< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:

Inhoudsindicatie:

ingangsdatum bevordering

Uitspraak



Uitspraak van 20 januari 2020

Gaza nr. AUA201804192

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK

op het bezwaar van:

[klaagster],

wonende te Aruba,

KLAAGSTER,

gemachtigde: mr. L.A. Hernandis,

tegen:

DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,

zetelende te Aruba,

VERWEERDER,

gemachtigde: mr. M.M. Meaux (DRH).

PROCESVERLOOP

Bij landsbesluit van 10 september 2018 (het bestreden landsbesluit) heeft verweerder besloten klaagster met ingang van 1 november 2016 uit de functie van administratief medewerker heffing 2 te ontheffen en te plaatsen in de functie van heffingsmedewerker 1 bij het Departamento di Impuesto (DIMP) en om klaagster met ingang van 1 november 2018 te bevorderen naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9, dienstjaar 7).

Hiertegen heeft klaagster bezwaar gemaakt, door indiening van bezwaarschrift bij de Bezwaaradviescommissie Lar op 26 september 2018.

Bij brief van 11 oktober 2018 heeft de Bezwaaradviescommissie Lar het bezwaarschrift aan het gerecht toegezonden ter verdere afhandeling.

Verweerder heeft op 15 juli 2019 een contramemorie ingediend.

Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 november 2019. Klaagster is verschenen bijgestaan door haar gemachtigde en verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de gemachtigde voornoemd. Tevens was aanwezig drs. O.E. Lares, directeur Departamento Recurso Humano (DRH).

De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

Ontvankelijkheid 1.1

Artikel 3 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna La) bepaalt dat in eerste aanleg bij uitsluiting het gerecht in ambtenarenzaken oordeelt over de beschikkingen, handelingen en weigeringen (om te beschikken of te handelen) ten aanzien van ambtenaren als zodanig, door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken.

Ingevolge artikel 41, eerste lid van de La wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is.

Blijkens artikel 43, eerste lid van de La wordt het bezwaar ingebracht door het inzenden van een bezwaarschrift aan het gerecht.

1.2

Het bestreden landsbesluit is van 10 september 2018. Klaagster heeft op 26 september 2018 - dus tijdig - daartegen bezwaar aangetekend, maar het bezwaarschrift bij de Bezwaaradviescommissie Lar ingediend in plaats van bij dit gerecht. Uit artikel 3 in samenhang met artikel 43, eerste lid van de La volgt dat de Bezwaaradviescommissie Lar niet bevoegd is om over het bezwaarschrift te oordelen. De Bezwaaradviescommissie Lar heeft op grond van de doorzendplicht het bezwaarschrift van 26 september 2018 zo spoedig mogelijk doorgezonden naar het gerecht. Klaagster is dus ontvankelijk in haar bezwaar.

De feiten

2.1

Klaagster is ambtenaar, thans werkzaam bij DIMP.

2.2

Bij landsbesluit van 28 januari 2015 heeft verweerder besloten om klaagster met ingang van 1 december 2012 te bevorderen naar de rang van commies (schaal 8, dienstjaar 1).

2.3

Bij landsbesluit van 15 februari 2017 heeft verweerder besloten om aan klaagster met ingang van 1 augustus 2016 twee periodieke verhogingen toe te kennen in verband met het met goed gevolg afleggen van de opleiding Commies der Belastingen. De bezoldiging van klaagster is vastgesteld in schaal 8, dienstjaar 7.

2.4

Bij bestreden landsbesluit van 10 september 2018 heeft verweerder besloten klaagster met ingang van 1 november 2016 uit de functie van administratief medewerker heffing 2 te ontheffen en te plaatsen in de functie van heffingsmedewerker 1 en om klaagster met ingang van 1 november 2018 te bevorderen naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9, dienstjaar 7).

De standpunten van partijen

3.1

Klaagster kan zich niet verenigen met de ingangsdatum van de bevordering, zijnde 1 november 2018. Zij meent dat zij met ingang van 1 november 2017 dient te worden bevorderd. Zij bekleedt sinds 1 december 2012 de rang van commies en heeft een diploma Commies & Controle der Belasting behaald. Zij is per 1 november 2016 geplaatst in de functie van heffingsmedewerker 1. Zij is door haar chef positief beoordeeld.

3.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat klaagster, om positief te worden beoordeeld, conform vaste beleidslijn twee jaar dienstanciënniteit in de functie van heffingsmedewerker 1 dient te hebben volbracht. De dienstanciënniteit in de nieuwe functie vangt aan per 1 november 2016. Dit betekent dat klaagster met ingang van 1 november 2018 in aanmerking komt voor een bevordering naar de rang van commies 1ste klasse (schaal 9). De werkzaamheden van heffingsmedewerker 1 zijn zwaarder en op een hoger niveau dan de werkzaamheden van administratief medewerker heffing 2.

Het wettelijk kader

3.1

Ingevolge artikel 13, eerst lid van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (hierna: Lma) geschieden aanstelling en bevordering, voor zover daaromtrent regelen zijn vastgesteld, overeenkomstig deze regelen.

3.2

Ingevolge artikel 4, tweede lid van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (hierna: BRA), dient de ambtenaar om in aanmerking te kunnen komen voor een bevordering, aan de voor de desbetreffende betrekking bedoelde eisen te voldoen en voorts voor de vervulling van die betrekking geschikt en bekwaam te worden geacht.

Volgens de tabel voor administratieve ambtenaren gelden voor een bevordering naar commies 1ste klasse de volgende vereisten:

D. commies 1ste klasse (schaal 9)

a. als onder C;

b. bevordering op grond van de door de betrokkene beklede functie, welke een waardering op het niveau van commies 1ste klasse rechtvaardigt en voorts met dien verstande dat de betrokkene reeds ten minste twee jaar dienst in de rang van commies moet hebben volbracht;

c. vacature; of

d. diploma hoger bestuursambtenaar;

e. vacature.

De beoordeling

4.1

Het gerecht ziet zich voor de vraag gesteld of verweerder op goede gronden heeft besloten de bevordering in te laten gaan op 1 november 2018.

4.2

Tussen partijen is slechts in geschil per welke datum klaagster voldoet aan het bepaalde in artikel 4, tweede lid en onder D, commies 1ste klasse, sub b van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986.

4.3

Met klaagster is het gerecht van oordeel dat klaagster per 1 november 2017 aan de vereisten voor bevordering voldoet.

4.4

Daartoe overweegt het gerecht dat klaagster per 1 december 2012 in de rang van commies is benoemd (zie 2.2). Klaagster heeft derhalve meer dan twee jaar in deze rang volbracht. Hiermee voldoet klaagster aan het anciënniteitsvereiste (vgl. Gerecht in ambtenarenzaken Aruba 6 mei 2019, ECLI:NL:OGAACMB:2019:37). Nu klaagster met ingang van 1 november 2016 een functie bekleedt welke een waardering op het niveau van commies 1ste klasse rechtvaardigt, voldoet zij per 1 november 2017 aan alle bevorderingseisen.

4.5

Het betoog van verweerder dat klaagster om voor bevordering in aanmerking te komen tenminste twee jaar in de rang van commies 1ste klasse moet hebben volbracht, is niet in overeenstemming met het bepaalde in artikel 4, tweede lid en onder D commies 1ste klasse, sub b van de Bezoldigingsregeling Aruba 1986.

5. Het bezwaar is gegrond. Het bestreden landsbesluit dient te worden vernietigd. Het gerecht ziet aanleiding om de bestreden beschikking met toepassing van artikel 85 van de La te wijzigen in dier voege dat de ingangsdatum wordt bepaald op 1 november 2017.

BESLISSING

De rechter in dit gerecht:

- verklaart het bezwaar gegrond;

- vernietigt het bestreden landsbesluit van 10 september 2019, voor zover het de ingangsdatum van de bevordering betreft;

- wijzigt deze beschikking in dier voege dat de ingangsdatum van de bevordering wordt bepaald op 1 november 2017.

Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J.H. van Suilen, rechter in ambtenarenzaken in Aruba, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:

Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;

In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.

Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:

De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken

J.G. Emanstraat 51

Oranjestad

Aruba

U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:

1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;

2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:

a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,

b. de datum van ondertekening,

c. waartegen u in hoger beroep komt,

d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature