E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:1451
Hoge Raad, 20/01219

Inhoudsindicatie:

Herziening. Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326 Sr) en zonder daartoe gerechtigd zijn titel van advocaat voeren, meermalen gepleegd (art. 436 Sr) door, zich valselijk voordoend als advocaat, rechtszaken van vreemdelingenrechtelijke aard aan te nemen en zich daarvoor te laten betalen. 1. Eisen waaraan aanvraag tot herziening moet voldoen. 2. Aangevoerd wordt dat aanvrager zou zijn vrijgesproken indien hof met “bovenvermelde f&o en ontlastende bewijsstukken” bekend zou zijn geweest. Art. 457.1.c Sv. 3. Aangevoerd wordt voorts dat in 2019 soortgelijk feit als feiten die hof heeft bewezenverklaard (periode 2010-2013) wegens niet-strafbaarheid daarvan is geseponeerd nadat aanvrager diverse stukken i.v.m. verleende rechtsbijstand had overgelegd. Art. 457.1.c Sv.

Ad 1. Ex art. 460.2 Sv moet aanvraag gronden vermelden waarop deze berust. Aanvraag zal dus naar behoren gemotiveerd dienen te zijn. Alleen herzieningsaanvraag die aan deze motiveringseis voldoet, kan in behandeling worden genomen. Aanvraag die onvoldoende is gemotiveerd, is niet aanvraag als in wet bedoeld. Dit betekent dat indien aanvraag een beroep doet op met stukken onderbouwd gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv, (a) aanvraag een nauwkeurige omschrijving moet bevatten van dit gegeven (novum) en dat dus niet kan worden volstaan met verwijzing naar bijgevoegde stukken waaruit zo’n novum zou moeten blijken; (b) aanvraag de redenen moet vermelden waarom novum tot één van genoemde beslissingen zou hebben kunnen leiden; (c) aanvraag, indien deze ertoe strekt bewijsvoering aan te tasten, met voldoende precisie moet uiteenzetten (i) waarom bepaald onderdeel van bij aanvraag gevoegde stukken leidt tot ernstige twijfel aan juistheid van nauwkeurig aangeduid gedeelte van bewijsvoering, en (ii) waarom dat leidt tot ernstig vermoeden dat onderzoek van zaak, als dat gegeven toen bekend was geweest, zou hebben geleid tot vrijspraak. Alleen indien aanvraag aan deze eisen voldoet, kan HR beoordelen of aanvraag gegrond is.

Ad 2. In aanvraag wordt kennelijk verwezen naar hetgeen in aanvraag is gesteld onder 1 t/m 6. Die rubrieken bevatten evenwel veelheid van bezwaren tegen ’s hofs arrest zonder dat wordt aangegeven met welke van die bezwaren hof ttz. al dan niet bekend was en zonder dat bezwaren met stukken zijn onderbouwd. In zoverre voldoet aanvraag niet aan eisen.

Ad 3. Nu uit de bij aanvraag gevoegde uitnodiging van aanvrager voor politieverhoor en sepotmededeling echter niet meer kan worden opgemaakt dan dat aanvrager wegens niet-strafbaarheid van “fraude gepleegd op 20-12-2017 te Leiden” niet verder wordt vervolgd, voldoet aanvraag ook in zoverre niet aan eisen.

Aanvraag n-o. Vervolg op 16/06326 (niet gepubliceerd, art. 80a RO).

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie