E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:36
Hoge Raad, 18/03396

Inhoudsindicatie:

Eenvoudig witwassen van geldbedrag van € 650,-, art. 420bis.1 Sr. Onmiddellijk afkomstig uit enig eigen misdrijf? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2018:2352, inhoudende samenvatting van zijn eerdere rechtspraak over bestanddeel “afkomstig is uit enig misdrijf” in witwasbepalingen (art. 420bis e.v. Sr). Dit toetsingskader is ook van belang in gevallen waarin rechter aan omstandigheden waaronder voorwerp wordt aangetroffen, vermoeden ontleent dat dit voorwerp “onmiddellijk afkomstig is uit enig eigen misdrijf” a.b.i. art. 420bis.1 Sr en art. 420quater.1 Sr. Gelet op door Hof vastgestelde feiten en omstandigheden, waaronder het bij verdachte aantreffen van 27 bolletjes cocaïne die kennelijk deel uitmaakten van handelsvoorraad, heeft Hof - niet onbegrijpelijk - geoordeeld dat deze het vermoeden rechtvaardigen dat verdachte geldbedrag voorhanden heeft gehad dat onmiddellijk uit enig eigen misdrijf afkomstig is. Hof heeft voorts, in reactie op wat door en namens verdachte is aangevoerd over legale herkomst van dat geldbedrag uit uitkering, verkoop van spelcomputer en casinobezoek, overwogen dat verdachte, naast zijn eigen verklaring, geen stukken heeft overgelegd waaruit die legale herkomst zou blijken. Hof heeft echter in het midden gelaten of verdachte concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over herkomst van het (gehele) geldbedrag. In aanmerking genomen wat hiervoor is vooropgesteld, is bewezenverklaring daarom niet toereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging. Samenhang met 18/03404.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie