E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:1835
Hoge Raad, 21/03217

Inhoudsindicatie:

Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Zuid-Koreaanse nationaliteit) naar Zuid-Korea t.z.v. fraude. 1. Heeft HR:2018:507 over ambtshalve beperking van het cassatieberoep in strafzaken met een samengestelde tll. gevolgen voor de wijze waarop HR het cassatieberoep in uitleveringszaken pleegt op te vatten? 2. Voldoende duidelijke vermelding feit waarvoor uitlevering wordt toegestaan, art. 28.3 UW.

Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:507 m.b.t. heroverweging van de gewoonteregel in strafzaken met een samengestelde tll. het cassatieberoep ambtshalve beperkt op te vatten. O.g.v. art. 429 Sv kan het beroep in cassatie ook tegen een gedeelte van een vonnis of arrest worden ingesteld. Deze bepaling is in art. 31.7 UW niet uitdrukkelijk op het cassatieberoep tegen een uitspraak over het verzoek tot uitlevering van overeenkomstige toepassing verklaard. Niettemin is er geen reden waarom die bepaling niet toepasselijk zou moeten zijn in uitleveringszaken en kan - zo volgt uit o.m. HR:1979:AC1376 - in uitleveringszaken het cassatieberoep eveneens worden beperkt tot een gedeelte van uitspraak Rb over het verzoek tot uitlevering. Beperkingen van het cassatieberoep zijn echter niet toelaatbaar indien als gevolg van het beperkte cassatieberoep na gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden uitspraak niet meer naar behoren (opnieuw) recht kan worden gedaan. Beperkingen in het cassatieberoep die dat effect kunnen hebben, acht de HR ontoelaatbaar (vgl. voor strafzaken HR:2013:CA1610). In uitleveringszaken pleegt HR het door opgeëiste persoon zonder enige beperking ingestelde cassatieberoep op te vatten als niet te zijn gericht tegen de partiële ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering. Daarin heeft het op samengestelde tll. gerichte HR:2018:507 geen verandering gebracht.

Ad 2. Rb heeft de uitlevering van opgeëiste persoon aan Zuid-Korea toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “voor het in de stukken omschreven feit B, oplichting”. Uitspraak Rb vermeldt echter niet met voldoende precisie om welke stukken het gaat en bevat daarom niet een voldoende duidelijke omschrijving van het feit waarvoor de uitlevering kan worden toegestaan. HR herstelt dit verzuim door de uitlevering toelaatbaar te verklaren voor het feit dat is omschreven in het bij uitleveringsverzoek overgelegde stuk.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie