< Terug naar de zoekresultaten

Opties voor deze uitspraak




U dient ingelogd te zijn om favorieten te kunnen toevoegen aan Mijn Jure
U kunt zich hier gratis registreren
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Soort procedure:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Profijtontneming, w.v.v. uit telen van hennep. Is redelijke termijn bij betekening verstekmededeling ex art. 366 Sv na uitspraak Pr overschreden, nu uitspraak dateert van 7-3-2014 en mededeling uitspraak eerst op 5-4-2017 in persoon aan betrokkene is uitgereikt, terwijl niet blijkt dat verstekmededeling binnen jaar na uitspraak is betekend? Middel is terecht voorgesteld maar behoeft niet tot cassatie te leiden reeds omdat HR tot oordeel komt dat met constatering van termijnoverschrijding kan worden volstaan. Ook in met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak (ECLI:NL:HR:2019:708), die door Hof gelijktijdig met ontnemingszaak is berecht en waarin tijdsverloop gelijk is geweest, is redelijke termijn in h.b. overschreden. In strafzaak heeft HR door Hof opgelegde gevangenisstraf van 3 maanden, gelet op die overschrijding van redelijke termijn, met 1 week verminderd. Volgt verwerping. Samenhang met 18/00699.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



14 mei 2019

Strafkamer

nr. S 18/00697 P

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 25 oktober 2017, nummer 21/001932-17, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:

[betrokkene] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

2.1.

Het middel klaagt over het oordeel van het Hof dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM niet is overschreden. Het voert daartoe aan dat na de uitspraak van de Politierechter de verstekmededeling niet binnen een jaar na de uitspraak rechtsgeldig is betekend en dat het Openbaar Ministerie bij die betekening niet de nodige voortvarendheid heeft betracht.

2.2.

Het middel is terecht voorgesteld. Tot cassatie behoeft dat niet te leiden reeds omdat de Hoge Raad tot het oordeel komt dat met de constatering van de termijnoverschrijding kan worden volstaan, en wel op grond van het volgende. Ook in de met deze ontnemingszaak samenhangende strafzaak (HR 14 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:708), die door het Hof gelijktijdig met de onderhavige ontnemingszaak is berecht en waarin het tijdsverloop gelijk is geweest, is de redelijke termijn in hoger beroep overschreden. In de strafzaak heeft de Hoge Raad de door het Hof opgelegde gevangenisstraf van drie maanden, gelet op die overschrijding van de redelijke termijn, met een week verminderd.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2019.


» Juridisch advies nodig? « advertorial

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?

Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.



naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Snel uitspraken zoeken en filteren

> per rechtsgebied > op datum > op instantie

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature