E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:38
Hoge Raad, 18/04762

Inhoudsindicatie:

Medeplegen diefstal (art. 311.1.4 Sr), mishandeling moeder (art. 304.1 Sr), diefstal (art. 310 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.b Sv. Verschoonbare termijnoverschrijding i.v.m. omstandigheid dat verdachte heeft vertrouwd op vonnis Rb waarin is uitgegaan van verkeerd aantal dagen reeds ondergane voorlopige hechtenis (111 dagen i.p.v. 16 dagen)? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587 m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn, zoals voor verstrijken van beroepstermijn verstrekte ambtelijke informatie waardoor bij verdachte gerechtvaardigde verwachting is gewekt dat beroepstermijn op ander tijdstip aanvangt. Hof heeft geoordeeld h.b. niet is ingesteld binnen bij wet bepaalde termijn en dat overschrijding van die termijn niet verschoonbaar is. Dat oordeel, erop neerkomende dat niet sprake is van bijzondere, verdachte niet toe te rekenen, omstandigheden welke overschrijding van termijn verontschuldigbaar doen zijn, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk niettegenstaande hetgeen door raadsman van verdachte ttz. in h.b. omtrent overschrijding van termijn is aangevoerd. Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie