E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:352
Hoge Raad, 20/03959

Inhoudsindicatie:

Cassatie in belang der wet. Omzetting taakstraf in hechtenis als tul taakstraf is mislukt, art. 22g (oud) Sr. 1. Aanvang bezwaartermijn als kennisgeving dat vervangende hechtenis wordt toegepast niet in persoon is betekend. Begint bezwaartermijn te lopen vanaf moment van betekening van kennisgeving dan wel vanaf moment dat veroordeelde op de hoogte is geraakt van die kennisgeving? 2. Heeft veroordeelde “tijdig” bezwaarschrift ingediend tegen kennisgeving?

Ad 1. Ex art. 22g.3 (oud) Sr (thans: art. 6:6:23.1 Sv) vangt bezwaartermijn aan na rechtsgeldige betekening van kennisgeving dat vervangende hechtenis wordt toegepast. Uit art. 22g (oud) Sr noch uit enig ander wettelijk voorschrift vloeit voort dat van andere ingangsdatum van bezwaartermijn moet worden uitgegaan indien betekening niet ertoe leidt dat kennisgeving veroordeelde bereikt of inhoud daarvan niet te zijner kennis is gekomen. Ook overigens bestaat onvoldoende grond voor opvatting dat van bepaalde over ingangsdatum van bezwaartermijn in art. 22g.3 (oud) Sr moet worden afgeweken in het geval dat veroordeelde niet binnen die termijn op de hoogte is geraakt van kennisgeving. Dit brengt mee dat ook in gevallen waarin kennisgeving dat vervangende hechtenis wordt toegepast niet in persoon is betekend, bezwaartermijn begint te lopen vanaf moment van betekening van kennisgeving. Antwoord op vraag op welk moment veroordeelde daadwerkelijk van die kennisgeving op de hoogte is geraakt, is daarbij niet relevant. HR merkt op dat wet voorziet in verschillende voorschriften die beogen veroordeelde zoveel mogelijk ervan op de hoogte te brengen dat hij tot taakstraf is veroordeeld of dat hij bij tul daarvan in verzuim is. Overschrijding van termijn voor indienen van bezwaarschrift door veroordeelde betekent in de regel dat deze niet in dat bezwaarschrift kan worden ontvangen. Dit gevolg kan daaraan uitsluitend dan niet worden verbonden, indien sprake is van bijzondere, veroordeelde niet toe te rekenen, omstandigheden welke overschrijding van termijn verontschuldigbaar doen zijn (vgl. ECLI:NL:HR:2004:AN8587). Enkele omstandigheid dat kennisgeving niet in persoon is betekend en dat veroordeelde pas na verstrijken van die bezwaartermijn op de hoogte is geraakt van kennisgeving, is niet bijzondere omstandigheid als hiervoor bedoeld.

Ad 2. Rb heeft oordeel dat veroordeelde ontvankelijk is in zijn bezwaarschrift kennelijk gebaseerd op opvatting dat termijn voor indienen van bezwaarschrift niet direct na rechtsgeldige betekening van kennisgeving aanving maar pas nadat veroordeelde van toepassing van vervangende hechtenis op de hoogte is geraakt. Die opvatting is, gelet op wat hiervoor is overwogen, onjuist.

Volgt vernietiging in het belang van de wet.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie