E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:1502
Hoge Raad, 20/02102

Inhoudsindicatie:

Zedenzaak, artt. 246, 248 en 249 Sr. Feitelijke aanranding van een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige en ontucht met een andere minderjarige in de hoedanigheid als sportmasseur/fysiotherapeut. Bijzondere voorwaarde, art. 14c.2 sub 14 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:1215. De i.c. door het hof gestelde bijzondere voorwaarde: “de verdachte zorgt ervoor dat wanneer hij in een ruimte is met minderjarigen, hierbij altijd toezicht is van een volwassene, die kennis draagt van de veroordeling van de veroordeelde” is in strijd met genoemde bepaling omdat het niet onder alle omstandigheden afhankelijk is van het gedrag van de veroordeelde of hij zich in een ruimte met minderjarigen zal bevinden en of hierbij een volwassene aanwezig zal zijn die toezicht houdt en bovendien kennis draagt van de veroordeling van de veroordeelde. HR vernietigt de bijzondere voorwaarde en verwerpt het beroep voor het overige.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie