E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:487
Hoge Raad, 18/05008

Inhoudsindicatie:

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op tv, afstandsbediening en speakerset onder klager t.z.v. verdenking van faillissementsfraude, waarna klager in strafzaak door hof Den Haag onherroepelijk is veroordeeld en aan hem bij onherroepelijke beslissing van Rb Rotterdam ontnemingsmaatregel is opgelegd. Absolute competentie, bevoegdheid raadkamer hof. Heeft hof zich terecht onbevoegd verklaard om van klaagschrift kennis te nemen en zaak terecht doorgezonden naar Rb? Hof heeft geoordeeld dat het onbevoegd is om van klaagschrift kennis te nemen en dat Rb Rotterdam bevoegd gerecht is, omdat beslag mede is gelegd o.g.v. art. 94a.2 Sv en Rb in ontnemingszaak tegen klager heeft te gelden als gerecht waarvoor zaak in laatste feitelijke aanleg werd vervolgd. Met dit oordeel heeft hof miskend dat beslag daarnaast was gelegd o.g.v. art. 94a.1 Sv en dat hof zelf heeft te gelden als gerecht waarvoor strafzaak in laatste feitelijke aanleg werd vervolgd. Dat betekent dat (ook) hof bevoegd was tot kennisneming van klaagschrift. Nu ontnemingszaak niet meer bij Rb aanhangig is, kan hof klaagschrift (ook v.zv. beslag is gelegd o.g.v. art. 94a.2 Sv) zelf behandelen en afdoen (vgl. ECLI:NL:HR:2015:3499). Volgt vernietiging en terugwijzing. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:2022 (strafzaak klager).

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie