E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2021:1028
Hoge Raad, 19/04248

Inhoudsindicatie:

Eendaadse samenloop, meerdaadse samenloop en de voortgezette handeling, art. 55, 56 en 57 Sr. HR vat zijn algemene overwegingen uit HR:2017:1111 tot en met HR:2017:1115 samen. Voor de eendaadse samenloop komt het vooral aan op de vraag of de bewezenverklaarde gedragingen in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex opleveren dat verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Voor de voortgezette handeling komt het erop aan of de verschillende bewezenverklaarde, elkaar in de tijd opvolgende gedragingen (ook m.b.t. het “wilsbesluit”) zo nauw met elkaar samenhangen dat verdachte daarvan (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Dat i.c. is geoordeeld dat sprake is van meerdaadse samenloop in niet z.m. begrijpelijk. De gegrondheid van het cassatiemiddel leidt niet tot vernietiging van de bestreden uitspraak. De door het hof opgelegde gvs ligt ver onder het strafmaximum dat zou gelden als van eendaadse samenloop zou worden uitgegaan, terwijl het hof blijkens de strafmotivering bij de strafoplegging geen zelfstandige betekenis heeft toegekend aan het onder 1 bewezenverklaarde feit. Verdachte heeft dus onvoldoende belang bij cassatie.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie