E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:1226
Hoge Raad, 19/04623

Inhoudsindicatie:

Zware mishandeling door onder invloed van alcohol en cocaïne haar ex-partner in diens woning met groot mes in zijn onderarm te steken n.a.v. ruzie waarbij ex-partner verdachte in haar ribben heeft geslagen, art. 302.1 Sr. Noodweerexces, art. 41.2 Sr. Is steken met mes het onmiddellijke gevolg geweest van hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:456 m.b.t. vereisten voor geslaagd beroep op noodweerexces, i.h.b. “onmiddellijk gevolg” van hevige gemoedsbeweging. Hof heeft vastgesteld dat aangever voorafgaand aan bewezenverklaard feit verdachte heeft mishandeld door haar in haar ribben te slaan. Hof heeft vervolgens geoordeeld dat het door verdachte gedane beroep op noodweerexces moet worden verworpen omdat verdachte handelde “vanuit reeds bestaande kwaadheid” die gevolg was van mishandeling van verdachte door aangever. Dat oordeel is niet begrijpelijk. De mishandeling is immers de aanranding waarop beroep op noodweer(exces) betrekking had, zodat hier geen sprake kan zijn van hevige gemoedsbeweging die in essentie is terug te voeren op eerder bestaande emotie, d.w.z. emotie die al bestond vóór aanranding.

Volgt vernietiging en terugwijzing.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie