< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

Civiel, schuldvordering, borgstelling.

Uitspraak



Vonnis van 21 oktober 2020

Behorend bij AUA201903774

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA

VONNIS

in de zaak van:

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[NAAM VBA],

te Aruba,

EISERES,

hierna ook te noemen: [Naam VBA],

gemachtigde: de advocaat mr. W.G.T.M. KLoes,

tegen:

1 [GEDAAGDE 1],

te Aruba,

2. [GEDAAGDE 2],

te Aruba

GEDAAGDEN,

hierna gezamenlijk ook te noemen: [Gedaagden],

procederend in persoon.

1 DE PROCEDURE

1.1

Het verloop van de procedure tot en met 12 februari 2002 blijkt uit het tussenvonnis van die datum. Het verdere verloop blijkt uit:

- de brief d.d. 3 september 2020 met producties van [naam VBA];

- de mondelinge behandeling d.d. 10 september 2020.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1

Bij een onderhandse akte met als kop: ‘schuldbekentenis van hoofdelijke schuldenaren’ hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beiden verklaard dat zij een hoofdsom van Afl. 14.500,00 verschuldigd zijn aan [naam VBA] wegens verbruikleen. [Gedaagden] hebben zich in de akte verbonden tot terugbetaling van de hoofdsom en de overeengekomen rente van 12% per jaar in 36 maandelijkse termijnen van Afl. 591,87, waarvan de eerste termijn verviel op 1 oktober 2018.

2.2

Bij brieven van 7 oktober 2019 van [naam VBA] aan [gedaagden] zijn beiden afzonderlijk gesommeerd om het op dat moment openstaande saldo van Afl. 16.883,32 te voldoen, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten van Afl. 2.684,45 (verzoekschrift, prod. 5).

3 DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1 [

Naam VBA] vordert dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden hoofdelijk - des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd - veroordeelt om aan [naam VBA] te voldoen:

- het bedrag van Afl. 16.883,32 te vermeerderen met de overeengekomen rente van 12% per jaar vanaf 2 september 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

- het bedrag van Afl. 1.500,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;

- met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van de procedure.

3.2

Aan haar vordering legt [naam VBA] ten grondslag dat [gedaagden] zijn tekort geschoten in de nakoming van hun verplichting om de maandelijkse aflossingstermijnen te voldoen, zodat thans de openstaande hoofdsom te vermeerderen met rente ineens opeisbaar is.

3.3

Op de grondslagen van de vordering en het daartegen gevoerde verweer zal hierna, bij de beoordeling van de vordering worden ingegaan.

4 DE BEOORDELING

4.1

Van de zijde van [gedaagden] is erkend dat [gedaagden] hun aflossingsverplichtingen niet volledig zijn nagekomen en dat de achterstand het door [naam VBA] gestelde bedrag betreft. Ook de door [naam VBA] gestelde contractuele rente, die blijkt uit de akte, is door [gedaagden] erkend. Het gerecht neemt dan ook als vaststaand aan dat er per 30 september 2019 aan hoofdsom verschuldigd was het bedrag van Afl. 16.883,32.

4.2

Van de zijde van [gedaagde 2] is aangevoerd dat de hoofdsom aan [gedaagde 1] als lening ter beschikking is gesteld en dat [gedaagde 2] feitelijk alleen als borg optrad voor de geldlening van [gedaagde 1]. Dit was ook bij [naam VBA] bekend. Nadat [gedaagde 2] er door [naam VBA] van op de hoogte was gesteld dat [gedaagde 1] haar aflossingsverplichtingen niet naar behoren nakwam, heeft zij contact opgenomen met [naam VBA]. Deze heeft toen toegezegd dat zij als eerste ertoe zou overgaan om de auto van [gedaagde 1], die in pand is gegeven, onder zich te nemen en uit te winnen.

4.3

Dit verweer van [gedaagde 2] kan er niet toe leiden dat de vordering jegens haar zal moeten worden afgewezen. Van de zijde van [naam VBA] is ter zitting verklaard dat zij er niet in is geslaagd om de auto van [gedaagde 1] te achterhalen en om deze onder zich te nemen, teneinde zich hierop te verhalen. Uit hetgeen [naam VBA] heeft gesteld omtrent de inhoud van haar telefoongesprekken met een medewerkster van [naam VBA], volgt niet dat de medewerkster van [naam VBA] aan [gedaagde 2] de toezegging heeft gedaan dat [gedaagde 2] nimmer zou worden aangesproken zolang [naam VBA] zich nog niet op de auto van [gedaagde 1] heeft kunnen verhalen. Nu [naam VBA] er kennelijk niet in is geslaagd zich op de auto van [gedaagde 1] te verhalen, is [gedaagde 2] op grond van de door haar ondertekende onderhandse akte naast [gedaagde 1] gebonden tot terugbetaling van de verplichtingen uit hoofde van de geldlening.

4.4

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beiden zullen worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom van Afl. 16.883,32. De wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van 1 oktober 2020, nu het gerecht uit de sommatiebrieven begrijpt dat in de gevorderde som van Afl. 16.883,32 de rente is begrepen tot en met 30 september 2019 en om die reden in de sommatiebrieven pas rente wordt gevorderd over deze som vanaf 1 oktober 2019. Zonder toelichting, die niet is gegeven, is in het licht van de sommatiebrieven niet duidelijk waarom over de som van Afl. 16.883,32 met ingang van 2 september 2019 de overeengekomen rente verschuldigd zou zijn, zoals door [naam VBA] is gevorderd.

4.5

De overeengekomen buitengerechtelijke incassokosten, die niet zijn betwist, zullen worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van Afl. 1.500,00.

4.6 [

Gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [naam VBA] worden begroot op Afl. 750,00 aan griffierecht en op Afl. 2.000,00 aan salaris voor gemachtigde en voorts voor [gedaagde 1] te vermeerderen met Afl. 437,28 aan explootkosten en voor [gedaagde 2] te vermeerderen met Afl. 192,14 aan explootkosten.

5 DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:

5.1

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling aan [naam VBA] van het bedrag van Afl. 16.883,32 te vermeerderen met de overeengekomen rente van 12% per jaar vanaf 1 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met een bedrag van Afl. 1.500,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten;

5.2

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van [naam VBA] worden begroot op Afl. 750,00 aan griffierecht en Afl. 2.000,00 aan salaris van de gemachtigde en voorts voor [gedaagde 1] te vermeerderen met Afl. 437,28 aan explootkosten en voor [gedaagde 2] te vermeerderen met Afl. 192,14 aan explootkosten;

5.3

wijst het meer of anders gevorderde af;

5.4

verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 21 oktober 2020 in aanwezigheid van de griffier.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature