E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:1458
Hoge Raad, 18/00987

Inhoudsindicatie:

Medeplegen diefstal met geweld, art. 312.2.2 Sr. Redelijke termijn in cassatiefase is enige klacht die overblijft na intrekking ander middel. Voldoende belang verdachte? Middel klaagt terecht dat in cassatiefase redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM is overschreden omdat de stukken te laat door hof zijn ingezonden. Bovendien doet HR uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na instellen van cassatieberoep. Nu verzuim waarop ander cassatiemiddel zich richtte, na indiening van cassatieschriftuur is hersteld en dat als gevolg daarvan dit cassatiemiddel door verdachte is ingetrokken, is naar oordeel van HR i.c. geen sprake van situatie a.b.i. ECLI:NL:HR:2012:BX0146. Daarin heeft HR overwogen dat verdachte niet met succes kan klagen over overschrijding van redelijke termijn in cassatiefase indien verdachte kennelijk geen (cassatie)klachten heeft over bestreden uitspraak noch over behandeling van zaak door feitenrechter en hij tot op zekere hoogte door eigen proceshouding langer dan redelijk is onder dreiging van (verdere) strafvervolging moet leven. HR vermindert opgelegde taakstraf.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie