E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:1286
Hoge Raad, 19/03017

Inhoudsindicatie:

Economische zaak. Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. benadelen van gezondheid/welzijn van runderen (art. 2.1 Wet dieren). Betekening dagvaarding in hoger beroep na afloop tz. in h.b. Dagvaarding in h.b. is na vergeefse aanbieding op BRP-adres van verdachte op dag van tz. in h.b. na tijdstip van behandeling van zaak (bij verstek) uitgereikt aan griffier Rb, terwijl op diezelfde datum afschrift van dagvaarding is verzonden naar BRP-adres. Uit stukken kan worden afgeleid dat dagvaarding in h.b. pas is betekend (via uitreiking aan griffier) op tijdstip gelegen na tijdstip waartegen verdachte was gedagvaard. Gelet daarop is ’s hofs oordeel dat verdachte rechtsgeldig is gedagvaard voor tz. in h.b., onjuist.

HR verklaart betekening dagvaarding in h.b. nietig. Samenhang met HR:2020:1809.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie