E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:127
Hoge Raad, 18/04434

Inhoudsindicatie:

Profijtontneming, w.v.v. uit diefstal in vereniging d.m.v. valse sleutels, meermalen gepleegd. Had Hof in strafzaak toegewezen vordering b.p. in mindering moeten brengen op w.v.v.? Bij de bepaling van bedrag waarop w.v.v. moet worden geschat, wordt de aan een benadeelde derde in rechte toegekende vordering ex art. 36e.8 (oud) Sr in mindering gebracht. Deze regeling beoogt te voorkomen dat iemand hetzelfde w.v.v. meermalen zou moeten terugbetalen, zij het aan verschillende (rechts)personen. Dit brengt mee dat bij toepassing van die regeling slechts in aanmerking komt de in rechte onherroepelijk toegekende vordering van een (rechts)persoon die strekt tot vergoeding van diens schade a.g.v. feit waarop de ontnemingsvordering (mede) steunt, indien en v.zv. tegenover die schade een daarmee corresponderend voordeel voor veroordeelde staat (Vgl. ECLI:NL:HR:2015:3269).

Naast art. 36e.8 (oud) Sr kan ook de toepassing van art. 36e.5 Sr eraan bijdragen dat wordt voorkomen dat betrokkene meermalen hetzelfde w.v.v. zou moeten terugbetalen. O.g.v. dat voorschrift kan de rechter het aan de Staat ter ontneming van w.v.v. te betalen bedrag lager vaststellen dan het geschatte voordeel. Daarbij kan van belang zijn wat door of namens betrokkene ter zake is aangevoerd. Indien beslissing van de rechter afwijkt van een door betrokkene u.o.s., dient de rechter bovendien i.h.b. de redenen op te geven die daartoe hebben geleid (art. 359.2 Sv jo art. 511e.1 Sv).

Hof is bij schatting w.v.v. uitgegaan van berekeningswijze die ook wel wordt aangeduid als eenvoudige kasopstelling en heeft geoordeeld dat het aldus geschatte bedrag van w.v.v. door betrokkene is verkregen uit feiten waarvoor hij in de strafzaak is veroordeeld en uit andere feiten. Het door Hof aan de hand van eenvoudige kasopstelling berekende bedrag heeft dus betrekking op het totale voordeel dat betrokkene met de bewezenverklaarde en andere feiten als geheel heeft verkregen.

Gelet op berekeningswijze en omstandigheid dat door of namens betrokkene niets is aangevoerd omtrent de vordering van de b.p. heeft Hof kennelijk niet kunnen vaststellen dat tegenover de door b.p. geleden schade een daarmee corresponderend voordeel voor betrokkene staat. Het kennelijke oordeel van het Hof dat het niet was gehouden hetzij o.g.v. art. 36e.8 (oud) Sr het bedrag van de aan de b.p. toegewezen vordering tot schadevergoeding in mindering te brengen op het bedrag waarop het door betrokkene w.v.v. is geschat, hetzij o.g.v. art. 36e.5 Sr het aan de Staat ter ontneming van het w.v.v. te betalen bedrag lager vast te stellen dan het geschatte voordeel, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk gemotiveerd. Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie