< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Uitspraak



Parketnummer: P-2020/09011

Zaaknummer: 485 van 2021

Uitspraak: 7 oktober 2021 Tegenspraak

Vonnis van dit Gerecht

in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1987 in [plaats],

wonende in [plaats], [adres].

Onderzoek van de zaak

Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 september 2021. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.M. Canwood, advocaat in Aruba.

De benadeelde partij [aangeefster 1] heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie, mr. E.D. Schwengle, heeft ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tweehonderdvijfenvijftig (255) dagen waarvan tweehonderdvijfenveertig (245) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van tweehonderd (200) uren, subsidiair honderd (100) dagen vervangende hechtenis en zal worden ontzet uit het recht het beroep van masseur uit te oefenen voor de duur van drie (3) jaren.

Haar vordering behelst voorts de niet-ontvankelijkheidsverklaring van de benadeelde partij in hetgeen zij heeft gevorderd.

De raadsvrouw heeft, conform de door haar overgelegde pleitnotities, bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde en verweer gevoerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 4 november 2019, te Aruba door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 1], hebbende hij, verdachte, (onverhoeds) de vagina van die [aangeefster 1] aangeraakt en/of betast en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, vinger de vagina van die [aangeefster 1] gepenetreerd, en welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte als masseur in het kader van een massage die [aangeefster 1] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of (vervolgens) plotseling en/of onverhoeds en/of tegen de wil van die [aangeefster 1] de/het schaamstreek/kruis heeft betast/aangeraakt en/of haar vagina heeft gepenetreerd;

althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht kunnen volgen

hij op of omstreeks 4 november 2019 te Aruba, door een feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten, althans aanraken, van de/het schaamstreek/kruis en/of penetreren van de vagina van die [aangeefster 1] en bestaande die feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte opzettelijk als masseur in het kader van een massage die [aangeefster 1] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of (vervolgens) plotseling en/of onverhoeds en/of tegen de wil van die [aangeefster 1] de/het schaamstreek/kruis heeft betast/aangeraakt en/of haar vagina heeft gepenetreerd;

2. hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Aruba, door een feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten, althans aanraken, van de/het schaamstreek/kruis van die [aangeefster 2] en bestaande die feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte opzettelijk als masseur in het kader van een massage die [aangeefster 2] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of (vervolgens) plotseling en/of onverhoeds en/of tegen de wil van die [aangeefster 2] de/het schaamstreek/kruis heeft betast/aangeraakt.

Formele voorvragen

Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewezenverklaring

Het Gerecht acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 2 is ten laste gelegd, met dien verstande dat:

1. hij op of omstreeks 4 november 2019, te Aruba door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [aangeefster 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 1], hebbende hij, verdachte, (onverhoeds) de/het schaamstreek/kruis/vagina van die [aangeefster 1] aangeraakt en/of betast en/of (vervolgens) met zijn, verdachtes, vinger de vagina van die [aangeefster 1] gepenetreerd, en welke geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte als masseur in het kader van een massage die [aangeefster 1] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of (vervolgens) plotseling en/of onverhoeds en/of tegen de wil van die [aangeefster 1] de/het schaamstreek/kruis heeft betast/aangeraakt en/of met zijn vinger haar vagina heeft gepenetreerd.

2. hij op of omstreeks 19 oktober 2020 te Aruba, door een feitelijkhe(i)d(en), [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, bestaande uit het betasten, althans aanraken, van de/het schaamstreek/kruis van die [aangeefster 2] en bestaande die feitelijkhe(i)d(en) hieruit dat verdachte opzettelijk als masseur in het kader van een massage die [aangeefster 2] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en/of (vervolgens) plotseling en/of onverhoeds en/of tegen de wil van die [aangeefster 2] de/het schaamstreek/kruis heeft betast/aangeraakt.

Het Gerecht acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkorte vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door het Gerecht gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het vonnis. Deze aanvulling zal vervolgens aan het vonnis worden gehecht.

Bewijsoverwegingen

Standpunt verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten. Zij heeft daartoe -samengevat- aangevoerd, dat het bewijsminimum voor de afzonderlijke feiten niet wordt gehaald, omdat de verklaringen van de aangeefsters niet worden ondersteund door andere bewijsmiddelen in het dossier. De getuigenverklaringen zijn afkomstig uit dezelfde bron (namelijk de aangeefsters zelf). De aangiftes kunnen ook niet als schakelbewijs worden gebruikt.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen verklaard kan worden. De verklaringen van de aangeefsters kunnen over-en-weer als schakelbewijs worden gebruikt. Daarnaast vinden de verklaringen van de aangeefsters ondersteuning in de verklaring van de verdachte en de verklaringen van de getuigen. De verklaring van aangeefster [aangeefster 1] vindt voorts ondersteuning in het Whatsapp-gesprek tussen de verdachte en de aangeefster de dag na het incident.

Beoordelingskader en algemene overwegingen omtrent het bewijs

Aan de verdachte zijn zedendelicten ten laste gelegd. Zedenzaken worden vaak gekenmerkt door het gegeven dat naast de verklaring van het slachtoffer en de ontkennende verklaring van de verdachte weinig of geen steunbewijs voorhanden is, omdat bij de tenlastegelegde handelingen vaak alleen de verdachte en het slachtoffer aanwezig zijn geweest. Dit brengt met zich mee dat bij een ontkennende of zwijgende verdachte veelal slechts de verklaringen van het veronderstelde slachtoffer als wettig bewijsmiddel voorhanden zijn. Naast de door één getuige/slachtoffer afgelegde verklaring over de gang van zaken dient te worden bezien in hoeverre daarvoor steun kan worden gevonden in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Het is niet vereist dat voor de aangifte op het punt van de “kern” van het tenlastegelegde - hier de specifieke ontuchtige handelingen - steun is te vinden in het overige bewijsmateriaal. Het op bepaalde punten bevestigd zien van de verklaring van de getuige/slachtoffer in andere bewijsmiddelen kan volgens de Hoge Raad eveneens voldoende zijn, mits afkomstig van een andere bron en er geen te ver verwijderd verband bestaat tussen de getuigenverklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat het gebruik van aan andere, soortgelijke feiten, ten grondslag liggende bewijsmiddelen als steunbewijs (in de vorm van zogenaamd schakelbewijs) onder omstandigheden is toegelaten. Voor de bewezenverklaring van een feit wordt in dat geval mede redengevend geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal ten aanzien van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten of kenmerkende gelijkenissen vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van de verdachte.

Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van een overeenkomende modus operandi kunnen betrokken worden de feitelijke gang van zaken ten aanzien van de betreffende feiten, waaronder begrepen de context waarbinnen zij zich hebben voorgedaan, de omstandigheden waarmee zij zijn omgeven en het desbetreffende handelen van de verdachte alsmede de verklaringen die de verdachte daarover heeft afgelegd. Daarbij is niet vereist dat voor een bewijsvoering met gebruik van schakelbewijs moet worden vastgesteld dat tot de bewezenverklaring van in elk geval één van de feiten kan worden gekomen zonder dat daarvoor mede bewijsmiddelen worden gebezigd die betrekking hebben op een ander feit. Met andere woorden: het bewijs in elk van de zaken kan over en weer redengevend worden geacht, zelfs als geen enkel feit afzonderlijk – dus los van de schakelbewijsconstructie – wettig en overtuigend bewezen kan worden (ECLI:NL:HR:2017:3118).

Het Gerecht overweegt als volgt.

De verdachte is van beroep (sport)masseur. In die hoedanigheid heeft hij aangeefster [aangeefster 1] op 4 november 2019 en aangeefster [aangeefster 2] op 19 oktober 2020 een massage gegeven.

Aangeefster [aangeefster 1] heeft verklaard dat de verdachte haar onderbroek tijdens de massage tot aan haar knieën heeft getrokken en haar daarna heeft verzocht om haar onderbroek uit te doen. Zij heeft hieraan voldaan, omdat zij dacht dat dit bij de massage hoorde. Ook aangeefster [aangeefster 2] heeft verklaard dat de verdachte haar tijdens de massage heeft verzocht om haar onderbroek uit te trekken en dat zij hem haar onderbroek liet uittrekken. Beide aangeefsters hebben verklaard dat de verdachte vervolgens voor hen ongewenste seksuele handelingen heeft verricht.

Aangeefster [aangeefster 1] heeft verklaard dat zij naakt op haar buik lag, dat de verdachte haar dijbenen begon te masseren en dat zijn hand op een gegeven moment aan haar geslachtsdeel kwam. Zij draaide zich meteen om en vroeg wat er aan de hand was. De verdachte begon te lachen en zei dat zij gewoon moest relaxen. Zij ging toen weer op het bed liggen, waarna de verdachte direct hierna onverhoeds haar vagina met zijn vinger heeft gepenetreerd. De verdachte heeft haar daarna berichten gestuurd via Whatsapp.

De Whatsapp-berichten die aangeefster [aangeefster 1] (A) en de verdachte (V) op 5 november 2019 naar elkaar hebben gestuurd luiden - samengevat - als volgt:

V: How are you feeling today? I hope you feel good.

A: Hey Mario, minder awe. Kere mihor nos wanta un distancia.

V: Ok Iris. Mi ta compronde.

V: I hope you feel better soon. Sorry.

Aangeefster [aangeefster 2] heeft verklaard dat zij naakt op haar buik lag, dat de verdachte haar benen (“thigh”) begon te masseren, dat zijn hand steeds hoger ging, dat zijn hand toen helemaal naar boven ging (“came all the way up”) en dat hij toen met zijn hand tegen haar geslachtsdeel heeft gewreven en met zijn vingers bij en tussen haar schaamlippen kwam, maar haar niet heeft gepenetreerd.

In beide gevallen heeft de verdachte volgens de aangeefsters hierna excuses aangeboden aan de aangeefsters.

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefsters

De aangeefsters hebben gedetailleerd verklaard en, gezien de specifieke details die door hen zijn verklaard, op authentieke wijze invulling gegeven aan hetgeen zij met de verdachte hebben ervaren. Beide verklaringen komen ook overeen wat betreft de setting en de handelwijze van de verdachte. De aangeefsters kenden elkaar niet en hebben afzonderlijk van elkaar en zonder wetenschap over elkaars verklaringen bij de politie verklaringen afgelegd. Voor beide aangeefsters geldt bovendien dat op geen enkele wijze is gebleken van een motief of aanleiding om jegens verdachte valse verklaringen af te leggen. Deze verklaringen acht het Gerecht dan ook betrouwbaar en geloofwaardig.

Ondersteunend bewijs

De verklaring van aangeefster [aangeefster 1] wordt ondersteund door de Whatsapp- berichten tussen de verdachte en haar de dag na het verweten feit. De uitleg die de verdachte ter zitting aan het versturen van het bericht “sorry” heeft willen geven, kort gezegd dat hij dit bericht heeft verstuurd omdat massage van de lies pijnlijk is, is ongeloofwaardig, nu zijn uitleg totaal niet past bij de context en de inhoud van het Whatsapp-gesprek. Het Gerecht ziet in de door de verdachte verstuurde Whatsapp-berichten bevestiging dat de verdachte tegen de zin van aangeefster [aangeefster 1] handelingen heeft verricht die niet geoorloofd waren.

De verklaring van aangeefster [aangeefster 2] vindt steun in de verklaring van haar moeder, dat de aangeefster hevig geëmotioneerd was toen zij haar vertelde over hetgeen bij de massage heeft plaatsgevonden. Ook tijdens de aangifte bij de politie was zij geëmotioneerd.

Daarbij vinden de door de aangeefsters geschetste handelingen van de verdachte bovendien gedeeltelijk steun in de eigen verklaring van de verdachte. De verdachte heeft erkend dat aangeefster [aangeefster 2] op zijn verzoek haar onderbroek heeft uitgedaan en dat hij haar heeft gemasseerd aan onder andere de benen/lies en hamstring. Hij heeft ook erkend dat hij aangeefster [aangeefster 1] heeft gemasseerd aan onder andere de benen/lies. De verdachte heeft echter geen herinnering meer of hij haar die bewuste dag heeft verzocht om haar onderbroek uit te doen.

Schakelbewijs

Het Gerecht is voorts van oordeel dat beide - betrouwbaar geachte - aangiftes tegen dezelfde verdachte van ontuchtige handelingen die in een vergelijkbare context hebben plaatsgevonden, elkaar over en weer, ook in bewijstechnische zin, ondersteunen. Er bestaan zodanig grote overeenkomsten in de modus operandi van de verdachte en de door de verdachte gepleegde feitelijke ontuchtige gedragingen, dat deze aangiftes elkaar over een weer tot ondersteunend (schakel)bewijs kunnen dienen. Tijdens de massage werd aan de aangeefsters gevraagd om hun onderbroek uit te doen en is de verdachte bij de massage aan de benen/lies van de aangeefsters met zijn handen steeds dichter in de buurt gekomen van de/het schaamstreek/kruis van de aangeefsters en heeft deze uiteindelijk ook onverhoeds aangeraakt/betast zonder dat daar een medische noodzaak voor was of gezegd kan worden dat deze aanrakingen onderdeel vormen van de normale massagebehandeling van de aangeefsters. De verdachte heeft de vagina van aangeefster [aangeefster 1] ook onverhoeds met zijn vinger gepenetreerd en is ook onverhoeds met zijn vingers bij en tussen de schaamlippen van aangeefster [aangeefster 2] gekomen.

Het Gerecht zal de verklaring van aangeefster [aangeefster 1] als steunbewijs gebruiken voor feit 2 (de aanranding van aangeefster [aangeefster 2]) en de verklaringen van [aangeefster 2] als steunbewijs gebruiken voor feit 1 primair (verkrachting van aangeefster [aangeefster 1]). De verklaringen van de aangeefsters worden dus over en weer gebruikt als steunbewijs.

Seksueel binnendringen van het lichaam en dwang

Door zijn handelen heeft de verdachte de aangeefsters gedwongen om deze seksuele handelingen te dulden/ondergaan. De verdachte heeft de aangeefsters gevraagd hun onderbroek uit te doen en hen daarmee in een kwetsbare en afhankelijke positie gebracht, doordat zij geheel naakt op de massagetafel kwamen te liggen. Tijdens de massage heeft de verdachte zijn handen/vingers geleidelijk en onverhoeds (in de betekenis van onverwachts) verplaatst naar en in de vagina en/of schaamlippen van de aangeefsters. Volgens vaste rechtspraak is het aanraken tussen de schaamlippen aan te merken als het seksueel binnendringen van het lichaam (ECLI:NL:2010:BK6910). De door de verdachte gecreëerde setting en het onverhoeds brengen van zijn vingers in/op/tussen de schaamlippen en/of vagina hebben de aangeefsters in de situatie gebracht dat zij hiertegen niet (meteen) weerstand konden bieden. Hierdoor hebben zij tegen hun wil de seksuele handelingen van de verdachte moeten dulden/ondergaan. Daarbij neemt het Gerecht voorts in aanmerking dat van “dwang” - in de zin van de artikelen 2:197 en 2:201 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba bedoelde dwingen - sprake kan zijn als de aangeefsters zich door het onverhoedse van het handelen van de verdachte daartegen niet hebben kunnen verzetten (zie ECLI:NL:HR:2021:842).

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang bezien, acht het Gerecht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting van aangeefster [aangeefster 1] en aanranding van aangeefster [aangeefster 2].

Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 primair: Verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Feit 2: Feitelijke aanranding van de eerbaarheid,

strafbaar gesteld bij artikel 2:201 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.

De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Oplegging van straffen

Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De verdachte, werkzaam als masseur, heeft zich tijdens massagebehandelingen schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van twee vrouwelijke cliënten. De verdachte heeft op een onacceptabele wijze misbruik gemaakt van zijn positie als masseur. De verdachte heeft door zijn grensoverschrijdend handelen van seksuele aard het in hem gestelde vertrouwen als masseur ernstig beschaamd. De verdachte was - als professional - juist degene die hen een veilige behandelomgeving had moeten bieden. De verdachte heeft geen oog gehad voor de mogelijke gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers. Slachtoffers van delicten als de onderhavige ondervinden in de regel nog geruime tijd de (psychische ) gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Door zijn handelen van seksuele aard heeft de verdachte niet alleen een sociaal-ethische norm overschreden, maar ook inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers. Meer in het algemeen heeft hij het vertrouwen dat men moet kunnen hebben in de gezondheidszorg geschaad.

Naar het oordeel van het Gerecht kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.

Ten gunste van de verdachte zal het Gerecht rekening houden met het feit dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit, zoals blijkt uit zijn strafkaart. Het Gerecht houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn stabiele woon-, leef- en werksituatie en het feit dat hij de kostwinner is thuis.

Het Gerecht is, na dit een en ander te hebben afgewogen, tot de slotsom gekomen dat na te noemen gevangenisstraf passend en geboden is. De verdachte zal daartoe dan ook worden veroordeeld. Het Gerecht zal een deel van deze straf voorwaardelijk opleggen. Het voorwaardelijk deel dient er toe de verdachte te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Het Gerecht zal, anders dan geëist door de officier van justitie, geen beroepsverbod opleggen, nu de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk feit. Daarbij komt dat niet gebleken is dat sprake is van een recidive risico. De verdachte is na de tweede aangifte (van aangeefster [aangeefster 2]) op 23 oktober 2020 aangehouden en na tien dagen op vrije voeten gesteld. Zijn voorlopige hechtenis werd door de rechter-commissaris geschorst. De officier van justitie heeft zich toen niet verzet tegen een schorsing onder voorwaarden en niet aan de rechter-commissaris verzocht om als voorwaarde op te leggen dat verdachte zijn beroep als masseur niet zou mogen uitoefenen tijdens de schorsing. De verdachte is na zijn invrijheidstelling op 2 november 2020 tot heden zijn beroep als masseur blijven uitoefenen. Niet gebleken is dat er daarna aangiftes tegen de verdachte zijn gedaan. Het Gerecht acht het daarom thans niet proportioneel om aan de verdachte een beroepsverbod op te leggen.

In beslag genomen voorwerpen

Aan de orde zijn voorts het onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp.

De onder de verdachte in beslag genomen mobiele telefoon van het merk Apple, model iPhone XR, behoort toe aan de verdachte. Het Gerecht zal de teruggave daarvan aan de verdachte gelasten, nu dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring dan wel onttrekking aan het verkeer.

Schadevergoeding

De benadeelde partij [aangeefster 1]

heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot materiele schadevergoeding. Deze bedraagt -naar het Gerecht begrijpt- Afl. 41.000,-.

De verdediging heeft de vordering gemotiveerd betwist.

Het Gerecht is van oordeel dat de vordering van de benadeelde partij niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor beslissing in de strafzaak, nu de benadeelde partij haar vordering niet met bewijsstukken heeft gestaafd en de verdediging de hoogte van de schade gemotiveerd heeft betwist. De benadeelde partij kan daarom niet in haar vordering worden ontvangen en de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte te zijner verdediging tegen de vordering gemaakt. Door of namens de verdachte is niet naar voren gebracht dat zulke kosten zijn gemaakt, zodat die kosten dienen te worden begroot op nihil.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen, 1:19, 1:20, 1:21, 1:45, 1:46, 1:62 en 1:136 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba, zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het Gerecht:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor bewezen geacht, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tweehonderdvijfenvijftig (255) dagen;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, groot tweehonderdvijfenveertig (245) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt bepaald op drie (3) jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van tweehonderd (200) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door honderd (100) dagen hechtenis;

gelast de teruggave van de in beslag genomen mobiele telefoon aan de verdachte;

verklaart de benadeelde partij [aangeefster 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [aangeefster 1] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. E.M.D. Angela, bijgestaan door Y.G. Wilsoe, (zittingsgriffier), en op 7 oktober 2021 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Aruba.

uitspraakgriffier:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature