E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:14
Hoge Raad, 18/05303

Inhoudsindicatie:

Poging tot zware mishandeling en overtreding van art. 7.1 WVW 1994. Begrip ‘verkeersongeval’ a.b.i. art. 7.1 WVW 1994. Het middel berust o.m. op de opvatting van slechts kan worden gesproken van een ‘verkeersongeval’ in de zin van art. 7 WVW 1994 indien sprake is van “een botsing, een aan- of overrijding of een handeling ter voorkoming daarvan”. Die opvatting is te beperkt en daarom onjuist. Het oordeel van het Hof dat sprake is van een verkeersongeval is niet onbegrijpelijk. Daarbij neemt de HR in aanmerking dat het Hof, blijkens de bewijsvoering, o.m. heeft vastgesteld dat op de openbare weg een persoon op de motorkap van de door verdachte bestuurde auto is terechtgekomen en verdachte met die persoon op de motorkap is doorgereden terwijl hij zijn snelheid heeft verhoogd en slingerende bewegingen heeft gemaakt, waardoor die persoon van de auto is gevallen en op het wegdek terecht is gekomen. Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie