E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:1503
Hoge Raad, 20/02523

Inhoudsindicatie:

Overleggen van stukken in h.b. Art. 414 Sv. Verkrachting, art. 242 Sr. HR verwijst naar HR:2010:BL7709, waarbij o.m. (in enigszins andere bewoordingen) is gesteld dat bij de toetsing aan de eisen die voortvloeien uit de beginselen van een behoorlijke procesorde, betekenis toekomt aan de (belastende dan wel ontlastende) aard van de over te leggen bescheiden of stukken en, indien het gaat om belastende bescheiden of stukken, aan de (al dan niet complexe) aard van de te berechten zaak en het stadium waarin de procedure zich bevindt. En dat als de rechter van oordeel is dat de beginselen van een goede procesorde zich ertegen verzetten dat nieuwe bescheiden of stukken van overtuiging worden overgelegd en dat die overlegging daarom niet kan worden toegestaan, de rechter deze beslissing zal moeten motiveren. De rm heeft verzocht om recent tot zijn beschikking gekomen stukken aan het dossier toe te voegen die naar zijn zeggen van belang zijn voor de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aangeefster. Het hof heeft het overleggen van deze stukken niet toegestaan. Daarbij heeft het hof slechts in aanmerking genomen het tijdstip waarop het verzoek is gedaan en de omstandigheid dat de rm bij pleidooi zich over de stukken heeft kunnen uitlaten. Daarmee heeft het hof zijn beslissing ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie