< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak



Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Octrooirecht. Procesrecht. Is weigering van beroep op centraal beperkt octrooi wegens strijd met de goede procesorde verenigbaar met art. 68 en 105a-105c Europees Octrooiverdrag? Uitleg art. 68 en 105a-105c EOV aan de hand van art. 31-32 Weens Verdragenverdrag. Rechts- en motiveringsklachten over oordeel dat beroep op centraal beperkt octrooi strijdig is met de goede procesorde. Toelaatbaarheid van beroep op centrale beperking als verweer. Vervolg van HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2363.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 18/03805

Datum 14 februari 2020

ARREST

In de zaak van

De rechtspersoon naar buitenlands recht HIGH POINT SARL,gevestigd te Luxemburg, Luxemburg,

EISERES tot cassatie,

hierna: High Point,

advocaten: B.T.M. van der Wiel en A.M. van Aerde,

tegen

KPN B.V. ,gevestigd te Den Haag,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: KPN,

advocaat: T. Cohen Jehoram.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding verwijst de Hoge Raad naar:

zijn arrest tussen partijen in de zaak 16/00878, ECLI:NL:HR:2017:2363 van 15 september 2017;

de arresten in de zaak 200.077.803/02 van het gerechtshof Den Haag van 7 november 2017 en 5 juni 2018.

High Point heeft tegen het arrest van het hof van 5 juni 2018 beroep in cassatie ingesteld. KPN heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen schriftelijk toegelicht door hun advocaten, voor High Point mede door T. van Tatenhove.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van elk van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten en feiten

2.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

(i) High Point is houdster van een Europees octrooi met gelding in onder meer Nederland voor een ‘Wireless access telephone-to-telephone network interface architecture’ (hierna: het octrooi).

(ii) KPN biedt onder meer mobiele telecommunicatiediensten aan in Nederland, is eigenaar van verschillende netwerken in Nederland en is verantwoordelijk voor de dienstverlening op die netwerken.

2.2

In dit geding heeft KPN onder meer de vernietiging van het Nederlandse deel van het octrooi gevorderd (hierna: de nietigheidsprocedure).

High Point heeft in een versnelde bodemprocedure onder meer gevorderd om KPN te gelasten de inbreuk op het octrooi in Nederland te staken en, ter keuze van High Point, hetzij de winst die is gemaakt door de inbreuk in Nederland af te dragen, hetzij de schade te vergoeden die High Point lijdt als gevolg van deze inbreuk (hierna: de inbreukprocedure).

De rechtbank heeft beide procedures gezamenlijk behandeld en in één vonnis in beide zaken uitspraak gedaan. In de nietigheidsprocedure heeft de rechtbank het octrooi, voor zover verleend voor Nederland, vernietigd; in de inbreukprocedure heeft de rechtbank de vorderingen van High Point afgewezen.

2.3.1

High Point is in hoger beroep gegaan van het vonnis van de rechtbank.

Bij memorie van grieven tevens houdende vermeerdering van eis (hierna: memorie van grieven) heeft High Point grieven aangevoerd en subsidiair een beroep gedaan op drie hulpverzoeken om de octrooiconclusies te wijzigen.

Nadat KPN bij memorie van antwoord de grieven in het principaal beroep had bestreden en incidenteel beroep had ingesteld, en High Point de grieven in het incidenteel beroep had bestreden, heeft High Point bij akte houdende beperking van octrooiconclusies, wijziging van eis en overlegging van aanvullende producties (hierna: akte beperking octrooiconclusies) onder meer aangevoerd dat zij de conclusies 1 en 14 van het octrooi en dientengevolge tevens de daarmee corresponderende afhankelijke conclusies in drie opzichten beperkt. Voorts heeft High Point in de akte beperking octrooiconclusies erop gewezen dat de tweede en derde beperking reeds zijn ingediend als aparte hulpverzoeken bij memorie van grieven, en dat die beperkingen thans, samen met de eerste beperking, worden geïncorporeerd in één definitieve hoofdconclusie.

2.3.2

Tijdens de pleidooizitting en in zijn tussenarrest van 3 november 2015 heeft het hof beslist dat de door High Point bij akte beperking octrooiconclusies naar voren gebrachte nieuwe octrooiconclusies op grond van de tweeconclusieregel worden geweigerd. Naar het oordeel van het hof diende de procedure te worden voortgezet op basis van het octrooi in de vorm waarin het is verleend en de bij memorie van grieven ingediende hulpverzoeken.

2.4

High Point heeft cassatieberoep ingesteld van het tussenarrest van 3 november 2015. De Hoge Raad heeft dit cassatieberoep verworpen bij arrest van 15 september 2017.

2.5.1

Bij brief van 16 oktober 2017 aan het hof heeft High Point meegedeeld dat het octrooi (op 7 september 2017) tijdens de cassatieprocedure centraal is beperkt door het Europees Octrooibureau (hierna: EOB). (rov. 1.2 van het tussenarrest van het hof van 7 november 2017)

2.5.2

Het hof heeft in zijn eindarrest, voor zover in cassatie van belang, het hiervoor in 2.2 vermelde vonnis van de rechtbank bekrachtigd. Daartoe heeft het hof, samengevat weergegeven, als volgt overwogen.

Met de centrale beperking van het octrooi is het debat over de geldigheid van het octrooi in de ruimere vorm waarin het is verleend, achterhaald. Het octrooi bestaat niet meer in die ruime vorm en moet, gelet op art. 68 Europees Octrooiverdrag (hierna: EOV), worden geacht nooit in die ruime vorm te hebben bestaan. In dat licht moet het hof het eindoordeel van de rechtbank dat het octrooi in die ruime vorm niet geldig is, voor juist houden. (rov. 2.2)

Met de centrale beperking van het octrooi is ook het debat achterhaald over de geldigheid van de octrooiconclusies conform de hulpverzoeken die High Point bij memorie van grieven naar voren heeft gebracht. (rov. 2.3)

Het betoog van High Point dat het octrooi geldig is in de beperkte vorm zoals het luidt na de centrale beperking, is in dit bijzondere geval in strijd met de goede procesorde, gelet op de volgende omstandigheden. (rov. 2.4)

De centraal beperkte conclusies zijn nagenoeg identiek aan de gewijzigde conclusies van het octrooi die High Point bij (de hiervoor in 2.3.1 genoemde) akte beperking octrooiconclusies naar voren heeft gebracht en die het hof bij zijn (hiervoor in 2.3.2 genoemde) tussenarrest heeft geweigerd. De juistheid van die beslissing tot weigering en van de gronden waarop die beslissing berust, staat door het (hiervoor in 2.4 genoemde) arrest van de Hoge Raad in het tussentijdse cassatieberoep, onherroepelijk vast. Toestaan van een debat over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm zou tot gevolg hebben dat High Point die beslissing feitelijk kan omzeilen, hoewel de gronden voor de weigering van dat debat onverminderd gelden. (rov. 2.5)

Met haar beroep op de beperkte conclusies opent High Point in een laat stadium van de procedure een nieuw debat over de geldigheid van het octrooi, en dat vereist een nieuwe memoriewisseling. Daarvoor is in deze procedure in hoger beroep in beginsel geen plaats. (rov. 2.6)

High Point had haar betoog dat het octrooi in de beperkte vorm geldig is, veel eerder naar voren kunnen brengen. Dat de centrale beperking pas recent heeft plaatsgevonden, is niet beslissend. High Point had de beperking van het octrooi in deze procedure naar voren kunnen brengen door een tijdig ingediend hulpverzoek of gewijzigd hoofdverzoek voor het Nederlandse deel van het octrooi. (rov. 2.7)

Een ander oordeel over de toelaatbaarheid van het betoog over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm volgt ook niet uit het arrest Scimed/Medinol, omdat de Hoge Raad daarin geen oordeel heeft gegeven over de verenigbaarheid van het beroep op centraal beperkte octrooiconclusies met de eisen van een goede procesorde. (rov. 2.8)

Het recht dat het EOV aan High Point geeft om haar octrooi centraal te beperken, staat niet in de weg aan nationale procesrechtelijke beperkingen aan het beroep op een centrale beperking van een octrooi. Het EOV bevat geen uitdrukkelijke regeling voor de samenloop van een centrale beperking en nationale procedures waarin de geldigheid van een octrooi aan de orde is. (rov. 2.9)

Ook het nationale procesrecht van andere lidstaten van het EOV stelt grenzen aan het beroep op een centrale beperking van het octrooi. (rov. 2.10)

Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat het betoog van High Point over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm, in hoger beroep te laat naar voren is gebracht en dus buiten beschouwing moet worden gelaten. (rov. 2.11)

KPN kan zich wel op de centrale beperking beroepen. De bezwaren tegen het betoog van High Point over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm, gelden niet voor het beroep van KPN op de centrale beperking als verweer tegen hetgeen High Point bij memorie van grieven naar voren heeft gebracht. KPN kan niet worden verweten dat zij dat beroep pas nu doet, omdat de centrale beperking pas recentelijk heeft plaatsgevonden. (rov. 2.12)

3 Beoordeling van het middel

3.1.1

De onderdelen 2.1 en 2.2 van het middel zien op de verhouding tussen de art. 68 en 105a-105c EOV en de eisen van een goede procesorde. Meer in het bijzonder klagen deze onderdelen dat het hof heeft miskend dat de hiervoor genoemde bepalingen van het EOV eraan in de weg staan dat de nationale rechter een beroep op een centrale beperking van een octrooi buiten beschouwing laat op de grond dat dit beroep in strijd is met de eisen van een goede procesorde.

3.1.2

De art. 68 en 105a-105c EOV luiden in de authentieke Engelse tekst:

“Article 68. Effect of revocation or limitation of the European patent

The European patent application and the resulting European patent shall be deemed not to have had, from the outset, the effects specified in Articles 64 and 67, to the extent that the patent has been revoked or limited in opposition, limitation or revocation proceedings.”

Article 105a. Request for limitation or revocation

1. At the request of the proprietor, the European patent may be revoked or be limited by an amendment of the claims. The request shall be filed with the European Patent Office in accordance with the Implementing Regulations. It shall not be deemed to have been filed until the limitation or revocation fee has been paid.

2. The request may not be filed while opposition proceedings in respect of the European patent are pending.

Article 105b. Limitation or revocation of the European patent

1. The European Patent Office shall examine whether the requirements laid down in the Implementing Regulations for limiting or revoking the European patent have been met.

2. If the European Patent Office considers that the request for limitation or revocation of the European patent meets these requirements, it shall decide to limit or revoke the European patent in accordance with the Implementing Regulations. Otherwise, it shall reject the request.

3. The decision to limit or revoke the European patent shall apply to the European patent in all the Contracting States in respect of which it has been granted. It shall take effect on the date on which the mention of the decision is published in European Patent Bulletin.

Article 105c. Publication of the amended specification of the European patent

If the European patent is limited under Article 105b, paragraph 2, the European Patent Office shall publish the amended specification of the European patent as soon as possible after the mention of the limitation has been published in the European Patent Bulletin.”

De Nederlandse vertaling van deze bepalingen luidt:

“Artikel 68. Werking van de herroeping of de beperking van het Europees octrooi

De Europese octrooiaanvrage alsmede het daarop verleende Europese octrooi worden geacht van de aanvang af niet de in de artikelen 64 en 67 bedoelde werking te hebben gehad naar gelang het octrooi is herroepen of beperkt tijdens een oppositie-, beperkings- of nietigheidsprocedure.

Artikel 105a. Verzoek om beperking of herroeping

1. Op verzoek van de octrooihouder kan het Europees octrooi worden herroepen of worden beperkt door wijziging van de conclusies. Het verzoek wordt ingediend bij het Europees Octrooibureau in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Het wordt geacht eerst te zijn ingediend nadat de beperkings- of herroepingstaks is betaald.

2. Het verzoek kan niet worden ingediend hangende een oppositieprocedure ten aanzien van het Europees octrooi.

Artikel 105b. Beperking of herroeping van het Europees octrooi

1. Het Europees Octrooibureau onderzoekt of voldaan is aan de vereisten vastgesteld in het Uitvoeringsreglement voor het beperken of herroepen van het Europees octrooi.

2. Indien het Europees Octrooibureau van oordeel is dat het verzoek om beperking of herroeping van het Europees octrooi voldoet aan deze vereisten, beslist het Europees Octrooibureau het Europees octrooi te beperken of te herroepen in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Is dat niet het geval dan wijst zij het verzoek af.

3. De beslissing tot beperking of herroeping van het Europees octrooi is van toepassing in alle Verdragsluitende Staten waarvoor het is verleend. De beslissing wordt van kracht op de datum waarop de vermelding van deze beslissing wordt gepubliceerd in het Europees Octrooiblad.

Artikel 105c. Publicatie van het gewijzigd Europees octrooischrift

Indien het Europees octrooi is beperkt ingevolge artikel 105b, tweede lid, publiceert het Europees Octrooibureau het gewijzigd Europees octrooischrift zo spoedig mogelijk nadat de vermelding van de beperking is gepubliceerd in het Europees Octrooiblad.”

Deze bepalingen zijn gewijzigd, respectievelijk aan het EOV toegevoegd in het kader van de herziening van het EOV bij de Akte van München.

3.1.3

De onderdelen werpen een vraag op van uitleg van bepalingen van het EOV, derhalve van eenvormig privaatrecht. Zoals de Hoge Raad reeds heeft beslist in zijn hiervoor in 2.4 genoemde arrest, dient de uitleg van het EOV te geschieden aan de hand van de maatstaven van de art. 31 en 32 van het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht (hierna: Verdrag van Wenen).

Op grond van art. 31 lid 1 Verdrag van Wenen moet het EOV te goeder trouw worden uitgelegd overeenkomstig de gewone betekenis van de termen van dit verdrag in hun context en in het licht van voorwerp en doel van het EOV. Uit art. 31 lid 3, aanhef en onder b, Verdrag van Wenen volgt dat behalve met de context ook rekening moet worden gehouden met ieder later gebruik in de toepassing van het EOV waardoor overeenstemming van de verdragspartijen inzake de uitleg van dat verdrag is ontstaan, hetgeen meebrengt dat ook de heersende opvatting in de rechtspraak en literatuur van de verdragslanden een primair interpretatiemiddel bij de uitleg van het EOV vormt. Ten slotte kan met inachtneming van het bepaalde in art. 32 Verdrag van Wenen voor de uitleg van het EOV een beroep worden gedaan op de voorbereidende werkzaamheden (‘travaux préparatoires’) van dat verdrag.

3.1.4

De bewoordingen van de art. 68 en 105a-105c EOV duiden niet erop dat het aan de octrooihouder toegekende recht om te verzoeken om een centrale beperking van zijn octrooi, eraan in de weg staat dat de nationale rechter in een bij hem aanhangig geding een beroep op een dergelijke centrale beperking buiten beschouwing laat op de grond dat dit beroep in strijd is met de eisen van een goede procesorde. De context van deze bepalingen en het voorwerp en doel van het EOV wijzen niet in een andere richting.

3.1.5

Blijkens de wordingsgeschiedenis van de art. 68 en 105a-105c EOV is onder ogen gezien dat de centrale beperkingsprocedure ten overstaan van het EOB zou kunnen samenlopen met een geding ten overstaan van de nationale rechter waarin de geldigheid van dat octrooi aan de orde is. Daarbij is opgemerkt dat de Europese beperkingsprocedure niet prevaleert boven de nationale procedure, en dat het nationale procesrecht bepaalt of een daar aanhangig geding moet worden aangehouden, dan wel kan worden voortgezet.

In overeenstemming hiermee heeft de Hoge Raad in het arrest Scimed/Medinol overwogen dat de Europese beperkingsprocedure geen voorrang heeft boven de (nietigheids-)procedure ten overstaan van de nationale rechter en niet exclusief is.

3.1.6

Ten slotte is van belang dat in andere verdragslanden wordt aanvaard dat het nationale procesrecht bepaalt of een beroep op een centraal beperkt octrooi in een reeds aanhangige nationale procedure toelaatbaar is.

3.1.7

Het vorenstaande betekent dat de hiervoor in 3.1.1 genoemde onderdelen 2.1 en 2.2 falen.

3.2.1

Onderdeel 2.3 voert aan dat het hof ten onrechte heeft onderzocht of het beroep van High Point op het centraal beperkte octrooi toelaatbaar is in het licht van de eisen van een goede procesorde. Volgens het onderdeel had het hof dat beroep slechts buiten beschouwing mogen laten op de grond dat sprake is van misbruik van procesrecht of een daarmee op een lijn te stellen situatie.

3.2.2

Dit betoog berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan de appelrechter – bij wijze van uitzondering op de tweeconclusieregel – toestaan dat de appellant een feit dat is voorgevallen of gebleken na het tijdstip van de memorie van grieven, alsnog in het geding in hoger beroep naar voren brengt, om te voorkomen dat het geschil aan de hand van inmiddels achterhaalde of onjuist gebleken gegevens zou moeten worden beslist. Daarbij moet de appelrechter steeds onderzoeken of het aldus naar voren brengen van dat nieuwe feit niet in strijd komt met de eisen van een goede procesorde.

Het hof heeft dus terecht onderzocht of het beroep van High Point op de centrale beperking van het octrooi toelaatbaar was in het licht van de eisen van een goede procesorde. Voor de door het onderdeel bepleite toetsing aan de maatstaf voor misbruik van procesrecht bestaat geen grond.

3.3.1

De onderdelen 2.4-2.7 klagen in de kern dat de beslissing van het hof om het beroep van High Point op de centrale beperking van het octrooi wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing te laten, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, dan wel onvoldoende is gemotiveerd.

3.3.2

Het oordeel of al dan niet sprake is van strijd met de goede procesorde is voorbehouden aan de feitenrechter en daarmee in cassatie slechts in beperkte mate toetsbaar. Het oordeel van het hof, dat berust op de door het hof in de rov. 2.5-2.10 vermelde feiten en omstandigheden (hiervoor in 2.5.2 verkort weergegeven), geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het hof kon in het bijzonder betekenis hechten aan de – in cassatie onbestreden – vaststelling dat het octrooi in de beperkte vorm nagenoeg identiek is aan de gewijzigde conclusies van High Point die het hof in zijn tussenarrest van 3 november 2015 heeft geweigerd, en dat High Point in haar eerste cassatieberoep tevergeefs tegen die weigering is opgekomen (zie rov. 2.5). Ook kon het hof van belang achten dat – eveneens in cassatie onbestreden – vaststaat dat High Point het verzoek tot centrale beperking uitsluitend heeft gedaan met het oog op dit geding in Nederland en dat die beperking een reactie is op de nietigheidsbezwaren die KPN al direct bij aanvang van de procedures in eerste aanleg naar voren heeft gebracht (zie rov. 2.7). Een en ander komt erop neer dat High Point al in een eerder stadium van het geding had kunnen en moeten bewerkstelligen dat de rechtsstrijd zich zou toespitsen op de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm.

3.4.1

Onderdeel 3 keert zich tegen het oordeel van het hof (in rov. 2.12) dat de bezwaren tegen het beroep van High Point over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm, niet gelden voor het beroep van KPN op de centrale beperking als verweer tegen hetgeen High Point bij memorie van grieven naar voren heeft gebracht. Het onderdeel klaagt onder meer dat het hof heeft miskend dat de centrale beperking ingevolge art. 68 EOV jegens eenieder en van de aanvang af (erga omnes en ab initio) effect sorteert, en daarmee ook voor alle partijen in dit geding. Daarmee is niet verenigbaar dat KPN zich wel op de centrale beperking mag beroepen, maar High Point niet, aldus het onderdeel.

3.4.2

In het oordeel van het hof ligt besloten dat het beroep van KPN op de centrale beperking van het octrooi moet worden aangemerkt als een beroep op een feit dat is voorgevallen of gebleken na het tijdstip van KPN’s memorie van antwoord, welk nieuw feit KPN – bij wijze van uitzondering op de tweeconclusieregel – in het geding na cassatie en verwijzing naar voren mocht brengen, om te voorkomen dat het geschil aan de hand van inmiddels achterhaalde of onjuist gebleken gegevens zou moeten worden beslist, en dat het aldus naar voren brengen van dat nieuwe feit niet in strijd komt met de eisen van een goede procesorde. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, reeds gelet op de door het hof genoemde omstandigheid dat het EOB pas tijdens de hiervoor in 2.4 genoemde cassatieprocedure heeft beslist op de door High Point verzochte centrale beperking (zie hiervoor in 2.5.1). Met dat oordeel is niet onverenigbaar dat High Point zich op haar beurt niet kan beroepen op die centrale beperking, gelet op de door het hof in de rov. 2.5-2.10 vermelde feiten en omstandigheden (hiervoor in 2.5.2 verkort weergegeven). Het beroep van KPN op de centrale beperking heeft immers slechts tot gevolg dat het debat over de geldigheid van het octrooi in de ruimere vorm is achterhaald, omdat het octrooi in die vorm niet meer bestaat (aldus het hof in rov. 2.2); het beroep van High Point op de centrale beperking zou daarentegen dwingen tot een nieuw debat over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm (aldus het hof in rov. 2.6). Op een en ander stuit de hiervoor in 3.4.1 vermelde klacht af.

3.5.1

Onderdeel 1 neemt tot uitgangspunt (i) dat de rechtbank het octrooi uitsluitend in de ruimere vorm waarin het aanvankelijk was verleend, heeft beoordeeld en vernietigd, en (ii) dat op grond van art. 68 EOV het octrooi in die ruimere vorm geacht moet worden nooit te hebben bestaan. Daarvan uitgaande klaagt het onderdeel dat het hof het vonnis van de rechtbank niet had mogen bekrachtigen zonder inhoudelijk te oordelen over de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm. Het onaanvaardbare gevolg van deze bekrachtiging is immers dat het octrooi in de beperkte vorm is vernietigd zonder dat de rechtbank, dan wel het hof het octrooi in die beperkte vorm inhoudelijk op geldigheid heeft beoordeeld, aldus de klacht.

3.5.2

Deze klacht neemt terecht tot uitgangspunt dat aan de rechtbank uitsluitend de beoordeling van de geldigheid van het octrooi in de ruimere vorm was voorgelegd, maar ziet eraan voorbij dat hof het beroep van High Point op de centrale beperking van het octrooi buiten beschouwing heeft gelaten wegens strijd met de goede procesorde, wat betekent dat het hof niet is toegekomen – evenmin als de rechtbank – aan een inhoudelijke beoordeling van de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm. De bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank berust op de in cassatie onbestreden overweging van het hof (in rov. 2.2) dat het octrooi in de ruimere vorm, gelet op art. 68 EOV, geacht moet worden nooit te hebben bestaan, zodat het eindoordeel van de rechtbank over de ongeldigheid van het octrooi in die ruimere vorm voor juist moet worden gehouden. Uit een en ander volgt niet – anders dan de klacht tot uitgangspunt neemt – dat de rechtbank, dan wel het hof het octrooi in de beperkte vorm op grond van een inhoudelijke beoordeling heeft vernietigd. Dat High Point zich in dit geding niet kan beroepen op het octrooi in de beperkte vorm is dus niet het gevolg van een inhoudelijke beoordeling en vernietiging van dat octrooi, maar vloeit louter voort uit de processuele gang van zaken in deze zaak, in het bijzonder het tijdstip waarop High Point een beroep heeft gedaan op de centrale beperking van het octrooi. Dit laat onverlet dat het zowel High Point als KPN in beginsel vrijstaat om de geldigheid van het octrooi in de beperkte vorm in een nieuw geding alsnog aan een inhoudelijke beoordeling te onderwerpen. De klacht kan dan ook niet tot cassatie leiden.

3.6

De overige klachten van het middel kunnen evenmin tot cassatie leiden. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie art. 81 lid 1 RO).

3.7

Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient High Point te worden verwezen in de proceskosten. Nu KPN op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie heeft gevorderd en partijen overeenstemming hebben bereikt over de terzake op de voet van deze bepaling toe te schatten kosten, zal dienovereenkomstig worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt High Point in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van KPN begroot op € 62.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien High Point deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer C.E. du Perron op 14 februari 2020.

Hof Den Haag 3 november 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3099.

HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2363.

Hof Den Haag 5 juni 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:1271.

Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, München, 5 oktober 1973, Trb. 1975, 108, en 1976, 101.

HR 6 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7412.

Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag), München, 29 november 2000, Trb. 2002, 9, en 2002, 64. De Akte van München is op 13 december 2007 in werking getreden (Trb. 2007, 233).

HR 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2363, rov. 4.1.4.

Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht, Wenen, 23 mei 1968, Trb. 1972, 51, en 1985, 79.

Zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.20-3.22.

HR 6 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7412, rov. 4.3.4.

Zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.28-3.32 (voor het Verenigd Koninkrijk), en onder 3.33-3.39 (voor Duitsland).

Vgl. HR 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI8771, rov. 2.4.4.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature