E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2024:412
Hoge Raad, 22/00560

Inhoudsindicatie:

Beschadiging van auto (art. 350.1 Sr). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting i.v.m. gebreken in mededelingen over recht op rechtsbijstand aan aangehouden verdachte. Mededeling van recht op kosteloze rechtsbijstand en beoordeling van aan vormverzuim eventueel te verbinden rechtsgevolg, art. 27c, 28.1 en 28b Sv en art. 43.1 Wet op de rechtsbijstand.

Uit samenstel van wettelijke bepalingen volgt dat verdachte die is aangehouden voor strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, o.m. moet worden medegedeeld dat bijstand van raadsman kosteloos is.

Als zich geval voordoet waarin verdachte afstand heeft gedaan van recht op raadplegen van raadsman nadat hij op bestaan van dit recht is gewezen, maar waarbij tevens is vastgesteld dat sprake is van vormverzuim in die zin dat niet alle i.v.m. aanhouding en verhoor van verdachte voorgeschreven mededelingen volledig en in alle opzichten juist zijn gedaan, moet rechter, indien verweer wordt gevoerd over gebrek in doen van die mededelingen, o.g.v. art. 359a Sv beoordelen of aan verzuim rechtsgevolg moet worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt (vgl. HR:2017:968).

Namens verdachte gevoerd verweer houdt in dat verhoor van verdachte dat na aanhouding heeft plaatsgevonden mede betrekking had op verdenking van vernieling en mishandeling, en dat verdachte weliswaar is geïnformeerd over recht op rechtsbijstand maar haar in strijd met wettelijke regeling niet is medegedeeld dat rechtsbijstand kosteloos zou zijn. Verder is aangevoerd dat verdachte geen afstand zou hebben gedaan van haar recht op bijstand van advocaat voorafgaand aan en tijdens haar verhoor bij politie, als zij op juiste manier was voorgelicht over kosten van rechtsbijstand. Hof heeft verweer verworpen en daartoe overwogen dat verdachte afstand heeft gedaan van recht op rechtsbijstand. Hof heeft daarbij echter juistheid van hiervoor genoemde stellingen in het midden gelaten en daarmee niet wat namens verdachte naar voren is gebracht, bij beoordeling van verweer betrokken. Hof heeft daarom verwerping van verweer ontoereikend gemotiveerd.

Volgt partiële vernietiging en terugwijzing.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie