< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Civiel. Verdeling huwelijkse goederengemeenschap

Uitspraak



Vonnis van 25 augustus 2021

Behorend bij AUA201802310

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

[naam eiseres],

te Aruba,

eiseres,

hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: de advocaat mr. R.J. Kock,

tegen

[naam gedaagde],

te Aruba,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde],

gemachtigde: voorheen de advocaat mr. J.J. Coutinho,

thans procederende in persoon.

1 DE VERDERE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot en met 11 december 2019 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 20 februari 2020;

- de op 20 mei 2020 tegen [gedaagde] verleende akte van niet dienen van akte uitlating.

1.2

Vonnis is nader bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Partijen zijn op 8 juni 2012 in Aruba met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen.

2.2

Bij beschikking van dit gerecht van 4 januari 2016 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is de verdeling van de gemeenschap bevolen met benoeming van mr. T.R. Johnson tot notaris ten overstaan van wie de verdeling tot stand gebracht behoort te worden, en met benoeming van deurwaarder B.R. Roos als onzijdig persoon om die persoon te vertegenwoordigen die mocht weigeren of nalaten aan de verdeling mee te werken.

2.3

De echtscheidingsbeschikking is op 4 maart 2016 ingeschreven in het daartoe bestemde register van de burgerlijke stand (Censo).

2.4

Er heeft na de echtscheiding geen verdeling van de tussen partijen bestaande ontbonden huwelijksgoederengemeenschap plaatsgevonden.

2.5

Tot die ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorden op 4 maart 2016:

- het recht van erfpacht ter zake van het perceel [adres woning] waarop de voormalige echtelijke woning zich bevindt (welk recht van erfpacht hierna eenvoudigheid halve ook wordt aangeduid als: de woning);

- een pick-up, merk: Chevrolet S-10;

- een auto, merk: Ford Edge;

- de belastingteruggave van in totaal Afl. 11.035,-;

- de opgebouwde pensioenrechten van [gedaagde].

2.6 [

gedaagde] woont in de woning, althans woonde daar op het moment van de laatste comparitie van partijen op 20 februari 2020 nog steeds.

2.7

Partijen hadden op 4 maart 2016 de volgende schulden die op de huwelijksgoederengemeenschap verhaalbaar zijn:

- een hypothecaire lening bij Aruba Bank;

- een lening bij Island Finance.

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

eiseres] vordert - zakelijk weergegeven - dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

a. a) de verdeling vaststelt van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap in overeenstemming met het door haar gedane voorstel;

b) [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een gebruiksvergoeding voor het gebruik van de woning alsmede tot het dragen van overige kosten die samenhangen met de eigendom van de woning;

c) bepaalt dat dit vonnis mede in de plaats zal treden van de door de notaris op te stellen akte voor de overdracht en levering van de woning, althans gedaagde veroordeelt mee te werken aan het passeren van de voornoemde notariële akte, op straffe van een dwangsom van Afl. 250,- per dag of dagdeel dat [gedaagde] weigert hiertoe over te gaan;

d) de beslissing neemt die het gerecht geraden acht;

e) kosten rechtens.

3.2

Ter onderbouwing van haar vorderingen heeft [eiseres] gesteld dat, nu partijen met betrekking tot de verdeling niet tot overeenstemming kunnen komen, het gerecht op grond van het bepaalde in artikel 3:185 BW de verdeling dient vast te stellen op de door haar aangegeven wijze.

3.3 [

gedaagde] voert verweer.

3.4

Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

4 DE BEOORDELING

Niet-ontvankelijkheidsverweer

4.1 [

eiseres] vordert, zakelijk weergegeven, vaststelling van de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap (hierna: de gemeenschap) op de door haar voorgestelde wijze. [gedaagde] heeft allereerst als verweer hiertegen gevoerd dat er geen sprake is van een situatie zoals geregeld in art. 3:185 BW, omdat [eiseres] niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 677 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) getracht heeft om ten overstaan van de notaris een minnelijke regeling te bereiken.

4.2

Dit verweer wordt verworpen. Voor een vordering tot vaststelling en verdeling van de ontbonden gemeenschap in de zin van art. 3:185 BW moet naar het oordeel van het gerecht vaststaan dat partijen niet tot overeenstemming kunnen komen. In casu staat vast dat de gemeenschap op 4 januari 2016 is ontbonden en dat partijen er ook gedurende deze procedure niet in zijn geslaagd om overeenstemming te bereiken over de verdeling. [Gedaagde] heeft niet gesteld waarom hij van oordeel is dat een verschijning van partijen bij de notaris alsnog tot een minnelijke regeling zal leiden. Het gerecht ziet dan ook geen aanleiding om gebruik te maken van de in artikel 678 lid 3 Rv . gegeven bevoegdheid om de zaak aan te houden teneinde de notaris (opnieuw) in de gelegenheid te stellen tot toepassing van artikel 677 lid 3 Rv. Van niet-ontvan kelijkheid van [eiseres] in haar vorderingen is geen sprake.

4.3

Uit het verweer van [gedaagde] (cva, 13) volgt dat ook [gedaagde] van oordeel is dat de gemeenschap moet worden verdeeld, maar dan wel rekening houdend met hetgeen hij daaromtrent heeft gesteld.

Peildatum

4.4

Uitgangspunt in verdelingszaken in het kader van een echtscheiding is dat als peildatum voor de vaststelling van de omvang van de boedel geldt de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. Partijen hebben niet gesteld dat voor de onderhavige verdeling een ander uitgangspunt zou moeten gelden. Het gerecht zal dan ook als peildatum voor de vaststelling van de omvang van de boedel de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking hanteren, te weten 4 maart 2016. Tussen partijen is niet in geschil dat op die datum tot de gemeenschap behoorden de in nummer 2.5 genoemde goederen. Het gerecht overweegt als volgt ten aanzien van de verdeling van de verschillende boedelbestanddelen.

Voormalige echtelijke woning en de hypothecaire lening

- de wijze van verdeling van de woning

4.5

In het tussenvonnis van 11 december 2019 (nummer 2.4) heeft het gerecht overwogen dat als wijze van verdeling van de woning zal worden bepaald dat deze zal worden verkocht en dat de overwaarde tussen partijen zal moeten worden verdeeld, indien partijen niet in onderling overleg overeenstemming bereiken omtrent een andere wijze van verdeling. [eiseres] was op zich bereid om medewerking te verlenen aan de wens van [gedaagde] om de woning aan hem toe te bedelen onder de voorwaarde dat [gedaagde] de hypothecaire lening volledig op zich neemt en [eiseres] de helft van de overwaarde van de woning uitbetaalt. [gedaagde] heeft geen gebruik gemaakt van de hem (ruimschoots) geboden gelegenheid om met de bank afspraken te maken omtrent de overneming door hem van de hypothecaire lening. Zoals het gerecht in het tussenvonnis van 11 december 2019 heeft overwogen, kan van een toedeling van de woning aan [gedaagde] dan ook geen sprake zijn. Het gerecht zal hierna als wijze van verdeling bepalen dat de woning aan een derde zal moeten worden verkocht, waarna de netto-opbrengst (de verkoopprijs verminderd met het bedrag van de restschuld ter zake van de hypothecaire lening alsmede verminderd met de kosten aan de verkoop en levering verbonden) bij helfte tussen partijen zal moeten worden verdeeld. Omtrent de wijze van verkoop geldt het volgende.

4.6.1

De woning zal in eerste instantie onderhands te koop moeten worden aangeboden via makelaarskantoor Aruba Living Today, nu een medewerker van dit kantoor op 18 maart 2018 de taxatie van de woning heeft verricht. Indien Aruba Living Today niet bereid blijkt om de onderhandse verkoop van de woning ter hand te nemen, zal de woning onderhands te koop worden aangeboden via een door [gedaagde] te kiezen makelaar. Partijen zullen, indien door de makelaar verlangd, beiden de dienstverleningsovereenkomst met de makelaar moeten ondertekenen.

4.6.2 [

eiseres] heeft, onder verwijzing naar het op 18 maart 2018 opgestelde taxatierapport , gesteld dat de waarde van de woning Afl. 385.000,00 bedraagt. Tijdens de comparitie van partijen van 14 februari 2019 heeft [gedaagde] toegegeven dat het taxatierapport als uitgangspunt bij de verdeling kan worden genomen en heeft hij dus zijn verzet tegen de juistheid van de taxatie in dit taxatierapport gestaakt. Het gerecht zal om die reden bepalen dat de woning onderhands aan een derde zal kunnen worden verkocht tegen een bodemprijs van Afl. 385.000,00 en dat partijen beiden gehouden zijn om aan de verkoop en levering van de woning mee te werken, indien deze voor minimaal dit bedrag wordt verkocht.

4.6.3

Partijen kunnen uiteraard overeenkomen dat de woning tegen een lagere prijs dan Afl. 385.000,00 aan een derde zal worden verkocht.

4.6.4 [

gedaagde] dient zijn medewerking te verlenen aan de opname van de woning door de makelaar en aan bezichtigingen door potentiele kopers.

4.6.5

De makelaar kan de woning te koop aanbieden onder de bepaling dat deze terstond na de totstandkoming van een koopovereenkomst geheel ontruimd zal worden geleverd. [Gedaagde] is gehouden om voor die tijdige ontruiming zorg te dragen.

4.6.6

Indien de makelaar er binnen twaalf maanden na het wijzen van dit vonnis, niet in is geslaagd om de woning onderhands te verkopen, zal ieder der partijen bevoegd zijn om de woning via een openbare verkoop via een notaris of gerechtsdeurwaarder te Aruba te doen verkopen.

4.7

Indien de hiervoor onder nummer 4.5 bedoelde netto-opbrengst negatief is, zal dit door ieder der partijen voor de helft moeten worden gedragen.

- gebruiksvergoeding en verrekening van de overige lasten van de woning

4.8

Vast staat dat [gedaagde] sinds januari 2016 alleen in de woning verblijft en dat hij gedurende die periode de verplichtingen uit hoofde van de hypothecaire lening - naar het gerecht begrijpt bestaande uit de betaling van rente en van aflossingen op de hoofdsom - aan de bank heeft voldaan. Tevens staat vast dat [gedaagde] in deze periode ook de andere kosten heeft betaald die voortvloeien uit de eigendom dan wel het gebruik van de echtelijke woning.

4.9

In beginsel kan [eiseres] aanspraak maken op een door [gedaagde] te betalen gebruiksvergoeding wegens diens exclusieve gebruik van de gezamenlijke woning, zoals door haar is verzocht. Indien die vergoeding wordt berekend over de helft van de waarde van de woning, zoals door [eiseres] verzocht, dan zal zij ook voor de helft moeten bijdragen in de lasten die voortvloeien uit het recht van erfpacht op de woning (zoals canon, grondbelasting en premie opstalverzekering ) alsmede uit de hypothecaire lening die is aangegaan in verband met de aankoop van de woning. Partijen hebben niet veel gesteld omtrent de omvang van deze lasten en hebben aldus de totale hoogte van deze lasten niet inzichtelijk gemaakt. Verder hebben partijen ook niet gesteld welk deel van de maandelijkse betaling van Afl. 2.047,00 aan de bank uit hoofde van de hypothecaire lening wordt aangewend ter betaling van de rente over de openstaande hoofdsom en welk deel wordt aangewend ter aflossing op de hoofdsom. Ter zake van de aflossingen die na de ontbinding van de gemeenschap zijn gedaan, heeft [gedaagde] een regresrecht voor de helft op [eiseres].

4.10.1

Het gerecht ziet in deze gebrekkige informatieverstrekking van partijen, terwijl er ruimschoots mogelijkheden zijn geweest die informatie te verstrekken, aanleiding om - wegens proceseconomische redenen en met toepassing van artikel 18c, tweede volzin, van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering - te beslissen dat de rente- en aflossingsverplichtingen uit hoofde van de hypothecaire lening alsmede alle andere lasten die zijn verbonden aan het recht van erfpacht betreffende de woning (zoals onder meer de opstalverzekering, de grondbelasting en erfpachtcanon) tot aan het moment van de verkoop van de woning voor rekening van [gedaagde] zijn. Daar staat tegenover dat het gerecht zal beslissen dat [gedaagde] geen gebruiksvergoeding verschuldigd is aan [eiseres] over de periode dat hij de woning alleen heeft bewoond.

4.10.2

Het gerecht merkt in dit verband op dat deze beslissing meebrengt dat de aflossingen op de hypothecaire lening die [gedaagde] na de echtscheiding heeft gedaan aldus bij de verdeling van de overwaarde mede ten goede zullen komen aan [eiseres], zodat zij op die wijze gecompenseerd wordt voor het gebruik van de woning door [gedaagde]. Tevens merkt het gerecht in dit verband nog op dat [gedaagde] ook uitdrukkelijk niet heeft gevorderd om deze lasten als verrekenpost in de verdeling te betrekken (tijdens de comparitie van 14 februari 2019 heeft [gedaagde] gesteld te overwegen om deze lasten alsnog in de verdeling te betrekken) en dat deze beslissing overeenstemt met hetgeen [eiseres] primair aan haar verzoeken ten grondslag heeft gelegd (verzoekschrift, 12).

- overige kosten betreffende de woning

4.11

De kosten die voortvloeien uit het gebruik van de woning (water, elektriciteit, gas, kabel etc.) dienen vanaf januari 2016 door [gedaagde] te worden betaald en gedragen, aangezien [eiseres] vanaf dat moment niet langer gebruik heeft gemaakt van de woning en dus alleen [gedaagde] baat heeft gehad bij die kosten. Hetgeen [gedaagde] uitdien hoofde vanaf de peildatum uit diens eigen vermogen heeft betaald, kan dus door hem niet worden verrekend. Al hetgeen partijen omtrent deze kosten hebben gesteld, behoeft om die reden geen bespreking.

Auto Ford Edge

4.12

Partijen zijn het erover eens dat de Ford Edge, bouwjaar 2007, aan [eiseres] wordt toebedeeld, onder verrekening van de waarde van Afl. 12.000,- bij helfte zodat zij aan [gedaagde] Afl. 6.000,- dient te betalen. Het gerecht zal overeenkomstig beslissen.

Auto Chevrolet S-10

4.13

Tussen partijen staat vast dat op het moment van de ontbinding van de huwelijksgoederengemeenschap de Chevrolet S-10 (hierna te noemen: de pick-up) daarvan deel uitmaakte. Ook staat vast dat [gedaagde] de pick-up inmiddels aan een derde heeft verkocht. Het gerecht ziet in die gang van zaken aanleiding om de waarde van de pick-up als verrekenpost in de verdeling te betrekken. Van belang is naar het oordeel van het gerecht de waarde van de pick-up per datum verkoop. Partijen verschillen van mening over die waarde. Volgens [gedaagde] bedroeg die waarde de door hem gerealiseerde koopprijs van Afl. 1.000,00, volgens [eiseres] bedroeg die waarde Afl. 5.000,00. Nu [eiseres] niet gemotiveerd heeft betwist dat de pick-up technisch in een slechte staat verkeerde, maar [gedaagde] op zijn beurt niet gemotiveerd heeft betwist dat de pick-up alleen al voor de onderdelen een hogere waarde had dan Afl. 1.000,00, zal het gerecht de waarde van de pick-up op de verkoopdatum in goede justitie bepalen op een bedrag van Afl. 3.000,-. Dit betekent dat [gedaagde] uit hoofde van overbedeling zal worden veroordeeld om de helft van Afl. 3.000,- te voldoen aan [eiseres], te weten Afl. 1.500,-.

Pensioen

4.14

Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] gerechtigd is tot de helft van de door [gedaagde] tot aan het einde van het huwelijk opgebouwde pensioen. [Gedaagde] heeft echter geen opgave overgelegd van het saldo van het door hem opgebouwde pensioen van 8 juni 2012 tot 4 maart 2016. Het gerecht zal daarom als volgt beslissen. De door [gedaagde] tot aan het einde van het huwelijk opgebouwde pensioenrechten zullen aan hem worden toebedeeld, met dien verstande dat bij wijze van overbedeling bij het bereiken door [gedaagde] van de pensioengerechtigde leeftijd de pensioen-uitkerende instantie (in dit geval APFA) maandelijks telkens de helft van dat deel van de uitkering dat is opgebouwd tijdens het huwelijk van partijen, rechtstreeks uitbetaalt aan [eiseres].

Lening Island Finance

4.15

Wat betreft de te verdelen lening bij Island Finance wordt vooropgesteld dat niet relevant is waaraan het geleende geld is besteed. Hetgeen partijen hieromtrent over en weer hebben gesteld, kan dus onbesproken blijven. Relevant is dat die schuld is ontstaan tijdens het huwelijk van partijen en door ieder van partijen voor de helft moet worden gedragen. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] de verplichtingen uit deze lening jegens Island Finance voor haar rekening neemt en dat het bij de verdeling in aanmerking te nemen saldo van de schuld Afl. 16.027,18,- bedraagt. [Gedaagde] zal uit dien hoofde ten titel van overbedeling worden veroordeeld om aan [eiseres] te betalen (Afl. 16.027,18,- : 2 =) Afl. 8.013,59.

Belastingrestituties

4.16 [

eiseres] heeft gesteld dat [gedaagde] na de datum van de echtscheiding in totaal Afl. 11.035,- aan belastingrestituties heeft ontvangen die betrekking hebben op de periode dat partijen nog waren gehuwd. [Gedaagde] heeft in zijn conclusie van antwoord (cva, 7b) en bij comparitie van 14 februari 2019 de stellingen dienaangaande van [eiseres] erkend. [Gedaagde] dient de helft daarvan, zijnde Afl. 5.517,56, aan [eiseres] te vergoeden wegens overbedeling. Dat [gedaagde] thans niet langer door de restituties is gebaat en dat hij deze wellicht (mede) ten behoeve van de kinderen van partijen heeft besteed (zoals door hem gesteld) is niet relevant.

Slotsom ten aanzien van de verdeling

4.17

De slotsom ten aanzien van de verdeling van de gemeenschap is dus als volgt:

- de woning zal aan een derde worden verkocht, waarna de netto-opbrengst tussen partijen bij helfte wordt verdeeld dan wel een tekort door ieder der partijen voor de helft wordt gedragen;

- de auto Ford Edge wordt toebedeeld aan [eiseres];

- het aandeel van [eiseres] in het door [gedaagde] tot aan het einde van het huwelijk opgebouwde pensioen zal bij pensionering van [gedaagde] maandelijks aan [eiseres] worden betaald;

- wegens overbedeling zal [gedaagde] aan [eiseres] moeten betalen (Afl. 1.500,00 + Afl. 8.013,59 + Afl. 5.517,56 – Afl. 6.000,00 =) Afl. 9.031,15;

- [ eiseres] zal de lening aan Island Finance aflossen.

De vorderingen gericht op de reële executie van het vonnis

4.18

Zoals weergegeven in nummer 3.1 onder c) vordert [eiseres] om te bepalen dat dit vonnis in de plaats treedt van de notariële aktes voor de overdracht en levering van de woning, voor het geval [gedaagde] weigert aan het vonnis te voldoen. Nu enerzijds niet is gebleken dat [gedaagde] zijn medewerking aan de verkoop en levering van de woning zal weigeren en nu anderzijds in verband daarmee nog geen aktes zijn opgemaakt en de inhoud daarvan dus nog niet vaststaat, zal het gerecht die vorderingen afwijzen.

4.19

Ten overvloede merkt het gerecht in dit verband nog op dat in de door [eiseres] overgelegde echtscheidingsbeschikking van 4 januari 2016 de verdeling is gelast en dat daarbij een onzijdig persoon (te weten: deurwaarder B.R. Roos) als wettelijk vertegenwoordiger is aangewezen. [Eiseres] kan zich tot deze onzijdige persoon wenden teneinde de uitvoering van dit vonnis te bewerkstelligen indien [gedaagde] vrijwillige medewerking weigert.

Proceskosten

4.20

Nu partijen gewezen echtgenoten zijn, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5. DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

4.1

bepaalt dat (het recht van erfpacht ten aanzien van) de woning [adres woning] zal moeten worden verkocht aan een derde op de wijze zoals bepaald in de overwegingen 4.6.1 tot en met 4.6.6;

4.2

bepaalt dat de netto-verkoopopbrengst van de woning bij helfte tussen partijen moet worden verdeeld en dat een eventuele negatieve netto-opbrengst van de woning door ieder der partijen voor de helft moeten worden gedragen;

4.3

deelt toe aan [eiseres] de auto Ford Edge;

4.4

bepaalt dat [eiseres] de schuld aan Island Finance van Afl. 16.027,18 dient te voldoen;

4.5

deelt toe aan [gedaagde] de door hem tot aan het einde van het huwelijk bij APFA opgebouwde pensioenrechten en bepaalt dat, zodra [gedaagde] zijn pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt en de pensioen-uitkerende instantie in verband daarmee overgaat tot uitkering aan [gedaagde] van diens pensioen, de pensioen-uitkerende instantie ten titel van overbedeling van [gedaagde] telkens de helft van dat deel van de uitkering dat is opgebouwd tijdens het huwelijk van partijen, rechtstreeks aan [eiseres] dient uit te keren;

4.6

veroordeelt [gedaagde] om wegens overbedeling aan [eiseres] te betalen het bedrag van Afl. 9.031,15;

4.7

stelt vast dat partijen na voldoening van het bovenstaande ter zake van de verdeling en de verrekening van de ontbonden huwelijkse goederengemeenschap niets meer van elkaar te vorderen hebben;

4.8

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.9

wijst het meer of anders gevorderde af;

4.10

compenseert de proceskosten tussen partijen, aldus dat ieder van hen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 25 augustus 2021 in aanwezigheid van de griffier.

Datum uitspraak: 25 augustus 2021

Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Zaaknummer: AR nr. AUA201802310

Inhoudsindicatie: Civiel. Verdeling huwelijkse goederengemeenschap

Formele relaties (optioneel):

Rechtsgebieden: Civiel

Rechter: mr. J.J. Verhoeven

Bijzondere kenmerken:


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature