E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:2
Hoge Raad, 18/03180

Inhoudsindicatie:

Mishandeling, art. 300 Sr, en diefstallen, art. 310 Sr. Oplegging ISD-maatregel, art. 38m Sr e.v. Vereisten voor kwalificatie als ‘zeer actieve veelpleger’ a.b.i. art. 2.b van de Richtlijn voor Strafvordering bij meerderjarige veelplegers (i.h.b. de vordering van de ISD-maatregel bij stelselmatige daders). HR herhaalt overwegingen uit ECLI:NL:HR:2009:BH9943 m.b.t. rechterlijke binding aan de Richtlijn. De Richtlijn vermeldt een aantal eisen waaraan moet zijn voldaan, voordat sprake is van een “zeer actieve veelpleger” a.b.i. deze Richtlijn tegen wie de oplegging van de ISD-maatregel kan worden gevorderd. Eén van deze eisen is dat over een periode van 5 jaren p-v’s zijn opgemaakt tegen verdachte voor meer dan 10 misdrijffeiten, waarvan ten minste 1 misdrijf in de laatste 12 maanden terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit. Het middel berust op de opvatting dat bij de beoordeling of is voldaan aan deze eis, strafbare feiten die gevoegd aanhangig zijn gemaakt of waarvan op de tz. de voeging is bevolen (en waarvan niet is vrijgesproken), niet mogen worden meegeteld. Die opvatting is onjuist. Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie