E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:1157
Hoge Raad, 19/01833

Inhoudsindicatie:

OM-cassatie. Vrijspraak vader die zijn dochter niet heeft ingeschreven op school (overtreding van art. 2.1 Leerplichtwet 1969). Geslaagd beroep op vrijstelling a.b.i. art. 5.b Lpw o.g.v. holistische levensovertuiging. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:1925 m.b.t. onderzoeksplicht rechter indien beroep is gedaan op vrijstellingsgrond a.b.i. art. 5.b Lpw, begrip richting a.b.i. die bepaling en voorwaarden om te kunnen aannemen dat sprake is van overwegende bedenkingen. ’s Hofs oordeel dat bezwaren van verdachte zijn aan te merken als overwegende bedenkingen in de zin van art. 5 Lpw is, in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, niet toereikend gemotiveerd. Als voor zijn oordeel relevante f&o heeft hof in de kern slechts in aanmerking genomen dat verdachte heeft aangevoerd dat begrip ‘eenheid’ in holisme centraal staat, dat daarbij behorende levenshouding wordt gekenmerkt door onbevangenheid t.a.v. telkens nieuwe wijze waarop die eenheid zich kan manifesteren en daarmee gepaard gaande persoonlijke groei, dat aanvaarding van gezag van al dan niet dogmatische religies en levensbeschouwelijke neutraliteit daaraan in de weg staat en dat, indien op school slechts verstand wordt gevoed en ziel wordt genegeerd, afgescheidenheid en onhanteerbare kloof tussen levensovertuiging in gezin en normen en waarden op school ontstaat. Deze door hof in aanmerking genomen f&o zijn, gelet op hiervoor genoemde voorwaarden, ontoereikend om te kunnen aannemen dat sprake is van overwegende bedenkingen in de zin van art. 5.b Lpw. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie