E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:1316
Hoge Raad, 19/04195

Inhoudsindicatie:

Jeugdzaak. Bedreiging winkelmedewerker, verschillende agenten en hulpverleners, art. 285.1 Sr. 1. Geweldsmisdrijf bij verlenging van maatregel tot plaatsing van verdachte in inrichting voor jeugdigen a.b.i. art. 77t.3 Sr. Is PIJ-maatregel opgelegd t.z.v. misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor onaantastbaarheid van lichaam van één of meer personen? 2. Omzetting vervangende hechtenis in gijzeling bij schadevergoedingsmaatregel, art. 36f Sr.

Ad 1. In gevallen waarin misdrijf waarvoor PIJ-maatregel wordt opgelegd niet z.m. kan worden gekarakteriseerd als misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor onaantastbaarheid van lichaam van één of meer personen a.b.i. art. 77t.3 Sr - bijvoorbeeld in geval van bedreiging (art. 285 Sr) of belaging (art. 285b Sr) - zal rechter zich oordeel dienen te vormen of, gelet op alle f&o, dat feit een dergelijk ‘geweldsmisdrijf’ oplevert. Daarbij zal hij o.m. kunnen betrekken of misdrijf (i.c. bedreiging) werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door niet-verbaal agressief gedrag t.o.v. bedreigde dan wel op enigerlei (andere) wijze werd ondersteund alsmede of aannemelijk is dat bedreiging zou worden uitgevoerd (zie ECLI:NL:HR:2013:BY8434 voor vergelijkbare situatie van verlenging van maatregel van TBS a.b.i. art. 38.e.1 Sr). Uit bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte bewezenverklaarde bedreigingen niet alleen verbaal heeft geuit maar dat bedreigingen zijn voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door zijn niet-verbaal agressief gedrag en geweld tegen goederen en personen, waarbij sommige aangevers ermee rekening hielden dat verdachte bedreiging zou uitvoeren. Dit in aanmerking genomen, geeft ‘s hofs oordeel dat PIJ-maatregel wordt opgelegd t.z.v. misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor onaantastbaarheid van lichaam van één of meer personen niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd.

Ad 2. HR ambtshalve: Hof heeft verdachte verplichting opgelegd om aan Staat ten behoeve van in arrest genoemd slachtoffer in arrest vermeld bedrag te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door in arrest genoemd aantal dagen hechtenis. HR zal ’s hofs uitspraak ambtshalve vernietigen v.zv. daarbij vervangende hechtenis is toegepast overeenkomstig hetgeen is beslist in ECLI:NL:HR:2020:914. HR bepaalt dat met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie