. Bij de betwiste betalingen zijn er boven en onder de betaling duidelijk witregels te zien, die verder op de bankafschriften niet voorkomen.

Medeplegen

Op grond van de bewijsmiddelen oordeelt de militaire kamer dat ten aanzien van het bewezen verklaarde sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte 1] die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering en derhalve sprake is geweest van medeplegen.

5 Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 2:

Medeplegen van opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift, als bedoeld in artikel 225, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit. Het feit is derhalve strafbaar.

6 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte opheft of uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7 Strafmotivering

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder de verdachte zich daaraan schuldig heeft gemaakt en de persoon van de verdachte, zoals van één en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft in een civiele procedure die tegen haar was aangespannen vervalste bankafschriften overgelegd als bewijs van door haar gedane betalingen. Dit is een ernstig feit. Niet alleen wordt hierdoor het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer mag worden gesteld in de echtheid van dergelijke documenten geschaad, maar de verdachte heeft hierdoor ook een eerlijke rechtsgang en het eerlijk beloop van het recht ondermijnd. De militaire kamer rekent de verdachte haar handelen zwaar aan.

Bij de strafoplegging heeft de militaire kamer acht geslagen op de blanco strafkaart van de verdachte en haar persoonlijke omstandigheden, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. In deze persoonlijke omstandigheden ziet de militaire kamer aanleiding een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende acht de militaire kamer oplegging van een werkstraf van na te noemen duur passend en geboden. De militaire kamer zal bepalen dat een deel daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, om begeleiding van de verdachte mogelijk te maken.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 225 van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht.

9 Beslissing

De militaire kamer:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde zoals in rubriek 4A omschreven heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde zoals in rubriek 4B omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde feit het in rubriek 5 genoemde strafbare feit oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van honderdtwintig (120) uren, met bevel dat van deze werkstraf een gedeelte, groot eenentachtig (81) uren, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de militaire kamer later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt gesteld op twee (2) jaren, één of meer van de na te melden voorwaarden overtreedt;

stelt als algemene voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig zal maken;

stelt als bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens U.O. Reclassering Curaçao (gevestigd op het adres: Scharlooweg 154/156 Unit B (oud Kranshi gebouw), telefoonnummer 461-1832), zulks zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig acht;

Bij het niet of naar behoren verrichten van deze taakstraf zal vervangende hechtenis worden toegepast voor de duur van negentien (19) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.T. Paulides (voorzitter) en mr. M.J. de Kort, rechters, en

kapitein-luitenant ter zee R.M.H. Clermont, militair lid, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerecht op 17 november 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.

Kapitein-luitenant ter zee R.M.H. Clermont is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature