E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2024:492
Hoge Raad, 22/00876

Inhoudsindicatie:

Openlijke geweldpleging tegen ramen, meermalen gepleegd (art. 141.2.1 Sr) en handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a Sr). Redelijke termijn in cassatiefase, rechtsgevolgen van overschrijding. 1. HR geeft in aanvulling op HR:2008:BD2578 overzicht van gevallen waarin kan worden volstaan met enkele constatering dat redelijke termijn is overschreden. 2. Rechtsgevolg van overschrijding van redelijke termijn met 13 dagen bij opgelegde gevangenisstraf van 11 dagen en taakstraf van 60 uren?

Ad 1. HR ambtshalve: HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 m.b.t. algemene uitgangspunten en regels over inbreuk op recht van verdachte op behandeling van zijn strafzaak binnen redelijke termijn, uitgangspunt dat overschrijding van redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van opgelegde straf dan wel vastgesteld ontnemingsbedrag en gevallen waarin in strafzaken en in ontnemingszaken geen vermindering wordt toegepast. In zijn rechtspraak van na HR:2008:BD2578 heeft HR nog enkele andere gevallen aanvaard waarin kan worden volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden. Dat is allereerst het geval als overschrijding van redelijke termijn minder dan 1 maand bedraagt. Daarnaast gaat het om het geval waarin gevangenisstraf of hechtenis van beperkt aantal weken of maanden is opgelegd, waarbij vermindering o.b.v. de in HR:2008:BD2578 vermelde percentages, uitgedrukt in weken en met afronding naar beneden, op nihil uitkomt. Aan deze rechtspraak ligt ten grondslag dat met constatering dat redelijke termijn is overschreden, al een rechtsgevolg wordt verbonden aan oordeel dat inbreuk is gemaakt op recht van verdachte op berechting binnen redelijke termijn. Met name in gevallen waarin ernst van die inbreuk van betrekkelijk geringe aard is (gelet op mate van overschrijding en/of in het licht van duur of omvang van opgelegde straf of maatregel) bestaat geen grond om aan dat oordeel nog enig ander rechtsgevolg te verbinden (vgl. EHRM nr. 36813/97 (Scordino/Italië)). Als HR de overschrijding van redelijke termijn toetst als cassatierechter, geldt in de regel dat zo’n overschrijding wordt gecompenseerd door vermindering van straf die dan wel ontnemingsbedrag dat zou zijn opgelegd als redelijke termijn niet zou zijn overschreden (vgl. HR:2008:BD2578). Vermindering van straf dan wel ontnemingsbedrag is daarbij mede afhankelijk van mate waarin redelijke termijn is overschreden. Algemene regels over wijze waarop straf dan wel ontnemingsbedrag moet worden verminderd, zijn niet te geven. Het staat feitenrechter vrij om (na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, waaronder mate van overschrijding van redelijke termijn) te volstaan met constatering dat redelijke termijn is overschreden. Daarbij kan worden gewezen op hiervoor genoemde gevallen.

Ad 2. HR doet uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na instellen van cassatieberoep. Dat brengt mee dat redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is overschreden. In het licht van opgelegde gevangenisstraf van 11 dagen en taakstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen hechtenis, en mate waarin redelijke termijn is overschreden, volstaat HR met oordeel dat redelijke termijn is overschreden en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie