< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Zware mishandeling door onder invloed van alcohol en cocaïne haar ex-partner in diens woning met groot mes in zijn onderarm te steken n.a.v. ruzie waarbij ex-partner verdachte in haar ribben heeft geslagen, art. 302.1 Sr. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Is steken met mes het onmiddellijke gevolg geweest van hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:456 m.b.t. vereisten voor geslaagd beroep op noodweerexces, i.h.b. “onmiddellijk gevolg” van hevige gemoedsbeweging. Hof heeft vastgesteld dat aangever voorafgaand aan bewezenverklaard feit verdachte heeft mishandeld door haar in haar ribben te slaan. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat het door verdachte gedane beroep op noodweerexces moet worden verworpen omdat verdachte handelde “vanuit reeds bestaande kwaadheid” die gevolg was van mishandeling van verdachte door aangever. Dat oordeel is niet begrijpelijk. De mishandeling is immers de aanranding waarop beroep op noodweer(exces) betrekking had, zodat hier geen sprake kan zijn van hevige gemoedsbeweging die in essentie is terug te voeren op eerder bestaande emotie, d.w.z. emotie die al bestond vóór aanranding.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/04623

Datum 7 september 2021

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 september 2019, nummer 21-005398-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De procureur-generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1

Het cassatiemiddel klaagt over de verwerping door het hof van het beroep op noodweerexces.

2.2

Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“zij op 16 november 2017, te [plaats], aan [benadeelde] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een steekwond waarvoor operatief ingrijpen noodzakelijk was en peesletsel, heeft toegebracht door die [benadeelde] met een groot mes in de onderarm te steken.”

2.3

Het hof heeft het in het cassatiemiddel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:

“Door de raadsman van verdachte is subsidiair het verweer gevoerd dat verdachte heeft gehandeld in een toestand van noodweer dan wel (extensief) noodweerexces en derhalve dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Daartoe is door de verdediging het navolgende aangevoerd.

Verdachte is, voordat zij het mes pakte, door aangever mishandeld. Verdachte en aangever bevonden zich toen op de bank in de woonkamer van de woning van aangever. Aangever heeft verdachte geslagen op haar ribben, waar zij gebroken ribben aan heeft overgehouden. Nadat de mishandeling was gestopt en aangever wegliep van de bank, heeft verdachte een mes uit het dressoir gepakt. Verdachte wilde vervolgens de woning verlaten. Aangever bevond zich echter in de gang, tussen verdachte en de enige uitgang van de woning in. Aangever kwam vervolgens opnieuw op verdachte af. Bij verdachte bestond op dat moment niet louter de vrees voor een nieuwe aanranding van haar lijf, maar de situatie was - gelet op de eerdere aanranding - in redelijkheid beschouwd zodanig bedreigend voor verdachte, dat de vrees voor een aanranding kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van artikel 41 Sr . Voor zover het hof aanneemt dat verdachte geen stekende beweging heeft gemaakt, is de wijze waarop verdachte zich heeft verdedigd proportioneel geweest. Voor zover het hof aanneemt dat verdachte wel een stekende beweging heeft gemaakt, is sprake van een verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging en is deze overschrijding het onmiddellijke gevolg geweest van de hevige gemoedsbeweging die door het herhaaldelijk aanvallen van aangever is veroorzaakt. De hevige gemoedsbeweging bestond uit angst.

Het hof stelt voorop dat indien door of namens de verdachte een beroep wordt gedaan op noodweer, de rechter zal moeten onderzoeken of het begane feit was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waaronder onder omstandigheden mede is begrepen een onmiddellijk dreigend gevaar voor zo'n aanranding. De enkele vrees voor zo’n aanranding is daartoe echter niet voldoende. De gestelde aanranding moet in redelijkheid beschouwd zodanig bedreigend zijn voor de verdachte dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding in de zin van artikel 41 Sr .

Noodweerexces kan in beeld komen bij een "overschrijding van de grenzen van de noodzakelijke verdediging". Daarvan kan slechts sprake kan zijn indien:

a. de verdachte de hem verweten gedraging heeft verricht in een situatie waarin, en op een tijdstip waarop, voor hem de noodzaak bestond tot verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, maar daarbij als onmiddellijk gevolg van een hevige door die aanranding veroorzaakte gemoedsbeweging verder gaat dan geboden is, dan wel indien

b. op het tijdstip van de aan de verdachte verweten gedraging de onder a bedoelde situatie weliswaar is beëindigd en derhalve de noodzaak tot verdediging niet meer bestaat, doch niettemin deze gedraging toch het onmiddellijk gevolg is van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding.

Uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het "onmiddellijk gevolg" moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, maar aan het gevolgvereiste is niet voldaan indien de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer.

Bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is van het hier bedoelde “onmiddellijk gevolg", kan betekenis toekomen aan de mate waarin de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden alsmede aan de aard en de intensiteit van de hevige gemoedsbeweging. Voorts kan het tijdsverloop tussen de aanranding en de verdedigingshandeling van belang zijn.

Gelet op de door de verdediging in eerste aanleg overgelegde foto's en medische stukken met betrekking tot het letsel van verdachte, wil het hof aannemen dat aangever verdachte die bewuste avond op 16 november 2017 heeft mishandeld door haar in haar ribben te slaan. (...)

Voornoemde wederrechtelijke aanranding van verdachtes lijf was echter geëindigd op het moment dat aangever bij verdachte is weggelopen en zich naar de gang/hal heeft begeven. Het hof acht het niet aannemelijk geworden dat de gedraging van verdachte, te weten het steken met het mes in de onderarm van aangever, het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding. De stelling dat sprake zou zijn van een hevige gemoedsbeweging bij verdachte heeft de verdediging verder geen handen en voeten gegeven en is ook op andere wijze niet aannemelijk geworden. Integendeel. Verdachte handelde naar het oordeel van het hof niet zozeer in een hevige gemoedsbeweging, maar veeleer vanuit een reeds bestaande kwaadheid jegens aangever omdat hij haar had mishandeld. Dat blijkt uit de na haar aanhouding door verdachte gedane uitlatingen "Ik heb het gedaan, ik heb hem neergestoken omdat hij mij mishandeld heeft” en “Hij mishandelde mij, ik heb hem teruggepakt".

(...)

Het hof verwerpt, gelet op het voorgaande, de verweren van de raadsman. Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.”

2.4

Voor noodweerexces geldt in alle gevallen dat van verontschuldigbare overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging alleen sprake kan zijn als:a. de verdachte de hem verweten gedraging heeft verricht in een situatie waarin en op een tijdstip waarop voor hem de noodzaak bestond tot verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, maar daarbij als onmiddellijk gevolg van een hevige door die aanranding veroorzaakte gemoedsbeweging verder gaat dan geboden was, dan wel alsb. op het tijdstip van de hem verweten gedraging de onder a bedoelde situatie weliswaar was beëindigd en de noodzaak tot verdediging er dus wel was geweest (maar niet meer bestond), maar zijn gedraging niettemin het onmiddellijk gevolg was van een hevige gemoedsbeweging die was veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding.Uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het ‘onmiddellijk gevolg’ moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de op die wijze veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging, maar aan het gevolgvereiste is niet voldaan als de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer.Bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is van het hier bedoelde ‘onmiddellijk gevolg’, kan betekenis toekomen aan de mate waarin de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden alsmede aan de aard en de intensiteit van de hevige gemoedsbeweging. Verder kan het tijdsverloop tussen de aanranding en de verdedigingshandeling van belang zijn. (Vgl. HR 22 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:456.)

2.5

Het hof heeft vastgesteld dat [benadeelde] voorafgaand aan het bewezenverklaarde feit de verdachte heeft mishandeld door haar in haar ribben te slaan. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat het door de verdachte gedane beroep op noodweerexces moet worden verworpen omdat de verdachte handelde “vanuit een reeds bestaande kwaadheid” die het gevolg was van de mishandeling van de verdachte door de aangever. Dat oordeel is niet begrijpelijk. De mishandeling is immers de aanranding waarop het beroep op noodweer(exces) betrekking had, zodat hier geen sprake kan zijn van een hevige gemoedsbeweging die in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie zoals hiervoor onder 2.4 bedoeld, dat wil zeggen een emotie die al bestond vóór de aanranding.

2.6

Het cassatiemiddel slaagt.

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof;

- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 september 2021.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature