E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:1894
Hoge Raad, 19/02779

Inhoudsindicatie:

Huisvredebreuk, meermalen gepleegd (art. 138.1 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Afwijzing aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsvrouw ttz. op de grond dat verdachte graag zelf zijn verhaal wil doen door hof afgewezen omdat er geen informatie is verschaft dat verdachte niet in staat is om naar tz. te komen, nadat tz. 2 maal is onderbroken tot latere tijdstippen teneinde raadsvrouw gelegenheid te bieden na te gaan of verdachte nog zou zijn verschijnen. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1172, inhoudende dat concreet omstandigheid moet worden aangevoerd die aan verzoek tot aanhouding ten grondslag ligt. Hof heeft kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat niet concreet omstandigheid is aangevoerd die ten grondslag ligt aan verzoek tot aanhouding van onderzoek ttz. dat namens verdachte, die weet van zitting, is gedaan. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie