E-mail deze uitspraak

Uitspraak waar naar gelinkt wordt vanuit de e-mail die gestuurd zal worden:

ECLI:NL:HR:2019:960
Hoge Raad, 17/03348

Inhoudsindicatie:

Overtreding art. 2.1 Leerplichtwet 1969 (LPW). Inschrijfplicht. Onjuiste uitleg van art. 6.2 jo. 8.2 LPW? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2003:AJ0497, i.h.b. dat art. 8.2 LPW van toepassing is op elke jongere die in het jaar voor dagtekening van de kennisgeving vrijstelling i.v.m. richtingbezwaren (art. 8.1 LPW) op een school van die richting geplaatst is geweest, ongeacht of hij ex art. 3.1 LPW leerplichtig was. De LPW voorziet in beginsel niet in de mogelijkheid om na de eerste leerplichtige periode of -schooljaar, voor een volgend schooljaar alsnog een vrijstelling van inschrijfplicht te verkrijgen (ECLI:NL:HR:2012:BV9201). E.e.a. brengt mee dat art. 8.2 LPW eveneens toepassing vindt indien de plaatsing op een school was gelegen in een eerdere periode dan het jaar voorafgaand aan de dagtekening van de (eerste) kennisgeving. Dit geldt ook in een geval als het onderhavige waarin sprake is van een verblijf in het buitenland. In ‘s Hofs vaststellingen ligt besloten dat het kind in het jaar voorafgaand aan het leerplichtig worden ingeschreven heeft gestaan op een school van de richting waartegen nadien bedenkingen zijn geuit. ’s Hofs oordeel dat o.b.v. die omstandigheid, gelet op art. 8.2 LPW, voor de eerste leerplichtige periode geen geldige verklaring omtrent het bestaan van bedenkingen tegen de richting van het onderwijs a.b.i. art. 8.1 LPW kon worden gedaan en dat dit in de weg staat aan een beroep op vrijstelling ex art. 5.ahf. en .b LPW, getuigt niet van een onjuiste uitleg van art. 5, 6.2 en 8 LPW. Volgt verwerping.

Van


Aan


Opmerkingen (optioneel)


E-mail

Terug

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie