< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Diefstal

Uitspraak



Parketnummer: 400.00166/18

Uitspraak: 22 maart 2019 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[VERDACHTE],

geboren op [geboortedatum] 1992 op [geboorteplaats],

wonende op [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het huis van bewaring op Bonaire.

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 22 november 2018 en 1 maart 2019. De verdachte is telkens verschenen, bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.P. Osepa, advocaat in Curaçao (thans op Bonaire).

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. A.A.E. Martis, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren, met aftrek van voorarrest.

Haar vordering behelst voorts de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van $ 5.365,00, de niet-ontvankelijkverklaring van die benadeelde partij in hetgeen hij overigens heeft gevorderd en de oplegging van een bij de toewijsbare vordering behorende schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen hem onder 1 primair en subsidiair en 2 ten laste is gelegd. Met betrekking tot hetgeen de verdachte onder 1 meer subsidiair ten laste is gelegd, refereert de raadsman zich aan het oordeel van het Gerecht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd:

Feit 1

dat hij, op of omstreeks 07 juli 2018 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een motorvoertuig (Witte Nissan Blues kentekenplaat [KENTEKENNUMMER 1]) en/of een mobiele telefoon (Huawei 8) en/of een (gouden) ketting en/of een (gouden) horloge (Guess) en/of twee (vinger) ringen en/of een portemonnee en/of (ongeveer) 2000USD althans een hoeveelheid geld en/of een leesbril

in elk geval (enig) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan de heer [benadeelde 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat de verdachte en/of zijn mededader(s)

die [benadeelde 1] met kracht bij zijn shirt heeft/hebben vastgepakt en/of

(vervolgens) die [benadeelde 1] uit zijn auto heeft/hebben weggetrokken en/of

(vervolgens) een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde 1] heeft/hebben gezet en/of gehouden en (daarbij) aan die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd om te stil te blijven; en/of

(vervolgens) die [benadeelde 1] met de vuurwapen (tegen zijn hoofd) heeft/ hebben geslagen en/of gestompt; en/of

die [benadeelde 1] met kracht tegen de grond heeft/hebben geduwd/ gehouden;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, subsidiair

dat hij, in of omstreeks de periode van 08 juli 2018 tot 12 juli 2018, op het eiland Bonaire, opzettelijk een goed te weten , een mobiele telefoon (Huawei 8), in elk geval een goed, welk goed door diefstal, in elk geval door misdrijf, was verkregen, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand genomen, en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, meer subsidiair;

dat hij , in of omstreeks 08 juli 2018 tot 12 juli 2018 op het eiland Bonaire, met grove verwaarlozing van de ten deze geboden voorzichtigheid, een goed, te weten , een mobiele telefoon (Huawei 8), in elk geval enig goed, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand heeft genomen en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen, terwijl hij redelijkerwijs had behoren te begrijpen, althans moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 2

Primair

dat hij, op of omstreeks 09 juli 2018 op het eiland Bonaire, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een brandkast met inhoud, te weten Chippie en/of Digicel telefoonkaarten, 1035 USD (papieren geld en munten rol) althans een hoeveelheid geld en/of een mobiele telefoon (Samsung) en/of C2 kaarten RCN en/of benzinekaarten;

in elk geval (enig) goed(eren) of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] (zijnde de bewaker van [bedrijf 1]) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)

het hoofd van die [slachtoffer 1] met kracht op/tegen de tafel heeft/hebben gezet en/of geduwd; en/of

(vervolgens) een vuurwapen in de linkerzij van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt en (daarbij) dreigend heeft/hebben toegevoegd de woorden “Rustig blijven, werk mee omdat wij een overval gaan plegen. De blanke mensen hebben geld. Als je meewerkt gaan wij jou niks doen” althans woorden van gelijke strekking; en/of

(vervolgens) de mond van die [slachtoffer 1] (met plakband) heeft/hebben vast-/dichtgeplakt en/of

(vervolgens) de handen (polsen) en/of voeten (enkels) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgebonden en/of vastgeplakt; en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben geduwd;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, subsidiair

dat hij, in of omstreeks de periode van 09 juli 2018 tot 12 juli 2018, op het eiland Bonaire, opzettelijk (een) goed(eren) te weten , een hoeveelheid Digicel telefoonkaarten in elk geval een of meer goed(eren), welk goed/welke goederen door diefstal, in elk geval door misdrijf, was/waren verkregen, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand genomen, en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, meer subsidiair;

dat hij , in of omstreeks 09 juli 2018 tot 12 juli 2018 op het eiland Bonaire, met grove verwaarlozing van de ten deze geboden voorzichtigheid, (een) goed(eren), te weten , een hoeveelheid Digicel telefoonkaarten, in elk geval (enig) goed(eren), heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand heeft genomen en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen, terwijl hij redelijkerwijs had behoren te begrijpen, althans moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 1 primair en feit 2 primair, subsidiair en meer subsidiair

Ten aanzien van feit 1 primair

Het Gerecht is van oordeel dat het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair tenlastegelegde (medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld). Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Op 7 juli 2018 werd [benadeelde 1] in de garage van zijn woning overvallen door twee daders. Daarbij werd hij onder meer van zijn mobiele telefoon (Huawei 8) beroofd. Met de desbetreffende telefoon werd al kort (ongeveer 2,5 uur) na de overval $5,00 aan beltegoed gestuurd naar de telefoon van de vriendin van de verdachte, genaamd [getuige 1]. Vanaf 10 juli 2018 werd het telefoonnummer van verdachte gebruikt in de weggenomen telefoon. Tijdens de huiszoeking in de woning van de verdachte op 12 juli 2018 werd de bij de overval weggenomen telefoon aangetroffen en inbeslaggenomen. Behalve het gegeven dat de bij de overval weggenomen telefoon kort na de overval door de verdachte of diens vriendin werd gebruikt om beltegoed naar de telefoon van de vriendin te sturen en dat die telefoon vervolgens in de woning van de verdachte werd aangetroffen, biedt het dossier verder geen concrete aanwijzingen waaruit zou moeten blijken dat de verdachte op de een of andere wijze betrokken is geweest bij de overval. Het feit dat de verdachte op 12 juli 2018 tijdens een telefoongesprek met zijn vriendin onder meer vragen stelt over de bij de overval weggenomen telefoon doet aan het voorgaande niet af. Verder kan van het door de aangever gegeven signalement van de dader niet worden gezegd dat de verdachte ongetwijfeld daarin past. In het gegeven dat verdachte bij herhaling heeft gelogen over de herkomst van de telefoon, gecombineerd met het gebruik van de telefoon door verdachte en het aantreffen ervan bij hem, ziet het Gerecht onvoldoende aanleiding om, zoals de officier van justitie heeft gedaan, de conclusie te trekken dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de overval. Daarbij acht het Gerecht mede van belang dat de uiteindelijke verklaring van verdachte dat hij de telefoon van zijn vriendin heeft gekregen, hetgeen zij onder ede bij de rechter-commissaris heeft bevestigd, niet zo onaannemelijk is dat hieraan geen enkele waarde kan worden gehecht. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal met geweld.

Ten aanzien van feit 2 primair

Het Gerecht is met de officier van justitie van oordeel dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 primair tenlastegelegde. De verdachte zal daarom zonder nadere motivering worden vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal met geweld.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair en meer subsidiair

Het Gerecht is voorts van oordeel dat ook het bewijs tekortschiet om te kunnen vaststellen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde (opzetheling en schuldheling). Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.

Op 9 juli 2018 werd door drie daders een gewapende overval gepleegd op de bewaker van [bedrijf 1]. Daarbij werd onder meer een kluis inhoudende een grote hoeveelheid telefoonkaarten weggenomen. Van die hoeveelheid telefoonkaarten werden er acht tijdens een huiszoeking in de woning van de verdachte aangetroffen. Behalve het gegeven dat een aantal van de buitgemaakte telefoonkaarten in de slaapkamer van de verdachte is aangetroffen en dat ook een aantal daarvan op telefoons van voor de verdachte bekende personen is opgewaardeerd, bevat het dossier verder geen enkele concrete aanwijzing waaruit zou moeten blijken dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- dan wel schuldheling. Immers kan op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting naast het voorgaande slechts worden vastgesteld dat de verdachte de telefoonkaarten, waarvan zijn stiefvader, genaamd [persoon 1], heeft verklaard dat hij deze in de slaapkamer van de verdachte had gelegd nadat hij deze voor zijn veranda had gevonden, heeft zien liggen. Hier komt nog bij dat uit het dossier niet blijkt door wie de telefoonkaarten op de verschillende telefoons zijn opgewaardeerd. Dat de verdachte tijdens het telefoongesprek met zijn vriendin op 12 juli 2018 heeft gesproken over de desbetreffende telefoonkaarten doet aan al het voorgaande niet af. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van de tenlastegelegde opzet- en schuldheling.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht - op grond van de hierna weergegeven bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen, in onderling verband en samenhang beschouwd - wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande:

Feit 1

dat hij, op of omstreeks 07 juli 2018 op het eiland Bonaire , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een motorvoertuig (Witte Nissan Blues kentekenplaat [KENTEKENNUMMER 1]) en/of een mobiele telefoon (Huawei 8) en/of een (gouden) ketting en/of een (gouden) horloge (Guess) en/of twee (vinger) ringen en/of een portemonnee en/of (ongeveer) 2000USD althans een hoeveelheid geld en/of een leesbril

in elk geval (enig) goed(eren) en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan de heer [benadeelde 1] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde 1] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat de verdachte en/of zijn mededader(s)

die [benadeelde 1] met kracht bij zijn shirt heeft/hebben vastgepakt en/of

(vervolgens) die [benadeelde 1] uit zijn auto heeft/hebben weggetrokken en/of

(vervolgens) een vuurwapen tegen het hoofd van die [benadeelde 1] heeft/hebben gezet en/of gehouden en (daarbij) aan die [benadeelde 1] heeft/hebben gezegd om te stil te blijven; en/of

(vervolgens) die [benadeelde 1] met de vuurwapen (tegen zijn hoofd) heeft/ hebben geslagen en/of gestompt; en/of

die [benadeelde 1] met kracht tegen de grond heeft/hebben geduwd/ gehouden;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, subsidiair

dat hij, in of omstreeks de periode van 08 juli 2018 tot 12 juli 2018, op het eiland Bonaire, opzettelijk een goed te weten, een mobiele telefoon (Huawei 8), in elk geval een goed, welk goed door diefstal, in elk geval door misdrijf, was verkregen, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand genomen, en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, meer subsidiair;

dat hij , in of omstreeks 08 juli 2018 tot 12 juli 2018 op het eiland Bonaire , met grove verwaarlozing van de ten deze geboden voorzichtigheid, een goed, te weten , een mobiele telefoon (Huawei 8) , in elk geval enig goed, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand heeft genomen en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen, terwijl hij redelijkerwijs had behoren te begrijpen, althans moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Feit 2

Primair

dat hij, op of omstreeks 09 juli 2018 op het eiland Bonaire , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een brandkast met inhoud, te weten Chippie en/of Digicel telefoonkaarten, 1035 USD (papieren geld en munten rol) althans een hoeveelheid geld en/of een mobiele telefoon (Samsung) en/of C2 kaarten RCN en/of benzinekaarten;

in elk geval (enig) goed(eren) of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] (zijnde de bewaker van [bedrijf 1]) gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of zijn mededader(s)

het hoofd van die [slachtoffer 1] met kracht op/tegen de tafel heeft/hebben gezet en/of geduwd; en/of

(vervolgens) een vuurwapen in de linkerzij van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gedrukt en (daarbij) dreigend heeft/hebben toegevoegd de woorden “Rustig blijven, werk mee omdat wij een overval gaan plegen. De blanke mensen hebben geld. Als je meewerkt gaan wij jou niks doen” althans woorden van gelijke strekking; en/of

(vervolgens) de mond van die [slachtoffer 1] (met plakband) heeft/hebben vast-/dichtgeplakt en/of

(vervolgens) de handen (polsen) en/of voeten (enkels) van die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgebonden en/of vastgeplakt; en/of

(vervolgens) die [slachtoffer 1] naar de grond heeft/hebben geduwd;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, subsidiair

dat hij, in of omstreeks de periode van 09 juli 2018 tot 12 juli 2018 , op het eiland Bonaire , opzettelijk (een) goed(eren) te weten , een hoeveelheid Digicel telefoonkaarten in elk geval een of meer goed(eren), welk goed/welke goederen door diefstal, in elk geval door misdrijf, was/waren verkregen, heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand genomen, en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen;

althans, indien voorgaande feit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden, meer subsidiair;

dat hij , in of omstreeks 09 juli 2018 tot 12 juli 2018 op het eiland Bonaire , met grove verwaarlozing van de ten deze geboden voorzichtigheid, (een) goed(eren), te weten , een hoeveelheid Digicel telefoonkaarten, in elk geval (enig) goed(eren), heeft gekocht, gehuurd, ingeruild, in pand heeft genomen en/of als geschenk heeft aangenomen en/of uit winstbejag heeft verkocht, verhuurd, verruild, in pand heeft gegeven, vervoerd, bewaard en/of verborgen, terwijl hij redelijkerwijs had behoren te begrijpen, althans moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmiddelen

Het Gerecht grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring. De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Daarbij wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen op Bonaire.

1.

Het proces-verbaal van aangifte, d.d. 8 juli 2018, p. 72-74, voor zover inhoudende als verklaring van de aangever [benadeelde 1]:

Op 7 juli 2018 kwam ik thuis aanrijden in mijn auto. Ik reed de garage in met mijn auto. Op het moment dat ik uit de auto wilde stappen, voelde ik dat iemand mij met kracht aan mijn shirts vastpakte. Ik werd uit de auto getrokken en een vuurwapen werd aan mijn hoofd gezet. De man duwde mij met kracht op de grond. De man sloeg mij tegen mijn hoofd met het pistool. De man haalde mijn ketting en mijn horloge weg. Ik heb zelf mijn vingerring aan hem gegeven. Op dat moment hoorde ik dat een ander man samen met de man met het vuurwapen aanwezig was. Ik hoorde de man tegen de man met het pistool zeggen om ook de andere ring vaan mij te pakken. Ik voelde dat de man met het vuurwapen de ring die ik aan mijn rechtermiddelvinger aanhad wegtrok. Ook mijn portemonnee werd uit mijn broekzak gehaald. Toen ik voelde dat de man niet meer naast mij was, stond ik op. Op dat moment merkte ik dat de mannen ook de auto hadden meegenomen. De daders hebben onder meer een mobiele telefoon van het merk AW 8 (het Gerecht begrijpt: Huawei 8), met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] weggenomen.

2.

Het proces-verbaal van aanvraag huiszoeking woning [adres], d.d. 11 juli 2018, p. 47-48, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 1]:

De historische printgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] werden ontvangen en het IMEI-nummer van de weggenomen telefoon bleek het IMEI-nummer [IMEI-nummer 1] te zijn. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] wordt getapt en de stem van [verdachte]wordt herkend. Op 10 juli 2018 is op het tapsysteem te zien dat de simkaart met telefoonnummer [telefoonnummer 2] in de telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer 2] is gezet. Dit leidt tot de conclusie dat [verdachte] de weggenomen mobiele telefoon gebruikt. Naar aanleiding van bovenstaande feiten en omstandigheden is het voor het onderzoek noodzakelijk dat de woning aan de [adres], waar de verdachte [verdachte] woont of verblijft, wordt doorzocht ter mogelijke inbeslagneming. De huiszoeking is gepland op 12 juli 2018.

3.

Het proces-verbaal van kennisgeving, d.d. 12 juli 2018, p. 78-79, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant [verbalisant 2]:

OP 12 juli 2018 werd te [adres] onder meer een mobiele telefoon van het merk Huawei in beslag genomen.

4.

Het proces-verbaal van verhoor getuige bij de rechter-commissaris, d.d. 20 december 2018, voor zover inhoudende als verklaring van de getuige [getuige 1]:

Ik was met de auto naar Peking gereden. Toen ik weer in de auto zat, kwam een man op mij af. Hij zei tegen mij om met de telefoon te blijven. Ik heb de telefoon toch aangenomen, omdat de man mij die had aangeboden. Ik weet niet precies wie de man is. Ik ben met de telefoon naar het huis van [verdachte] gereden. Ik heb toen tegen [verdachte] gezegd dat ik de telefoon bij de Chinees heb gekregen. Hij vroeg van wie en ik heb geantwoord dat ik die man niet kende.

5.

De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 1 maart 2019, voor zover inhoudende:

Ik heb de telefoon van [getuige 1] gekregen. Zij heeft tegen mij gezegd dat zij de telefoon van een man die zij niet kent heeft gekregen. Ik heb de telefoon daarna gebruikt.

Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1 subsidiair

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet de verdachte, maar [getuige 1] de mobiele telefoon van iemand had gekregen. De verdachte heeft slechts gebruikgemaakt van de desbetreffende telefoon. Deze handeling van de verdachte is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is geweest van (voorwaardelijk) opzet zijdens de verdachte, aldus de raadsman.

Het Gerecht verwerpt het verweer van de raadsman op grond van de volgende overweging. De verdachte heeft een mobiele telefoon van zijn vriendin gekregen. Het Gerecht gaat ervan uit dat de verdachte de telefoon als geschenk heeft aangenomen, nu hij deze zonder enige vorm van tegenpresentatie heeft gekregen. De desbetreffende telefoon heeft de verdachte aangenomen en vervolgens gebruikt, terwijl hij wist dat zijn vriendin de telefoon zomaar van een wildvreemde man bij een Chinees restaurant heeft gekregen. Gelet op het vorenstaande en nu het een feit van algemene bekendheid is dat telefoons gewilde objecten van diefstal zijn, gaat het Gerecht ervan uit dat de verdachte, die al eerder (2015) werd veroordeeld ter zake heling, op zijn minst in de zin van voorwaardelijk opzet een door misdrijf afkomstige telefoon als geschenk heeft aangenomen. De tenlastegelegde opzetheling kan derhalve wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 431 van het Wetboek van Strafrecht BES. Het wordt als volgt gekwalificeerd:

Opzetheling.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Meer in het bijzonder heeft het Gerecht het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een mobiele telefoon. Door aldus te handelen heeft verdachte andere misdrijven ondersteund en deze daarmee begunstigd. Helingshandelingen werken immers misdrijven als diefstallen in de hand of dragen bij aan het in stand houden van een afzetmarkt voor gestolen goederen.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Bij de oplegging van de straf houdt het Gerecht rekening met de straffen die voor dit soort feiten tracht te worden opgelegd. Voorts wordt rekening gehouden met het feit dat de verdachte, zoals blijkt uit zijn strafkaart, reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld vanwege vermogensdelicten waaronder een helingsdelict ter zake waarvan hij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd heeft gekregen. Hiernaast neemt het Gerecht in aanmerking dat de verdachte, gelet op zijn proceshouding, geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen.

Het Hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte geen aanleiding om aan een voorwaardelijk deel van de straf de bijzondere voorwaarde van reclasseringscontact te verbinden, zoals door de Stichting Reclassering Caribisch Nederland in een rapport van 22 november 2018 is geadviseerd. Daarbij is van belang dat, zoals door de Reclassering werd geconstateerd, verdachte zijn leven voor de inverzekeringstelling (redelijk) op orde had.

Het voorgaande in afweging genomen, acht het Gerecht na te melden straf passend en geboden.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt $ 8.215,00.

De verdediging heeft de vordering betwist.

Nu het Gerecht de verdachte zal vrijspreken van het onder 1 primair ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt, kan de benadeelde partij niet in zijn vordering worden ontvangen.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 2 primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de zes (6) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. G. Edelenbos, bijgestaan door

mr. M.D.M. Connor, (zittingsgriffier), en op 22 maart 2019 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het Gerechtsgebouw op Bonaire.

De uitspraakgriffier.

Hierna wordt, tenzij anders vermeld, telkens verwezen naar ambtsedige - en door de desbetreffende verbalisant(en) in wettelijke vorm opgemaakte – losse processen-verbaal en processen-verbaal die zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Caribisch Nederland, geregistreerd onder de onderzoeksnaam “Quitman en Rabun”.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature