E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2020:1056
Hoge Raad, 20/01214

Inhoudsindicatie:

Cassatie in het belang van de wet. Beschikking hof tot toekenning van vergoeding voor kosten rechtsbijstand verleend in aan behandeling van strafzaak voorafgegane beklagprocedure, art. 591.2 en 591.5 (oud) Sv jo. art. 591a.2 en 591a.4 (oud) Sv (thans: art. 529.2 en 529.5 jo. art. 530.2 en 530. 4 Sv). Mogelijkheid voor indiener van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv vergoeding te krijgen voor kosten van rechtsbijstand die is verleend in beklagprocedure in het geval dat beklag over inbeslagneming van voorwerp ongegrond is verklaard maar rechter in samenhangende strafzaak last tot teruggave heeft gegeven van inbeslaggenomen voorwerp, terwijl strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1986:AC9355, ECLI:NL:HR:2009:BG2191 en ECLI:NL:HR:2015:2765 en ECLI:NL:HR:2015:2757 m.b.t. “kosten van een raadsman” a.b.i. art. 591a.2 (oud) Sv, mogelijkheid van vergoeding van kosten van raadsman voor indienen van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv en omstandigheid dat in art 591a.4 (oud) Sv jo. art. 591.5 (oud) Sv voorziene, bijzondere procedures (zoals die van art. 552a tot en met 552b Sv) zich niet daardoor kenmerken dat zij steeds zijn gekoppeld aan strafzaak tegen betrokkene waarin zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid wordt vastgesteld. Indien beklag in procedure o.g.v. art. 552a Sv ongegrond is verklaard, geldt bijzondere regeling van art. 591.5 (oud) Sv jo. art. 591a.4 Sv niet. In een na afloop van die beklagprocedure o.g.v. die bepalingen ingediend verzoek tot vergoeding van t.b.v. beklagprocedure gemaakte kosten van raadsman zal betrokkene dus n-o moeten worden verklaard. Daarnaast geldt dat indien na afloop van strafzaak die (met last tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerp) is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr, een verzoek wordt gedaan tot vergoeding van kosten van raadsman, vergoeding van die kosten zich niet kan uitstrekken tot kosten die t.b.v. beklagprocedure zijn gemaakt. Redelijke uitleg van de wet brengt mee dat toepasselijkheid van bijzondere regeling van art. 591.5 (oud) Sv jo. art. 591a.4 (oud) Sv niet is uitgesloten in gevallen waarin een o.g.v. art. 552a Sv ingediend klaagschrift vóór behandeling daarvan heeft geleid tot beslissing tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerp, waarna klaagschrift is ingetrokken en behandeling daarvan en rechterlijke beslissing daarover zijn uitgebleven. In dit geval, dat in materiële zin is gelijk te stellen met situatie waarin beklag gegrond is verklaard, kan betrokkene tot drie maanden na beslissing tot teruggave verzoek doen tot vergoeding van kosten van zijn raadsman. Het voorgaande geldt ook voor huidig art. 529.2 en 529.5 Sv jo. art. 530.2 en 530.4 Sv. ‘s Hofs toewijzing van verzoek tot toekenning van vergoeding voor kosten van rechtsbijstand verleend in de aan behandeling van strafzaak voorafgegane beklagprocedure berust op opvatting dat dergelijk verzoek, ondanks ongegrond verklaard beklag, ontvankelijk is indien strafzaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan art. 9a Sr, omdat dan alsnog last tot teruggave van in beslag genomen voorwerp is gegeven. Die opvatting is onjuist. Volgt vernietiging in het belang van de wet.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie