E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:1161
Hoge Raad, 19/02683

Inhoudsindicatie:

Medeplegen telen hennep (art. 3.B Opiumwet) en medeplegen diefstal d.m.v. verbreking (art. 311.1 Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.c Sv. Verontschuldigbare termijnoverschrijding wegens psychische gesteldheid? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2004:AN8587 m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn, zoals zodanige psychische gesteldheid dat in verband daarmee verzuim tijdig h.b. beroep in te stellen niet aan verdachte kan worden toegerekend. Hof heeft geoordeeld dat overschrijding van termijn voor instellen van h.b. niet verschoonbaar is, nu niet is gebleken “dat verdachte aan zodanige psychische stoornis leed dat hij niet in staat was om zich op de hoogte te (laten) stellen van verder verloop van zijn strafzaak en om te beoordelen of rechtsmiddel moest worden ingesteld”. In het licht van (mede onder verwijzing naar schriftelijke verklaring van woonbegeleider forensische psychiatrie) aangevoerde omstandigheden, o.m. inhoudende dat verdachte was opgenomen in forensisch beschermde woonvorm met 24-uurs begeleiding, dat verdachte daar ook verbleef t.t.v. verstrijken van appeltermijn, hij niet zelfstandig locatie mocht verlaten, door verdachte deelnemen aan rechtszitting uit oogpunt van mentale zorg onwenselijk werd geacht en hij wegens zijn mentaal instabiele toestand zijn rechtspositie niet kon overzien en mede in aanmerking genomen dat verdachte in e.a. geen rechtskundige bijstand had, is dit oordeel ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie